Wanders Wonderland

Marcel Wanders kreeg carte blanche bij het inrichten van het Andaz-hotel in Amsterdam. ‘Het moet chaotisch en doorleefd zijn.’

Het restaurant in de lobby; de zwarte houten kast is op maat gemaakt in Oostenrijk.
Het restaurant in de lobby; de zwarte houten kast is op maat gemaakt in Oostenrijk.

Ze zullen weten dat ze in Amsterdam zijn, die preutse buitenlanders. De langbenige dame op de huizenhoge muurschildering in de tuin is omringd door aansporingen als ‘Eat me’ en ‘Drink me’, en linksboven prijkt een al dan niet hallucinogene paddenstoel. Bij het lichtknopje in de wc staat ‘Red Light District’.

Dat is ook de opzet van dit nieuwe Amsterdamse hotel: er mag geen misverstand bestaan over het feit waar ter wereld de gast zich bevindt. Het is een globale hoteltrend: exit mondiale eenheidsworst, welkom regiogevoel. Vandaar de klompen aan de muren, de foto’s van Anne Frank, het behang dat vol staat met citaten over de Nederlandse geschiedenis (van Spinoza, Vondel en Theo Thijssen tot het ‘Ieder nadeel heb zijn voordeel’ van Johan Cruijff). In de wastafelmeubels (eigentijdse, betonnen interpretaties van de typische Nederlandse bolpoottafels uit de Gouden Eeuw) is de naam ‘Amsterdam’ gebeiteld, met de drie Andreaskruisen. De steunkleur van het hotel is Delfts blauw.

Het Andaz is de meest recente vijfsterrenaanwinst in de aanzienlijke reeks nieuwe hoofdstedelijke hotels. Het is gevestigd in de voormalige openbare bibliotheek aan de Prinsengracht, gebouwd in 1975 door De Klerk (die ook het Sonesta en het Marriott ontwierp), en sinds enige jaren officieel een monument. Wat betekent dat er aan de gevel nauwelijks iets mag worden veranderd. De Andaz-hotels zijn onderdeel van de Hyatt Group. Er zijn al Andaz hotels in onder andere Londen, New York, Shanghai en Los Angeles en voor de komende jaren staan er nog een tiental wereldwijd gepland. De Andaz-hotels moeten vooral een jonge en trendy doelgroep aanspreken.

Enter Marcel Wanders, Neêrlands beroemdste en coolste designer, met een grote internationale groep fans onder de beoogde doelgroep. Wanders deed al eerder hotels (onder andere Lute in Ouderkerk aan de Amstel en Mondrian South Beach in Miami), maar in dit geval is hij ook mede-eigenaar van het gebouw. „Het is erg verhelderend om ineens je eigen opdrachtgever te zijn”, zegt Wanders. „Je past bijvoorbeeld veel beter op je budget.”

Wonderland

De ontwerper kreeg/nam carte blanche, waardoor het hotel een waar Wanders Wonderland is geworden, met overal de eigen, exuberante ontwerpen – van meubels tot bestek en van tapijt tot behang. Wanders: „Ik houd niet van interieurs die er te nieuw, te gelikt of bedacht uitzien; het moet een beetje chaotisch en doorleefd zijn en lekker vol, alsof het jaren heeft geduurd het allemaal bij elkaar te verzamelen.”

Leuk zoekplaatje is om Wanders’ eigen hoofd te vinden, want dat zit overal op en onder verstopt, in de lift, op het behang, de servetten, onderzetters, lampenkappen. Keizer Julius Caesar deed dat ook al, net als de De Medici familie en Napoleon. Dus waarom niet?

Je moet een Wandersliefhebber zijn om het hotel op waarde te kunnen schatten. Wat onverlet laat dat het hotel nogal wat bijzondere en vernieuwende elementen heeft. Zo is er geen centrale incheckbalie meer, maar loopt het personeel rond met iPads waarop het inchecken (en zoveel andere dingen) kan gebeuren. Nieuw (en volgens Wanders, afgekeken van hoe het op internationale vliegvelden toegaat) is dat alles in de lobby naadloos in elkaar overloopt (bar, café, restaurant, lounge, bibliotheek) en dat je ook overal kunt eten en drinken, op alle tijden van de dag en avond, de een knabbelend aan een croissantje met cappuccino terwijl de ander achter een steak frites en een fles wijn zit.

Ook het idee achter de uniformen (ontworpen door twee jonge Amsterdamse ontwerpers) komt uit de vliegwereld; net als stewardessen krijgen de medewerkers een keuzepakket aan broeken, jasjes, shirts, blouses, overhemden en rokken, die ze naar eigen inzicht kunnen combineren. Ook is er een nieuwe categorie kamers: naast ‘vue tuin’ en ‘vue gracht’, zijn er kamers met uitzicht op de torenhoge lobby, waar een keur aan lampen een sterrenhemel nabootst.

En dan de kunst. Nergens hangt de gebruikelijke hotelkunst, sterker, er hangt überhaupt geen kunst. Er is louter videokunst te zien, op enorme schermen in de lobby, in de gangen, op kleine televisietjes opgehangen in klassieke kroonluchters en ook op de televisies in de kamers. Nog in de planning: bijen op het dak voor huisgemaakte hotelhoning, een fietsenmaker in de kelder (met gratis leenfietsen) en nog zowat verrassingen. Aanstaande maandag, 29 oktober, gaan de deuren open. Een nieuwe hotspot is geboren.

www.amsterdam.prinsengracht.andaz.com