Dat duo? Het is een roverspaar

Toch verschenen: het derde deel van de Gerard Reve-biografie. Over de neergang van een van Nederlands grootste schrijvers.

Redacteur Boeken

Op 7 augustus 2000 waren Gerard Reve en zijn partner Joop Schafthuizen 25 jaar samen. In hun Belgische woonplaats Machelen-aan-de-Leie gaven ze een borrel voor de schaarse kennissen die ze nog over hadden. ’s Ochtends kwamen er bloemen van uitgeverij Veen. „Hebt u al 25 jaar een zaak?” vroeg de bezorgster. „Min of meer”, bevestigde Schafthuizen. Deze anekdote, die de relatie tussen de al dementerende schrijver en Matroos Vos ten voeten uit tekent, is afkomstig van Nop Maas. Als beoogd biograaf was hij een van de genodigden. In het nu tegen de wil van Schafthuizen verschenen slotdeel van zijn biografie Kroniek van een schuldig leven komt Reves weduwnaar en zaakwaarnemer naar voren als een ordinaire geldwolf die de volledig van hem afhankelijke ‘volksschrijver’ exploiteerde, kwelde en mishandelde.

Het zou Maas tekort doen De late jaren 1975-2006 te beschouwen als een verslag van de relatie tussen twee aan drank, pillen en seks verslaafde oude nichten, maar veel wezenlijkers is er niet te melden over die laatste drie decennia van Reves leven. En wat er wel te vertellen valt, over het in deze periode verschenen werk, zijn ruzies met uitgevers, racistische uitspraken en andere provocaties, is al grotendeels per snipper papier door Schafthuizen te gelde gemaakt. Tegelijkertijd: het is te prijzen dat Schafthuizen, die op zijn 27ste met de 25-jaar oudere, op zijn werk gefixeerde schrijver ging samenleven, het zo lang met de verslaafde en soms agressieve neuroot Reve uithield. Waarom zou hij aan al het sloven niet wat mogen overhouden, zoals zo veel huisvrouwen die hun kostwinner overleven?

Maas beschrijft hun turbulente relatie ingetogen, als scènes uit een traditioneel huwelijk waarin de ongelijkwaardige partners niet met elkaar, maar ook niet zonder elkaar kunnen leven. Reve kon niet schrijven als Schafthuizen in de buurt was, maar werd nog wanhopiger als hij soms tijdelijk verdween. In brieven aan vrienden noemde hij Matroos ‘een geschenk des hemels’ en ‘de troost van mijn late leven’ – zij het wel dat Schafthuizen alle inkomende en uitgaande post en andere schrijfsels van Reve controleerde.

Op seksueel gebied lieten de twee elkaar min of meer vrij. Reve mocht zijn op masturbatie gerichte ‘ideeënseks’ uitleven. Schafthuizen hield er zijn eigen geliefden op na en mocht zich vergrijpen aan minderjarige jongetjes. Het is indertijd allemaal breed uitgemeten in de media. Ook Maas’ beschrijvingen van de sadomasochistische verhouding tussen de twee, hun zuip- en knokpartijen, het decorumverlies, de onsmakelijke ruzies met derden zijn bekend. De klacht van Schafthuizen dat zijn dertig jaar lange relatie met Reve door Maas wordt gereduceerd tot ‘erotiek, drank en geld’ is dus onbegrijpelijk. Zijn poging deel 3 door de rechter te laten verbieden is weliswaar mislukt, maar het blijft idioot dat hij het boek twee jaar heeft kunnen tegenhouden en dat Maas in de tekst heeft moeten schrappen. Zo zijn alle geldbedragen die Schafthuizen namens Reve binnensleepte aan voorschotten, royalties, filmrechten, radio- en tv-optredens, interviews, brieven, et cetera vervangen door sterretjes.

Het constante gerinkel van de kassa was in de vorige delen ook al aanwezig. Reve bleek een groter schraper dan de hele misselijkmakende middenstand bij elkaar. Maar onder Schafthuizen, aan wie Reve het beheer over al zijn bezittingen gaf, werd de winkel een louche zaak. Renate Rubenstein, die kort met Reve correspondeerde, constateerde: ‘Dat duo, het is een roverspaar.’ Schokkender dan de geldzucht van het duo was dat media grif betaalden voor een paar racistische of anderszins diffamerende citaten van de beroepsprovocateur. K.L Poll, chef kunst van NRC Handelsblad, gaf Reve in 1985 zelfs een honorarium voor een ingezonden brief.

Naarmate Reve ouder, zieker en afhankelijker werd, overheerste het gezeur over geld zijn andere problemen. De vereenzaamde schrijver stierf na een lange lijdensweg in 2006 in een verpleegtehuis, waar hij dagelijks bezocht werd door Schafthuizen, die hij niet meer herkende. Een tragisch einde van een niet zozeer schuldig als wel diep gekweld leven.

Maas heeft dat leven adembenemend beschreven. Behalve de gecensureerde passages blijft niets ons bespaard en daarvoor verdient hij alle lof. Wel is het zo dat Maas’ eigen rol nogal schimmig blijft. Aan het slot van deel 3 treedt hij ineens op als ‘ik’. Dan blijkt dat hij regelmatig te gast was bij Reve en Schafthuizen, wat eerder niet vermeld werd. Waarom hij van Schafthuizen koffers vol documenten meekreeg, terwijl andere kandidaten werden afgepoeierd, komen we niet te weten. Ook stelt het teleur dat we na zo’n diepgravende studie, die tegelijk een 20ste-eeuwse cultuur- en ideeëngeschiedenis omvat, in een vier pagina’s tellende Nabeschouwing lezen dat alles wat Reve heeft voortgebracht terug is te voeren op zijn communistische jeugd. Reve zelf eiste van een biografie ‘dat wij door kennis van leven en persoon van een auteur diens werk zuiverder en vollediger kunnen waarderen.’ Maas doet niets minder dan dat.

Nop Maas: Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. Deel 3. De late jaren (1975-2006). Van Oorschot, 781 blz. € 35,– (pap.), € 49,90 (geb.) ****