Welke woningmarktlobby wint nu?

De lobby rond de woningmarkt is sterk. De afgelopen maanden zijn vele hervormingsplannen gelanceerd, net op tijd voor de formatie.

De eerste woningmarktmaatregelen uit het regeerakkoord zijn al uitgelekt. De hypotheekrenteaftrek wordt vermoedelijk ook voor bestaande gevallen beperkt, ter compensatie wordt de hoogste belastingschijf verlaagd van 52 naar 49 procent. Maar wat VVD en PvdA verder met de koop- en huursector willen, is nog onduidelijk. Terwijl juist voor de woningmarkt de afgelopen maanden zwaar is gelobbyd, vooral voor hervormingen. De ene gelegenheidscoalitie had zijn plan nog niet gepresenteerd of de volgende stond al klaar. Logisch: de sector ligt plat en het gaat om veel geld.

Nu is het oogsttijd. Wie ziet zijn belangen straks wel behartigd in het nieuwe regeerakkoord en wie niet? Hoe is er gelobbyd?

1 Zonder dinertjes en zonder verrassingenDe woningmarkt hervorm je niet met parelhoen en Chardonnay. „De tijd van luxueuze dinertjes is voorbij”, zegt Marc Calon, voorzitter van corporatiekoepel Aedes. „Echt onzin. Heeft niemand tijd meer voor.” Beter is om gewoon op de koffie te gaan. „En telefoon en e-mail doen wonderen”, zegt Ronald Paping, directeur van de Woonbond.

Nog zo’n misverstand: onderhandelen via de media. „Niet doen”, zegt Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland „Je kunt je plan niet zo in de krant zetten als niemand erop is voorbereid.”

2 Op tijd begonnen – en toch nog ingehaaldWie na de verkiezingen gaat lobbyen is te laat. Lobbyen begint vóór het schrijven van verkiezingsprogramma’s – en liefst nog eerder. Zo gaat het hervormingsplan Wonen 4.0 uit mei 2012 terug tot de vorming van het kabinet-Rutte I, in oktober 2010. „We zijn na de vorige verkiezingen begonnen”, zegt Rob Mulder, directeur van de Vereniging Eigen Huis, een van de partijen achter het plan. „Door de kabinetsval moesten we nog haasten.” Zeker toen een deel van het plan al uitlekte. In perscentrum Nieuwspoort in Den Haag bleken geen zalen meer vrij. Inderhaast werd maar een persconferentie belegd in grand café Dudok tegenover het Binnenhof.

3 Er zijn brede coalities gesmeedLobbyen doe je bij voorkeur samen met je concurrenten. Hoe breder de coalitie, des te groter je kansen. D66-Kamerlid Kees Verhoeven noemt Wonen 4.0 „ een schoolvoorbeeld”. „Dat zijn de gezamenlijke wensen van huurders, kopers, corporaties en makelaars. Daar kun je als politiek niet zomaar omheen. Al hoef je niet alles één op één over te nemen.”

Economen Lans Bovenberg en Dirk Schoenmaker stelden in januari een manifest op en stuurden het naar 24 vakgenoten. „Meestal zitten economen elkaar in de haren, maar dit moet lukken, dachten wij”, zegt Bovenberg. „We kregen veel reacties, hebben de tekst aangepast en teruggestuurd met de boodschap take it or leave it. Uiteindelijk hebben 22 van de 24 getekend.”

4 De juiste argumenten op het juiste moment„Je moet geen kletspraatjes rondstrooien”, zegt Calon van Aedes, „want dan word je zó weggespeeld. Het gaat om goede argumenten die je ook kunt onderbouwen.” Kamerlid Verhoeven: „Het gaat niet alleen om wensen, ook om feiten en cijfers. Een goede lobbyist is nooit te beroerd om uit te zoeken hoeveel bouwbedrijven failliet zijn gegaan, of hoeveel corporatiewoningen in welke prijsklasse zitten.” Brinkman: „De rekensommen en onderzoeken wissel je als partijen onderling ook uit. Daar moet je een beetje professioneel in zijn.” Pieken op het juiste moment is ook van belang. PvdA-Kamerlid Jacques Monasch „Sommige partijen houden in de gaten wanneer de debatten zijn en komen vlak daarvoor met hun ideeën.”

5 De juiste personen bezocht, maar niet te vaak„Het klinkt hard, maar aan Kamerleden heb je niets”, zegt Calon van Aedes. „Die zitten niet aan tafel bij de formatie. We zijn deze week wel op bezoek geweest bij de voorzitter van de FNV, Ton Heerts, en bij Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank. Want die schoven deze week wel aan bij de formatie.” Ook langs ambtenaren gaan, helpt. „Maar niet te vaak”, zegt Mulder van Eigen Huis – zelf jarenlang topambtenaar. „Daar hebben ze een hekel aan. Bovendien moet je altijd iets kunnen bieden. Lobbyen is geven en nemen.”

6 En straks niet zeuren als het allemaal tegenvalt„Nooit je handje ophouden”, zegt Paping. „Niet jammeren”, zegt Calon. „Geen dreigende taal”, zegt Brinkman. „Te sterk willen beïnvloeden kan ook averechts werken”, weet VVD-Kamerlid Betty de Boer. „Veel bijvoeglijke naamwoorden gebruiken of anderen besmeuren, dat werkt niet.” Paping: „Soms denken mensen dat je met lobbywerk kunt toveren. Dan neem je de andere partij niet serieus. Uiteindelijk maken mensen toch hun eigen afweging.”