De kleinste spierscheurtjes komen aan het licht

Drie weken na een marathon hebben amateurlopers geen spierpijn meer, maar hun spieren zijn dan nog niet helemaal hersteld. Dat ontdekte Martijn Vroeling van de Technische Universiteit Eindhoven nadat hij samen met wetenschappers van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam de techniek had verbeterd om complexe spiergroepen gedetailleerd in beeld te brengen. Vandaag promoveert Vroeling in Eindhoven.

Met het onderzoek aan de vijf marathonlopers wilde hij bekijken hoe krachtig de verbeterde techniek is. Voor het eerst is het mogelijk zeer kleine spierbeschadigingen te zien. De scan heeft een resolutie van 2 millimeter, „genoeg voor de meeste spieren”, zegt Vroeling aan de telefoon.

De nieuwe techniek maakt het ook mogelijk de architectuur van complexe spiergroepen goed in beeld te brengen, zoals die van de bekkenbodemspieren hierboven. Met zulke beelden is bijvoorbeeld een baarmoederverzakking beter te diagnosticeren.

„We hebben ervoor gekozen om te werken met de bestaande MRI-apparatuur die standaard in alle ziekenhuizen aanwezig is”, zegt Vroeling. De truc zit hem in een wiskundige bewerking van een reeks gebruikelijke zwartwit-MRI-opnamen, waarop de spieren nog gewoon in grijstinten te zien zijn.

De nieuwe software detecteert de beweging van watermoleculen die makkelijker in de lengterichting van de spiervezels reizen. In beschadigde vezels gaan de watermoleculen anders bewegen. Door ruis te onderdrukken en door signalen uitgekiend te wegen, is het mogelijk die richtingsafhankelijke informatie te filteren. De verschillende kleuren geven de mate van de diffusie van het water in verschillende richtingen aan.