De haring schuilt in zijn onzichtbaarheidsmantel

Van dichtbij en met een felle lamp erop zie je de haringen in Diergaarde Blijdorp gemakkelijk wervelen. Maar een roofvis die in zee onder of langs een haring zwemt, merkt zo’n visje amper op. De geschubde haringhuid weerkaatst het invallende licht zo naturel, dat hij bijna als onzichtbaarheidsmantel fungeert.

In het lab nagemaakt zou de vernuftige structuur van die huid ledlampen kunnen verbeteren en glasvezels efficiënter kunnen maken. Dat schreven biofysici uit Bristol vorige week in Nature Photonics.

Het geheim van de vissenhuid schuilt in een stapeling van twee typen kristallen. Elk van die minieme ‘guaninekristallen’ gedraagt zich zoals zulke reflecterende oppervlakken in het algemeen doen. Vanaf een zekere hoek, de Brewsterhoek, weerkaatsen ze uitsluitend licht met een bepaalde polarisatie. Licht dat in andere richtingen gepolariseerd is, laten ze passeren. Met twee gevolgen: het weerkaatste licht is zelf gepolariseerd én het vlak weerkaatst minder. Een beetje roofvis zou een haring er zo gemakkelijk uitpikken.Maar de uitgekiende kristalstapeling voorkomt dat. Die zorgt ervoor dat niet langer één Brewsterhoek is aan te wijzen. Van alle kanten bekeken weerkaatst het visje evenveel licht dat bovendien net zo is gepolariseerd als het achtergrondlicht dat door het water schijnt. Zelfs een roofvis met ogen die polarisatie herkennen, wordt zo misleid.