Een clown van niks

Verwacht geen Hollands glorie als je langs Amsterdam en Rotterdam rijdt. Het zijn twee stadjes die vlak bij elkaar liggen in upstate New York. Ze ogen vervallen, net als het nabijgelegen Schenectady. Het centrum is verwaarloosd: leegstaande winkels, dichtgetimmerde panden, autowrakken.

Schenectady is de geboorteplaats van General Electric, een van de grootste bedrijven ter wereld. GE telt meer dan 300.000 werknemers, maar velen van hen werken tegenwoordig in goedkope Aziatische landen. In Schenectady is de werkloosheid inmiddels meer dan 10 procent en leeft een op de vijf gezinnen onder de armoedegrens.

Op zondagmiddag schuiven een paar Schenectadians aan in fastfoodrestaurant Denny’s. Ze zijn niet gekleed op gezelligheid, ze komen calorieën scoren. Er klinkt gezucht als ze de clown zien, die op een bruin bankje bij de kassa zit te wachten op gezinnen met kinderen.

Het is een clown van niks. Zijn regenboogpruik is te klein en zijn rode glimlach slordig geschminkt, als een vampier die net een bloederige maaltijd achter de rug heeft. De ballonnen waarmee hij vrolijke figuren wil vouwen, knappen keer op keer. Hij draagt een mandje met de oproep „tip me!” Vergeet het maar.

Je struikelt in New York State over de crisis. Ook letterlijk trouwens: de stoep zit vol onverwachte bulten en kuilen. Gemeenten hebben geen geld voor scholen, laat staan voor onderhoud van trottoirs. Bijna niemand beweegt zich hier te voet, dus wie klaagt er over loszittende tegels?

Maar de ene Main Street is de andere niet. Een uurtje of twee rijden en je zit in Massachusetts. In de chique stadjes rondom Boston wonen mensen met een goede baan in de IT-industrie of de medische sector. Neem Westford, een bosrijk, aangeharkt dorpje waar het gemiddelde inkomen boven de 120.000 dollar ligt – vier keer zo hoog als in Schenectady. Hier staan glorieuze witte landhuizen, bekend van tv. Grote tuinen met herfstige bomen, veel stars and stripes, verkiezingsposters en pompoenen voor aankomend Halloween. De trottoirs zijn verzorgd, maar net als in Schenectady wordt in Westford niet gewandeld. De voetpaden zijn hier voor joggers. Naar de winkel of het restaurant lopen levert meewarige blikken op. Hier neemt iedereen de auto. Je ouders brengen je tot je zestiende naar school, daarna rijd je zelf.

Amerika is verbrokkeld: fragmenten van armoede en rijkdom liggen door elkaar. En de verbinding is niet best. Tussen Schenectady en Westford ligt Interstate 90. De route is prachtig, maar de weg slecht onderhouden. Obama beloofde als remedie voor de crisis wegen op te knappen, maar het asfalt zit vol gaten.

Gehobbel, roestende bruggen en vervallen viaducten. Als Oost-Duitsland na de Wende: in de VS moeten 70.000 bruggen dringend gerenoveerd of vervangen worden, zegt lobbygroep Transportation for America.

Amerikanen schrikken van hun armoede. „Onze wegen en steden worden niet onderhouden, mensen moeten leven van voedselbonnen”, zegt een vrouw van middelbare leeftijd onderweg. „Die 7,8 procent werkloosheid waar Obama nu mee pronkt is in werkelijkheid veel hoger maar dat willen ze ons niet vertellen.” Ze vindt dat het de hoogste tijd is voor een ander gezicht. „Mitt Romney is iemand die ervaring heeft met het runnen van een eigen zaak.” Maar ze is ook niet erg optimistisch over Romneys kans van slagen: „Een nieuwe president verandert het land niet. Je kunt wel het wiel van een slechte auto vervangen, het blijft een slechte auto.”

In deze rubriek beschrijven de verslaggevers indrukken tijdens hun reis door Amerika. Marc Hijink schrijft volgende week bij Economie over pioniers in technologie aan de Oostkust.