Door betere organisatie kan kinderopvang goedkoper

Er is meer markt, er zijn meer regels en ook nog hogere kosten in de kinderopvang. Laat de overheid kiezen, vindt Jacqueline Rutjens.

In Nederland financiert de overheid de kinderopvang sinds 2005 via de vraagkant – de ouder. Voor die tijd was de kinderopvang grotendeels aanbodgefinancierd en konden ouders een deel van de kosten declareren bij hun werkgever.

Het financieren van de vraagkant leidde tot meer vraag en tot meer en beter aanbod. Het Nederlandse model was voor veel landen aantrekkelijk bij een terugtrekkende overheid en meer markt. Nu kijkt men internationaal met verbijstering naar wat er gebeurt in Nederland.

Bij de vraagfinanciering wordt uitgegaan van een uurprijs per opvangplaats. Die is van 2002 tot 2012 gestegen met 44 procent. De prijs per dag is in tien jaar met 60 procent gestegen. Dit komt doordat de opvangorganisaties het aantal uren per dag uitbreidden tot elf en twaalf uur en doordat ze 52 weken per jaar in rekening brachten. Ter vergelijking: de inflatie in Nederland bedroeg in dezelfde periode 21 procent.

Deze ontwikkeling is vaak gebracht als uitbreiding van de dienstverlening. Dit is deels ook gebeurd, maar de ontwikkeling komt in werkelijkheid voort uit het beleid om de overheidsbijdrage per uur te bevriezen. Kinderopvangorganisaties zeiden dit soms openlijk: „Door de uitbreiding van het aantal uren betaalt u meer per maand, maar u krijgt ook meer terug van de overheid, waardoor het voor u netto goedkoper wordt.”

De overheid reageert zoals je mag verwachten. We houden de vraagfinanciering in stand, maar de bijdrage per uur stijgt niet. Hierdoor stijgt de uurprijs in die periode ook nauwelijks, maar er komen wel extra regels om in aanmerking te komen voor een bijdrage, en we bezuinigingen op de inkomensafhankelijke bijdrage voor de rijkeren. De bezuiniging wordt dus gehaald. Verder zoeken de markt en de ouders het maar uit. Er is immers sprake van vraag en aanbod. Cijfers over het niet echt in gevaar brengen van de arbeidsparticipatie van vrouwen als er wordt bezuinigd wekken verbazing, maar helpen het beleid.

Bij het gebruik van de kinderopvang valt een aantal dingen op. Ten eerste wordt er nauwelijks nog een renderende bezettingsgraad gehaald. De feitelijke bezetting is nog lager dan het aantal verkochte plaatsen voor kinderen. De meeste kinderen gaan immers hooguit negen uur per dag naar de opvang en zeker drie tot vier weken per jaar op vakantie.

We hebben dus een systeem dat niet het echte, maar het papieren gebruik bekostigt. Je zou dan denken dat kinderopvangcentra standaard rekening houden met de lagere feitelijke bezetting, maar de kwaliteitseisen maken het lastig om flexibel te werken. Dit geldt vooral voor kinderopvang en in mindere mate voor de buitenschoolse opvang. Kortom: we hebben een systeem van vraagfinanciering en marktwerking, maar regelen het dan landelijk dicht.

Waarom is kinderopvang in Duitsland goedkoper? Dit komt doordat hij via het aanbod wordt gefinancierd en wordt gereguleerd door de overheid. Ouders betalen een lager bedrag, met minder flexibiliteit. Centra zijn slechts negen uur open en zijn gesloten in de zomer en kerstvakantie. De kwaliteit wordt beoordeeld op basis van een meerdaagse inspectie van het centrum, niet een ingewikkeld rekenkundig model waarmee het aantal kinderen per medewerker op elke minuut van de dag wordt berekend. Maatschappelijke stichtingen voeren het overheidsbeleid uit. Australië kwam deels terug van vraagfinanciering en kent een gecombineerd model, na nationalisering van de grootste kinderopvangorganisatie, iets wat we in Nederland moesten doen met een bank.

De regering moet kiezen.

Óf kinderopvang is vraaggefinancierd en overheid, branche en ouders trekken zich terug, behoudens de kwaliteit van medewerkers, algemene voorwaarden en veiligheid van de kinderen. Ouders kunnen dan kiezen voor uiteenlopende vormen van opvang. Regels dat gastouders alleen maar op het woonadres opvang mogen bieden, zijn gekmakend.

Óf de kinderopvang wordt weer grotendeels aanbodgefinancierd en de ‘markt’ beperkt zich tot uitvoering in een paar varianten. Wat Nederland vooral niet moet doen, is de bezuinigingen in deze vorm laten doorgaan. Het jaar 2013 moet worden gebruikt om de kinderopvang te herstructureren en weer gezond te laten worden. Het gaat om kinderen die goede opvang verdienen en ouders die in de knel komen bij het combineren van arbeid en zorg.

Jacqueline Rutjens is ouder in de kinderopvang en lid van de landelijke geschillencommissie kinderopvang.