Van Pablo Plak tot Beugelsdijk

Het rijke Haagse voetbal-leven is gedocumenteerd door journalist Martin van Zaanen. „Haagse bluf houdt meestal op aan de rand van de stad.”

Hoe een terloopse vraag aan de toenmalige ADO-trainer Theo Verlangen vijftien jaar later uitgroeide tot een heuse Haagse Voetbalencyclopedie van 260 pagina’s? „Ik vroeg of hij zelf een goede voetballer was geweest”, vertelt journalist Martin van Zaanen onder de luifel van ’t Goude Hooft in de Haagse binnenstad. „Verlangen ontkende. ‘Ik was meer een voetballer van Jan-pak-de- leuning’, zei hij. Ik kende die uitdrukking niet, maar volgens hem was het typisch Haags. Dat was het begin van de encyclopedie.”

Vijftien jaar sprokkelde Van Zaanen langs de Haagse velden materiaal bij elkaar voor zijn voetbalencyclopedie, die vrijdag is verschenen. „FC Den Haag-supporters van Midden Noord lieten kippen los op het veld, uniek in Nederland. Ik schreef het op onder de ‘K’, met een paar regeltjes erbij: ‘Niemand kon ze te pakken krijgen behalve Pablo Plak, zie P.’ En dan bij Plak: ‘Technische linksback, speelde in eigen strafschopgebied tegenstanders door de benen en kon goed Electric Boogie – dat had ik een keer gezien – in discotheek de Marathon, zie M.’

Marathon was ook een voetbalclub die SV Duindigt heette. Het bestuur vergaderde over een nieuwe naam, maar dat duurde vrij lang. ‘Het lijkt wel een marathon’, sprak de secretaris. Zo werd het Marathon.”

Van afdelingsclub ESDO („Eendrachtig Samenwerken Doet Overwinnen – alleen die naam al”) tot eredivisionist ADO Den Haag, van Jan pak de leuning-voetballers tot Haagse toppers als Bertus de Harder (‘de goddelijke kale’) of Aad Mansveld. „Steeds meer kreeg ik het idee dat Den Haag een unieke voetbalstad is”, vertelt Van Zaanen. „De buitenspelval is uitgevonden door een Hagenaar, Harry Dénis van HBS. Iedereen denkt dat Piet Keizer de architect is van de schaarbeweging. Niet waar, dat was Law Adam van HVV. Haagse zaakwaarnemers als Rob Jansen en Rodger Linse regelen miljoenentransfers. De Drie van Milaan [Ruud Gullit, Marco van Basten en Frank Rijkaard] zijn weggebracht door de Hagenaar Apollonius Konijnenburg. Er zijn volop Haagse topscheidsrechters geweest, invloedrijke bestuursleden ook.”

Waarom als eerste Nederlandse stad een eigen voetbalencyclopedie? „Hagenaars zullen zich erin herkennen, mensen buiten de stad kunnen ervan leren. Als je iets wilt begrijpen van de cultuur van Den Haag moet je op de voetbalvelden zijn. Het meest briljante televisieprogramma ooit is toch Koot en Bie? Wat zij hebben gedaan, is goed uit hun doppen kijken in Den Haag. Al die typetjes zie je hier rondlopen. Dokter Clavan, de Oost-Europa-deskundige, komt van de vroegere ADO-speler Mick Clavan. Staat erin.”

Van Zaanen (40) las Haagse voetbalboeken van Fred Racké en ir. Ad van Emmenes. Zijn favoriete lemma in de encyclopedie is Engels getint. „Het Wonder van Houtrust, toen Nederland voor het eerst van Engeland won, volgend jaar een eeuw geleden. Het verhaal gaat dat de Engelse aanvoerder ’s avonds na het diner terug is gegaan naar het veld, en zich op de middenstip een uur lang heeft afgevraagd waar het nou mis ging.”

De Haagse voetbaljournalist keerde terug naar die plek, vlakbij zijn ouderlijk huis, waar ooit het roemruchte Holland Sport speelde. Zoals hij historische voetbalplaatsen als café De Paap (waar ADO werd opgericht), het Malieveld of het oude terrein van VUC bezocht (met de wondertent van Karel Lotsy en de eerste lichtmasten van Europa). „Dit boek is jeugdsentiment”, zegt de oud-speler van amateurclub SV ’35.

Als supporter genoot hij van het ‘Appie Happie’-elftal van FC Den Haag eind jaren tachtig, met culthelden als Remco Boere en Joop Lankhaar. Al heet de FC nu ADO en het Zuiderpark het Kyocerastadion, nog altijd valt er genoeg te genieten. Neem de jonge verdediger Tommie Beugelsdijk. „Een volbloed Hagenaar in het eerste van ADO Den Haag, daar gaat je hart van open.”

Amsterdam (Ajax) en Rotterdam (Feyenoord) wonnen Europa Cups, Den Haag doet al jaren niet mee om de prijzen. Van Zaanen kijkt liever naar de mooie kanten van het Haagse voetbal. Weinig successen bij de profs? „Mijn theorie is dat daarom het amateurvoetbal zo floreert.” Volksclubs als ODB tegen de ‘kakkers’ van HVV of HBS. „Dat is voor mij het mooie aan het Haagse voetbal. „Ik ben iemand van details. Op m’n zesde zag ik al dat bij HVV de ouders staan met kaplaarzen en corduroy broek. Iedereen wil per se van ze winnen.”

Haagse bluf? „We staan er bekend om, maar het houdt meestal op aan de rand van de stad. Als Aad Mansveld bij het Nederlands Elftal kwam, ging hij timide in een hoekje zitten. Wesley Verhoek wist niet hoe snel hij terug moest, toen hij naar Nottingham Forest kon. Zelfs bij FC Twente was hij doodongelukkig. Gewoon heimwee. Martin Jol zat bij Bayern München en reed terug naar Scheveningen om een bakkie koffie te drinken. Marcel Koning, de Redondo van de Goffert, deed het bij NEC best goed, maar ook hij reed elke dag terug naar Scheveningen. De grote Johnny Dusbaba bedankte voor de WK ’78. Zijn vervanger in Oranje, Ernie Brandts, werd een van de helden van het toernooi.”

Er was één uitzondering. Bertus de Harder (VUC) vertrok in 1949 naar Bordeaux en speelde daar zo goed dat hij in 1999 postuum bijna werd uitgeroepen tot Speler van de Eeuw, net achter ene Zinédine Zidane. „Het verhaal gaat ook dat de treinen op zondag afremden voor het VUC-terrein. Kon de machinist kijken of Bertus nog iets moois deed.”

Het staat allemaal in de encyclopedie. En dus is het waar.

De Haagse Voetbalencyclopedie, door Martin van Zaanen. Uitgeverij Wegener. 20 euro.