De nieuwe verloren generatie

De werkloosheid onder vijftigplussers stijgt snel. Ze horen overal dat ze langer moeten werken, maar als ze solliciteren worden ze meestal afgewezen.

Businessman Holding Box of Personal Items --- Image by © Morgan David de Lossy/Corbis
Businessman Holding Box of Personal Items --- Image by © Morgan David de Lossy/Corbis © Morgan David de Lossy/Corbis

Ze is 54 en beschrijft haar situatie als zweven boven een ravijn. Een half jaar geleden verloor ze haar baan. Sollicitaties hebben nog niet geresulteerd in een gesprek. Van de meeste uitzendbureaus waar ze zich inschreef, hoort ze nooit meer iets. Ze teert nu al maandelijks in op haar spaargeld en over twee jaar loopt haar WW-uitkering af. In gedachten heeft ze zichzelf al zien slapen in dozen, onder bruggen. Een tijd lang ervaarde ze uitzichtloosheid, nutteloosheid, jaloezie. Op tweeverdieners bijvoorbeeld: die hebben twéé banen, zij niet een. En dan leest ze dat de overheid mensen aanspoort langer te blijven werken. „Dat geeft je het gevoel dat je een oplichter, een uitbuiter bent. Een tweederangsburger.”

Hier en daar staan ze al te boek als de nieuwe ‘verloren generatie’: vijftigers zonder baan. Hoewel het percentage werkloze jongeren hoger is, zijn de vooruitzichten van de werkloze vijftigers somberder. De pensioenleeftijd schuift almaar verder omhoog. Het ontslagrecht wordt versoepeld zodat werkgevers makkelijker van hun dure vijftigers af kunnen. De duur van de WW-uitkering wordt verkort en de ‘zelfstandigenaftrek’ mogelijk beperkt, ten nadele van oudere werklozen die voor zichzelf beginnen. Slechts 2 procent van de vacatures wordt ingevuld door een 55-plusser, blijkt uit cijfers van uitkeringsinstantie UWV. Net als vorig jaar heeft het UWV november uitgeroepen tot ‘actiemaand 55+’ met drie ‘inspiratiedagen’ voor werkloze 55-plussers.

Voor werkloze jongeren kan het tij nog keren, voor werkloze vijftigers daalt de kans daarop per maand. Intussen hebben ze vaak wel huizen en studerende kinderen. Zoals Leendert Fortuin (51), tot voor kort directeur-partner van een consultancybedrijf. Hij gaf leiding aan ruim honderd specialisten die hij detacheerde bij gemeenten. De markt stortte volledig in, hij raakte zijn bedrijf kwijt. Recht op een uitkering heeft hij niet. Als generalist en vijftiger acht hij zichzelf bij voorbaat kansloos voor banen in loondienst. Na een korte opleiding bij een Amerikaanse meubelmaker wil hij proberen houten designobjecten in de markt te zetten.

Lang niet allemaal willen ze met hun naam in de krant. Baanloosheid is toch „lichtelijk stigmatiserend”, zegt een 53-jarige journalist die ruim drieënhalf jaar op zoek is naar werk. Toen zijn WW-uitkering afliep, verkocht hij voor 11.000 euro zijn auto, maar dat geld raakte ook op. Sinds een half jaar kan hij zijn hypotheek niet meer betalen. Hij deed logistiek werk in een magazijn, maar kreeg na een maand te horen dat hij niet gemotiveerd genoeg was. „Het allerlulligste baantje. Veel dieper kun je niet zinken. En dan zeggen ze ook nog dat je er niet geschikt voor bent.” De bank gaf hem telefonisch de opdracht zijn huis te verkopen, maar hij heeft net weer even werk gevonden. Via uitzendbureau Ervaren Jaren werkt hij bij een callcenter, voor 9 à 10 euro per uur.

Werkloze vijftigers lezen in de krant dat ‘we’ ouder worden, langer fit zijn, langer kunnen werken. Ze willen dat ook graag. Maar ze ervaren dat ze keer op keer worden afgewezen. Ze zijn duurder dan jongeren, ook als ze hun salariseisen naar beneden bijstellen. Bij sollicitaties krijgen ze de vraag of ze wel willen werken onder een jongere leidinggevende. Bij uitzendbureaus horen ze dat ze hun cv moeten aanpassen, zich moeten voordoen als lager gekwalificeerd. Ze kennen de vooroordelen: minder flexibel, eigenwijzer, vaker ziek. Ze zeggen dat ze zich ook wel kunnen voorstellen dat werkgevers liever „een knul van 30” nemen dan „een vent van in de vijftig”.

Volgens Geert-Jan Waasdorp van het adviesbureau Intelligence Group maken vijftigers ook fouten, zo schrijft hij in drie artikelen op het internetmagazine Managersonline. Ze zouden vaak te lang wachten met serieus op zoek gaan, niet goed weten hoe de huidige arbeidsmarkt werkt, te vaak onvoorbereid op gesprek komen, niet in zichzelf geïnvesteerd hebben en te veel leunen op loopbaanadviseurs en job coaches. Deels erkennen werkloze vijftigers zulke verwijten. Sommigen zeggen dat ze zich eerder hadden moeten laten omscholen. Dat ze zich misschien toch in de sociale media hadden moeten verdiepen.

Aan de andere kant merken ze dat ‘reïntegratietrajecten’ weinig uithalen. Die bestaan vooral uit bezinning op ‘wat wil ik en wat kan ik’, mailt een sociaal-wetenschappelijk onderzoeker van 52, twee jaar geleden wegens bezuinigingen ontslagen op zijn universiteit. „Misschien heel fijn voor een jonge werknemer die een carrièreswitch wil maken, maar niet geëigend voor een oudere werknemer die weet wat hij wil en kan en graag zo snel mogelijk weer aan de slag wil.”

Sommigen lukt het. Marijke (58) uit Nijmegen verloor deze zomer bij een reorganisatie haar baan in de welzijnssector. Binnen vier maanden had ze weer werk, zij het tijdelijk. Via haar netwerk, en na een outplacementtraject dat haar leerde dat nog maar 20 procent van de vacatures openbaar is. De rest gaat via via. „LinkedIn is belangrijk. Een up to date cv. Een goede profielfoto. En je moet zoeken naar mogelijkheden om op mensen af te stappen. Het kost heel veel energie. Ik vind werkloosheid bijna stressvoller dan werk.” Aan de ‘werkcoach’ van het UWV had ze niets. „Dat is een digitaal iemand. Zo onpersoonlijk.” Ze ontdekte dat oudere, hoger opgeleide werkzoekenden in veel steden regelmatig bij elkaar komen onder de naam Talent Plus. Dat bleek wel nuttig. „Je helpt gewoon elkaar.”

Straks moet het huis nog worden verkocht

Willem Brouwer (58) uit Lelystad is salarisadministrateur. Zijn laatste baan, bij een woningcorporatie, raakte hij kwijt wegens een ‘onoverkomelijk verschil van inzicht’. Sinds bijna drie jaar is hij op zoek naar een nieuwe baan. Zijn vrouw doet administratief werk bij de gemeente. Zijn zoon van 26 werkt bij het leger, zijn dochter van 27 is net klaar met een hbo-opleiding. Ook zij zoekt werk.

„Je krijgt drie jaar WW, voor mij is dat bijna voorbij. Ik heb geen recht op bijstand omdat mijn vrouw werkt. De helft van ons inkomen verdwijnt, misschien moeten we ons huis verkopen.

„In het begin deed ik tien tot twintig sollicitaties per dag de deur uit. Op negentig procent hoor je nooit iets terug. De eerste tijd heb ik twee keer een gesprek gehad, daarna niet meer. Desnoods ga ik kranten rondbrengen. Ik moet wat.

„Mijn dochter krijgt te horen dat ze geen ervaring heeft. Ik heb die wel, maar die is dan weer te eenzijdig. Als ik een ander softwarepakket beheers dan wordt gevraagd, houdt het al op. Je komt niet eens tot een gesprek. Alsof ik niet meer zou kunnen bijleren.

„Een werkgever is niet gemotiveerd om je als oudere in dienst te nemen. Je krijgt vaak te horen dat je niet past in het team. Hoe weet u dat, zegt ik dan, u heeft me niet eens gezien.

„Ik probeer regelmaat in mijn leven te houden. Ik ben net gestopt met buurtwerk, de gemeente trok de subsidie in. De tuin is klaar, het wordt winter. Ik doe het huishouden. Een groot deel van de dag zit ik toch achter de pc om te kijken of er iets is. Laatst ben ik met mijn dochter nog een paar uitzendbureaus afgegaan. Er was er een die niet eens verder wilde praten. Die gewoon zei: we hebben niets, doei. Dan houdt het op.”

In drie jaar tijd geen dag ziek geweest

Eugenie Ketting (52) uit Almere heeft sinds haar studie Franse Taal- en Letterkunde altijd gewerkt als directiesecretaresse en office manager. Ze is onlangs gescheiden en heeft kinderen van 18 en 19; de oudste studeert en is uit huis, de jongste zit op het vwo. Begin dit jaar raakte ze haar baan kwijt.

„Ik heb een groot netwerk en volg de jobs op Twitter, Facebook en LinkedIn. Ik ben vrijwilliger bij Humanitas en heb bestuursfuncties bij de Wereldwinkel D66 Almere. Maar ik wil wel betaald werk hebben, niet afhankelijk worden van mijn ex-man. Ik woon nu nog in mijn oude huis maar dat gaan we te koop zetten.

„Mijn laatste baan bij een hogeschool eindigde na anderhalf jaar, mijn contract werd niet verlengd. Tot nu toe heb ik gesprekken gehad voor vijf banen waarvan één me echt aansprak. Helaas werd ik het niet.

„Door de crisis zijn er weinig banen, iedereen blijft zitten waar hij zit. Sommige uitzendbureaus schrijven je niet eens in. Of ze zeggen dat mijn profiel niet bij een bepaalde baan past, terwijl die baan precies overeenkomt met mijn laatste werk.

„Bij uitzendbureaus werken doorgaans wat jongere mensen die niet snappen dat vijftigers fitter zijn dan vroeger – ik ben de afgelopen drie jaar geen dag ziek geweest – en dat het handig is dat ze niet meer zwanger worden. Ze denken: die oude mensen, wat moet je ermee.

„Mijn loopbaancoach helpt me niet zoals ik had verwacht. Ik dacht dat het outplacementbureau actief zou bemiddelen bij bedrijven waarmee ze contact hebben. Dat doen ze niet. Ze nemen door wat je sterke punten zijn, laten je zelf formuleren wat voor baan je zou willen en raden aan je eigen netwerk aan te boren.”