Voedingsindustrie presteert goed buiten Europa

Hoe minder afhankelijk van Europa, hoe beter de bedrijven in de voedings- en levensmiddelen- industrie presteren.

Alweer wist Unilever beleggers en analisten te verrassen. In de zomer maakte topman Paul Polman al glunderend bekend dat de groei van de Brits-Nederlandse voedings- en levensmiddelengigant in de eerste zes maanden van 2012 11,5 procent bedroeg. En afgelopen donderdag kon hij aan dat eerste half jaar een succesvol derde kwartaal toevoegen, waarin Unilevers omzet met 10,3 procent steeg tot 13,4 miljard euro. „De groeicijfers hebben bij Unilever geen eenmalig karakter”, constateert Richard Withagen, analist van SNS Securities. „Ze zijn gewoon heel goed bezig.”

De afgelopen twee weken gaven een aardig inkijkje in de wereldwijde voedingsmiddelenindustrie, aangezien vrijwel alle bedrijven hun kwartaalcijfers presenteerden. Het grootste voedingsmiddelenconcern ter wereld, het Zwitserse Nestlé, en ’s werelds grootste yoghurtproducent Danone trapten vorige week af. Deze week volgden DE Master Blenders 1753, Heineken, Wessanen, Unilever, CSM en Procter & Gamble.

Het adagium luidt: hoe minder afhankelijk van Europa, hoe beter het met het bedrijf gaat. Het door de schuldencrisis geplaagde Europa zorgt namelijk voor forse tegenvallers. Heineken verkocht overal ter wereld meer bier, behalve in West-Europa: daar daalden de verkopen met 3,1 procent. In Portugal en Griekenland zette de bierbrouwer circa 10 procent minder af. Zowel bij Heineken als bij DE is te zien dat consumenten minder buitenshuis drinken. Ook bij Danone hakt de recessie in Zuid-Europa er flink in. De omzet daalde in Spanje en Italië met meer dan 10 procent.

Van alle grote voedingsmiddelenbedrijven is Danone het meest afhankelijk van Europa: het bedrijf haalt er zo’n 35 procent van zijn omzet vandaan. Bij Nestlé is dat circa een kwart van de omzet, bij Unilever grofweg tussen de 25 en 30 procent.

De voedingsindustrie kampt al tijden met stijgende grondstofprijzen en sterke concurrentie. Dat is niet veranderd. Unilever laat weliswaar een groei van 5,9 procent zien (als de overnames en wisselkoerseffecten niet worden meegerekend), maar als je alleen naar de voedingstak van de multinational zou kijken, geeft dat een heel ander beeld.

In het derde kwartaal van dit jaar namen de verkopen en de volumes van deze divisie af, respectievelijk met 0,4 en 1,4 procent. De groei zit bij Unilever in de persoonlijke verzorgingsproducten (shampoo, deo en tandpasta), huishoudelijke artikelen (was- en schoonmaakmiddelen) en in de ‘verfrissingstak’, waar de frisdranken en Magnumijsjes onder vallen. In de opkomende markten als Azië en Latijns-Amerika groeide Unilever met 12 procent.

Daarmee is de tegenvaller in de voedingstak gauw vergeten. Al waarschuwt Unilever wel dat de grondstofkosten blijven stijgen en naar verwachting een grotere impact op de totale omzet hebben dan eerder werd aangenomen (niet 7 tot 8 procent, maar 8 tot 9 procent).

Het Amerikaanse Procter & Gamble, één van Unilevers grootste concurrenten, presenteerde een autonome groei van 2 procent over het laatste kwartaal. Nestlé heeft te maken met een krimpende omzetgroei. In het eerste half jaar behaalde het bedrijf nog 6,6 procent meer omzet dan in dezelfde periode van een jaar eerder, na negen maanden is dat teruggelopen tot 6,1 procent.

Wie afgelopen week wist te verrassen was Wessanen, de producent van Beckers’ kroketten en de biologische voedingsproducten Zonnatura. Net als afgelopen zomer zaten de analisten er met hun inschattingen helemaal naast. Eind juli waren de resultaten vele malen slechter dan voorspeld; nu beter. In het derde kwartaal groeide de omzet van Wessanen met 1,4 procent tot 138,5 miljoen euro. Analisten waren uitgegaan van een omzet van 137,7 miljoen en een bedrijfsresultaat van 1,2 miljoen. Die bleek in werkelijkheid 3,3 miljoen te bedragen. Vooral in de supermarkten doen de producten van Wessanen het goed. In de natuurvoedingswinkels daarentegen was sprake van een omzetdaling en een negatief bedrijfsresultaat.

Bij CSM, ’s werelds grootste leverancier van bakkerijproducten en producent van melkzuurtoepassingen, daalde de omzet met 2,7 procent, als gevolg van hogere prijzen (0,7 procent) en lagere volumes (-3,4 procent).

Analist Marco Gulpers van ING tempert de jubelstemming rondom de voedingsindustrie na de overwegend positieve kwartaalcijfers. „We hebben nu wel veel groeicijfers gezien, maar over de marges horen we niets. We zien wel dat de prijzen behoorlijk onder druk staan, en dan proberen bedrijven door middel van promoties hun volumes op peil te houden.” Wat de impact van die prijsacties op de marges is, waarschuwt hij, weten we nog niet.