Van 4,6 miljard jaar geleden tot nu

Margreet de Heer: Wetenschappen in beeld. Uitgeverij Meinema, 192 blz. € 19,50.

Striptekenaar en theoloog Margreet de Heer heeft naar eigen zeggen “een eenvoudig alfabrein”. Toch wijdde ze het afgelopen jaar aan een stripboek waarin ze de geschiedenis van de bètawetenschap verbeeldt. In 192 volgetekende pagina’s – inclusief briljante grapjes – lukt het haar om de basis van de quantumfysica uit te leggen, de menselijke evolutie, de Euclidische meetkunde en nog veel meer.

De Heer, die vandaag 40 wordt, maakte eerder al Filosofie in beeld en Religie in beeld. Haar man, striptekenaar Yiri T. Kohl, werkte mee en deed de inkleuring. Ook in Wetenschappen in beeld hebben zij veel plek ingeruimd voor wetenschapsethiek en religie. En dat alles, kondigt de uitgever aan, om door te nemen in ruim een uur.

Een uur?

“Ja, dat las ik ook. Ik schrok me rot. Ik heb het toch meer bedoeld als bladerboek, een naslagwerk. Dat je kan opzoeken: hoe zat het ook alweer met het periodiek systeem?”

Uw boek doet denken aan ‘Een kleine geschiedenis van bijna alles’ van Bill Bryson, maar dan nóg compacter.

“Dat boek was echt een voorbeeld. Ik vond het zo ontzettend leuk. Ik wilde visueel maken wat hij in woorden doet. Ik ben een enorme alfa en ik ben helemaal niet zo slim, maar ik ben wel goed in kennis opnemen en doorgeven.”

Hoe kwam u aan alle wetenschappelijke kennis?

“Internet, wat boeken thuis en mijn denktank van een paar echte wetenschappers uit mijn kennissenkring.”

Niet alles staat in uw boek. Van de evolutie van de mens behandelt u bijvoorbeeld alleen de laatste 2 miljoen jaar. Het fossiel Lucy ontbreekt.

“De evolutie van de mens is ook zo complex. Ik ontdekte tijdens het inlezen dat er heel weinig consensus is over die vroege afstamming. Ik had eerst de geschiedenis van de hele aarde verstript, dat was rechttoe, rechtaan – give or take a few million years. Maar toen begon ik aan de mens en probeerde ik al die fossielen, zoals Australopithecus, te plaatsen. Dat werd zo wijdlopig, ik dacht: laat ook maar.”

U klinkt in het boek kritisch over het wetenschapsbedrijf. Zoals over de moeizame ontwikkeling van elektrische auto’s.

“Ja, ik vind het leuk om die kritische geluiden erin te zetten. Het is echt zo: elektrische auto’s konden in de jaren zestig al gemaakt worden. Dan teken ik even een klein figuurtje.” (Een zakenman in pak scheurt een papier door en zegt ‘Anders verdienen we niks meer aan onze olie’.) “De lezer mag ermee doen wat hij wil.”

Welke rol speelt u zelf in uw strip?

“Ik ben altijd een poppetje met een zwart jurkje aan – ook in het echt trouwens. Mijn figuurtje is een schooljuffie, die heel irritant kan zijn. Ik heb heel bewust mijzelf en mijn man erin getekend. Via een vertellend figuurtje kun je een abstract verhaal beter doorgeven, omdat je dan een tweede verhaal eromheen bouwt. Maar dit is wel mijn minst persoonlijke stripboek.”

U behandelt wel het onderwerp waarop u ooit afstudeerde: de relatie tussen wetenschap en godsdienst. Bent u christen?

“Ik ben erachter gekomen dat ik agnost ben, wat expliciet iets heel anders is dan atheïst. Ik word heel moe van beide kampen: van christenen die hele wetenschappelijke theorieën afwijzen, en van atheïsten die blijven drammen dat God niet bestaat. De kern van religie is het mysterie: dat de mens te klein is om alles te kunnen bevatten. Dat vinden wetenschappers vast niet zo fijn om te horen.”

U schrijft dat wetenschappers van christenen kunnen leren. Wat dan?

“Zij stellen goede vragen. Mag je je huisdier opensnijden voor de wetenschap? Het is momenteel vooral de christelijke ethiek die een weerwoord biedt in de wetenschap. Denk ik.”

Hester van Santen