Opinie

Strafrechters moet je uit de wind houden

Oké, ‘stukmaken’ was vorige week een beetje cru, in de kop ‘Hoe slachtoffers het strafproces stukmaken’. Er waren ook nogal wat lezers die ‘hoezo dan?’ vroegen. Soms gevolgd door de geërgerde veronderstelling dat ik zeker zelf nóóit slachtoffer ben geweest. Dan had ik er wel anders over gedacht.

Mijn antwoord is dat een strafproces in de eerste plaats fair moet zijn. De verdachte is pas dader nadat de rechter diens schuld heeft vastgesteld. Niet daarvoor. Daarvoor is hij een burger die in beginsel onschuldig is. Pas na het vonnis weten we of het ook werkelijk zijn slachtoffer was. Alles ervoor is speculatie. Wat een slachtoffer is overkomen is erg en schokkend en krijgt ook mijn sympathie. Alleen, het hoeft niet relevant te zijn voor het proces.

Er komen ook feitelijk onschuldige verdachten voor de rechter. Niet vaak misschien, maar ze zijn er en ze worden niet altijd herkend. De maatstaf voor goed strafrecht is niet dat er zoveel mogelijk verdachten worden veroordeeld of slachtoffers gehoord. Maar dat het èchte verdachten schuldig verklaart. Dat is moeilijk genoeg. Binnen het huidige strafproces, met een nog bescheiden rol voor het slachtoffer veroordeelt de rechter nu al af en toe de verkeerde. Oorzaak: tunnelvisie, kettingbewijs, verkeerd gezien of niet begrepen. Noem de dwalingen maar op, Lucia de Berk, de twee van Putten, bejaardenverzorgster Ina. Ik zeg alleen dat je met slachtoffers voorzichtig moet zijn, ook om geen valse verwachtingen te wekken. Het CDA-plan om het slachtoffer pas nà de veroordeling een rol te geven, bijvoorbeeld bij de strafmaat, lijkt mij het beste idee. Dan ontstaat er in de fase van de waarheidsvinding geen extra druk op de verdachte, die er nu eenmaal zit. Rechters moeten ruimte houden. Een verdachte moet ook vrijgesproken kunnen worden. Slachtoffers reageren dan vaak boos en verongelijkt. Maar waren hun verwachtingen wel reëel? Dat zal erger worden bij een grotere rol in het proces. Hoe houden we die strafrechters uit de wind, dat is ook belangrijk. Die zijn namelijk kwetsbaarder dan je denkt. Op hen zijn ook psychologische en omgevingsfactoren van invloed. Ondanks hun training, routine en vakkennis.

Uit een onderzoek onder Israëlische rechters, die dagenlang routinezaken behandelden, bleek nota bene dat het tijdstip waarop ze beslisten de uitkomst voorspelde. Tegen het eind van de ochtend was de kans op vrijlating het kleinst. Na de lunch waren de rechters het makkelijkst. Is een hongerige rechter dus een strenge rechter? De onderzoekers (Economist 14 april) denken dat het niet zozeer om de bloedsuikerspiegel gaat, maar eerder om vermoeidheid. Wie veel zaken achtereen beoordeelt wordt moe. Naarmate de dag vordert neemt de neiging om het makkelijkste antwoord te geven toe. Over weigeringen werd namelijk korter overlegd en er werden minder woorden besteed aan de motivering. Rechters zijn net vrachtwagenchauffeurs of verkeersvliegers. Op tijd rusten en eten geven bevordert de kwaliteit en veiligheid.

Intuïtie speelt een rol bij rechterlijke beslissingen. In augustus kregen alle 2.500 Nederlandse rechters een onderzoek (Rechtstreeks no 2, Jeffry Rachlinski) opgestuurd, met het beleefde advies dit te lezen. Dat onderzoek kun je niet lezen zonder af en toe te grinniken. Ook rechters gebruiken intuïtie (mentale vuistregels) bij hun beslissingsproces. Rachlinski vindt dat niet verkeerd, maar raadt rechters dringend aan zich daarvan bewust te zijn en zichzelf steeds kritisch te ondervragen. Zo kun je de uitkomst van juridische vragen beïnvloeden door ze te ‘formatteren’. Met dezelfde casus als voorbeeld werd de ene groep gevraagd een strafmaat in maanden te bepalen. En de andere groep in jaren. De rechters die maanden oplegden kwam gemiddeld uit op 67 maanden. Terwijl de groep die in jaren rekende gemiddeld 9,7 jaar oplegde. Maar liefst 4 jaar strenger.

Onbewuste beïnvloeding komt in veel varianten. In een Duits experiment werd rechters gevraagd tussen het lezen van het dossier een dobbelsteen te gooien. Wie vaker de één gooide gaf lagere straffen dan wie vaker een zes wierp. Getallen verankeren zich onbewust, zo lijkt het. In een Canadees experiment bleek het op de zitting consequent hardop vermelden van de maximale schadevergoeding het vonnis van gemiddeld 40.000 dollar te verhogen naar 100.000 dollar. In een ander experiment werd rechters gevraagd bij welke kans op geweld een gestoord iemand beter preventief opgesloten kon worden. Rechters die in percentages moesten oordelen (keuze uit 1, 8, 26, 56 en 75 procent) kwamen uit op gemiddeld 26 procent. Rechters die met dezelfde tabel in 1 op 100, 8 op 100, 26 op 100 rekenden, waren véél voorzichtiger. Zij legden de drempel bij acht slachtoffers op honderd burgers. De lijst met psychologische valkuilen is lang. Ook rechters zijn gevoelig voor confirmation bias – het sneller overtuigd raken door informatie die een bestaand idee al bevestigd. Ook door vragen te framen kan de uitkomst worden beïnvloed. Rechters moet je dus trainen zichzelf te controleren op misleidende intuïtie. Rechters die vaak alleen ‘zitten’ zijn kwetsbaarder. De vraag welke informatie je toelaat op welk moment is dus cruciaal. Slachtoffers laten meedoen, prima, maar zo laat mogelijk.

Debat op nrc.nl/rechtenbestuur, twitter via #rechtsstaat