Verdriet

Is het Limburg? Is het de VVD? Is het de regio? Is het Nederland? Of is het gewoon heel erg menselijk? De schandalen en schandaaltjes in het lokaal bestuur die de afgelopen weken als vallende dominostenen door de media raasden, veroorzaakten vooral verbazing: waar kwam dit opeens vandaan?

Roermond, Den Helder, Heumen, Lingewaard, Lansingerland – alsof we met de grote wereld niet genoeg te stellen hebben. Zijn we eindelijk klaar om de Europese uitdaging het hoofd te bieden, implodeert de boel achter onze rug.

Ineens werd het verdriet van Nederland zichtbaar, leek het – belangenverstrengeling, of de schijn ervan, vriendjespolitiek, valsheid in geschifte, te hoge declaraties, valse declaraties. En dat alles binnen die vertrouwde, oer-Hollandse sfeer van leut en laster, valse beschuldigingen, intimidatie en bedreiging.

Op het nieuws ineens niet meer de lachende, fris gestileerde hoofden van onze landelijke politici, maar de hangende gezichten van lokale grootheden, die getergd van zich afbeten of deemoedig door het stof gingen. De snor – landelijk geldt die als een teken van een verkeerd soort getapt provincialisme, lokaal, weten we nu, is het een bewijs van gewortelde authenticiteit. En dan is er nog wat ik de ambitie van de bril zou willen noemen. Je kunt er blind op varen: des te moderner het montuur op zo’n alledaags hoofd, des te grandiozer de bestuurlijke dromen.

En geen van die gevallen blijkt een incident. De burgemeester is al eerder betrapt op fout declareren, de integriteit van de wethouder is onlangs nog onderzocht. Het mooiste voorbeeld van het cyclische karakter van deze ontsporingen is de zaak Jos van Rey, VVD-senator en geliefd wethouder te Roermond. Deze maakte naam door zijn strijd tegen de corrupte ons-kent-onscultuur van het Limburgse CDA en slaagde erin, gedreven door tomeloze werkdrift en ambitie, die binnen een paar jaar te vervangen door een corrupte ons-kent-onscultuur van de Limburgse VVD. Al moeten we natuurlijk niet oordelen voordat de rechter gesproken heeft.

In Nieuwsuur vroeg Twan Huys vertwijfeld aan een man van BING, het bureau dat de integriteit van bestuurders onderzoekt, waar al dat miezerige gesjoemel vandaan kwam. Huys, die zich de afgelopen weken enthousiast heeft verdiept in het grote werk („dat geld is verbrand op het strand’’), kon niet begrijpen wat de lol was van een onterecht gedeclareerd etentje – wie ging voor zoiets zijn carrière op het spel zetten? De man van BING bleef het antwoord schuldig.

De afgetreden burgemeester van Lingewaard, Harry de Vries (CDA), wist het zelf ook niet. Ja, hij zat fout. Maar: „Ik heb mezelf niet willen verrijken. Niemand zet zijn baan op het spel voor een paar honderd euro.”

Onthullend. Want dat is natuurlijk precies wat hij wel gedaan heeft. Hoe moeten we dat zien? Is de burgemeester te vergelijken met een kleptomaan – een welgestelde vrouw die bij de Hema goedkoop ondergoed onder haar bontjas stopt – gewoon omdat het kan? De Vries was in Gelderland ooit plaatsvervangend commissaris van de koningin, maar nu was hij weer gewoon burgemeester van Lingewaard. Regels en rapporten, vergaderen en voorzitten, toespreken en toehoren, in die bestuurlijke woestijn geeft een gemanipuleerde declaratie al een enorme kick, een gevoel van gevaarlijk leven.

Lokaal besturen is vaak gruwelijk saai – de meesten willen dan ook eigenlijk meer, hoger en heftiger. En als het niet voor de stad of gemeente is, dan maar voor zichzelf. Vervelend dat al die regels in de weg zitten – of anders die eeuwig mekkerende raadsleden. Op een gegeven moment verlies je je geduld.

In al die rapporten en aanklachten valt steeds hetzelfde woord: zonnekoning. Hautain, onbereikbaar, bot tegenover ondergeschikten – en naar buiten toe de schrale grandeur van dure auto’s, dure etentjes en af en toe, nu we toch onder vrienden zijn, een dure hoer. Men wil machtig zijn in een gebureaucratiseerde omgeving die dat helemaal niet toestaat. Dat wringt. Dus krijg je zonnekoningen in vergaderzalen met neonlicht, slechte koffie en ecomokken.

In het geval van zo’n Van Rey komt daar nog een vereenzelviging met de stad van herkomst bij. In het begin deed hij het voor Roermond. Uiteindelijk was hij Roermond.