..en CDA op de terugweg

Bij het CDA weten ze al: met het nieuwe kabinet van VVD en PvdA is „de middenklasse de klos”. Partijleider Buma zei dit zaterdag in Rotterdam, waar zijn partij zich vooral onledig hield met het likken van de eigen wonden en de erkenning van de eigen fouten.

In de oppositie zal het CDA zich de komende jaren moeten zien te herpositioneren. Dat is een herhalingsoefening. Ook in de jaren 1994-2002 vormden de christen-democraten een aanvankelijk weinig succesvolle oppositiepartij, nadat ze jaren als bijna vanzelfsprekend in de regering hadden gezeten, dikwijls als grootste partij.

Wijlen Pim Fortuyn schudde in Nederland vervolgens het politieke landschap op, met als gevolg dat het CDA weer de grootste partij werd, zijn toenmalige leider Balkenende premier werd en electoraal succesvol was, tot de grote klap die de partij in 2010 bij de verkiezingen opliep. Twintig zetels verlies en dit jaar nog een tik na: nog eens acht zetels minder.

Ook hier herhaalt de geschiedenis zich: in 1994 straften de kiezers het ook toen verdeeld overkomende CDA met een teruggang van twintig zetels.

In grote lijnen is er sprake van een gestage teruggang van de christen-democratie in Nederland: van een absolute meerderheid (77 zetels) die KVP, ARP en CHU in 1956 boekten naar 13 zetels voor het CDA nu. Een dalende curve die uitschieters naar boven kent als de partij charismatische leiders als Lubbers naar voren kan schuiven.

Of de teloorgang van de christen-democratie een onvermijdelijk gegeven is, is de vraag. Ongetwijfeld is het verlies van het CDA bij de laatste verkiezingen aan interne partijperikelen te wijten, maar ook aan het externe gegeven dat de kiezer zich, gevoed door de media en de peilingen, vooral concentreerde op het duel tussen VVD en PvdA (aanvankelijk SP).

Niettemin is een kleine positie voor het CDA in Nederland niet onlogisch. De radicale ontkerkelijking heeft structurele electorale gevolgen; kiezers luisteren gelukkig niet meer naar pastoor en dominee bij het bepalen van hun stem. Uiteindelijk schiet religie als politiek bindmiddel tekort.

Interessant was daarom het pleidooi van CDA-rapporteur Rombouts om minder de nadruk te leggen op kerkelijke rituelen in de partij, en die vooral aan de kerk te laten. Wellicht is het CDA veel kansrijker als de C in de partijnaam meer voor communautair dan voor christelijk staat.

Nederland is geen tweepartijenland en gegeven het hier gehanteerde kiessysteem zal het dat ook niet snel worden. Electorale behoefte aan een verbindende middenpartij zal er blijven, ook al zijn de klassieke tegenpolen VVD en PvdA opnieuw pragmatisch genoeg gebleken om het weer met elkaar te gaan proberen.