Enkel uit te roeien met hete lucht

Een ‘luizenföhn’ uit Amerika helpt haarluizen en hun eitjes in één klap om zeep. Het laatste redmiddel voor wie de luizen niet kwijtraakt?

Head louse, SEM
Head louse, SEM Getty Images/Science Photo Lib>

Medewerker Wetenschap

Een zesjarig meisje zit op een kappersstoel, cape om, haren los. Ze kijkt televisie, want dit gaat wel even duren. Een vrouw met witte jas en haarkapje ‘föhnt’ de haren van het meisje met een wonderlijk apparaat. Een soort stofzuiger die warme lucht blaast door een kopstuk met brede holle punten. Strook na strook behandelt ze het haar: ze duwt het kopstuk op de hoofdhuid, dertig seconden op elke plek.

Aan het werk is Ursula Schipper, eigenaar van de Luizenkliniek in Den Haag. Dit, zo vertelt ze, is de nieuwe manier om luizen te bestrijden. Pijnloos, gifloos, snel en veel effectiever dan kammen. In een half uur doodt een sterke luchtstroom van 58 graden alle luizen en eitjes. Daarna één keer kammen voor alle zekerheid en om de dode resten te verwijderen, en 95 procent van de mensen is van zijn probleem verlost. Bij de rest volstaat een nabehandeling.

Het Journal of Medical Entomology (januari 2011) bevestigt die resultaten. En sinds vorige maand omschrijft het RIVM het apparaat, de ‘Lousebuster’, in de Richtlijn Hoofdluis als effectief middel. Maar dat instituut noemt kammen nog steeds de eerst aangewezen methode.

„Kammen werkt niet altijd”, vindt Schipper. „Volgens de richtlijnen moet je het haar twee weken lang elke dag heel zorgvuldig kammen, maar de rest van de dag kunnen de luizen zich overal verspreiden en komen er ook steeds nieuwe luizen uit de eitjes die je mist. Het is dweilen met de kraan open.” Schipper citeert onderzoeken die stellen dat maar 38 tot 57 procent van de mensen na twee weken kammen luizenvrij is.

„Het is een misvatting dat kammen gegarandeerd werkt”, stelt ze. „Er zijn mensen die verschrikkelijk hun best doen en maanden later nog luizen hebben. Ik krijg hier mensen die ten einde raad zijn. Luizen zijn al taboe, maar dat je ze soms niet kwijtraakt, ook al doe je nog zo je best, is een taboe op zich. Mensen voelen zich vies, onbegrepen, uitgeput.”

En de anti-luizenmiddelen van drogist of apotheek? „Daar zitten gifstoffen in die in de landbouw verboden zijn”, zegt Schipper. „Die wil je niet op je kind smeren, zeker niet wekenlang. Bovendien zijn ze onvoldoende effectief. Veel luizen zijn er resistent tegen en ze doden lang niet alle eitjes.”

Schipper werkt nu een jaar met de Lousebuster, een Amerikaanse vinding uit 2006. Ze wil graag programma’s opzetten op scholen, voor preventie en behandeling. „Jaarlijks krijgt 20 procent van de basisschoolleerlingen luizen”, zegt ze. „Ouders moeten het probleem nu individueel oplossen, terwijl kinderen elkaar op school meteen weer besmetten. Het is zoals met virussen: je moet zoiets collectief aanpakken.” Maar de scholen volgen de richtlijnen van de GGD, die op zijn beurt het RIVM volgt, dat bovenal kammen aanraadt.

„Er zijn inderdaad mensen die langdurig last hebben van luizen”, reageert Desirée Beaujean van het RIVM, „en voor die mensen is de Lousebuster een mooi alternatief. Maar meestal volstaat kammen, eventueel in combinatie met een middeltje. Daarom gaan wij niet als eerste keus een behandeling aanraden die geld kost.” Een behandeling bij de Luizenkliniek kost 95 euro.

De moeder van het meisje in de kappersstoel heeft dat er graag voor over. „We hebben vijf kinderen en altijd is er wel een met luizen. Hoeveel tijd ik al niet heb besteed aan kammen, sprayen, kleding en beddengoed wassen, knuffels in de vriezer doen... En twee maanden later opnieuw.”

Het reinigen van de omgeving is overigens volgens Beaujean van het RIVM niet nodig: „Er is onvoldoende bewijs dat dat werkt. Besmetting gaat vooral van hoofd tot hoofd.” De moeder in de wachtkamer: „Hoe dan ook, als dit werkt, zou dat perfect zijn. Ik ben er helemaal klaar mee.”