Op chesterfields tapas en pinchos eten 7

In Mercat wacht op de reuring die bij een versmarkt hoort.

Terwijl veel eethuizen in het ‘hogere segment’ het oordeel van Gault Millau en Michelin in spanning afwachten en ondertussen de crisis het hoofd proberen te bieden, blijkt er in de submiddenklasse nog ruimte voor nieuwe initiatieven. Zo kwam er een (Amsterdams) gehaktballenrestaurant en meldde een persbericht dat een nieuw hoofdstedelijk restaurant gasten per uur gaat factureren in een all you can eat-formule.

Eerst maar eens naar een zaak die net een paar weken open is en ook al een opmerkelijk thema heeft: Mercat, vernoemd naar Mercat de la Boqueria, de befaamde versmarkt aan de Ramblas in Barcelona. Het gebouw aan de Oostelijke Handelskade vertoont enige gelijkenis met het Catalaanse voorbeeld, al ontbeert de locatie vooralsnog de hectiek van de Ramblas. Voor de deur is de straat opgebroken en het tegenoverliggende nieuwe complex is in duisternis gehuld omdat alle appartementen nog verkocht moeten worden. Het aantal toevallige passanten mag je hier op nul stellen en in dat licht is het een wonder dat er nog een dozijn gasten op een dooie dinsdagavond de weg naar Mercat heeft weten te vinden.

De eetzaal van Mercat, een gevarieerde verzameling meubilair in hout en staal, ziet uit op een half open keuken. Aan de andere kant, onder hangende hammen en knoflookstrengen, is een bar met tapas en pinchos (kleine hapjes, vaak op een snee stokbrood gepresenteerd). De pata negra ham staat nog onaangesneden in de klem. Achter de bar kan op chesterfieldbanken gelounged worden. Tegen de entresol zijn trefwoorden als paella, croquetas en calamares geschreven in neonletters, vooralsnog is dat licht gedoofd. „Het bleek te fel”, weet het enige lid van de zwarte brigade.

We starten met tapas en pinchos (3,50 euro per stuk). De kwaliteit ervan wisselt. De lage omloopsnelheid wreekt zich; het broodje onder de (lekkere) tonijnsalade is minder monter dan dat onder de pata negra met ganzenlever. Ook de octopussalade kampte met het winkeldochtersyndroom. We vinden troost in gulle glazen Albariño (5,50 euro). Het plateautje van Spaanse charcuterie is voor 13,50 euro een begrotelijk voorgerecht, zelfs nadat het is aangevuld met de vergeten serranoham.

Gebakken bloedworst en appelcompote vormen daarentegen voor 8,50 euro een hartverwarmend duo. Het is lang geleden dat ik varkenshaas gegeten heb, bij Mercat krijg ik geen spijt van de solomillo van Iberico-varken met stoofvlees, biet en paddenstoel (17,50 euro). Ook voor de vegaschotel van artisjok met linzen en vijgencompote (15,50 euro) zou men zich op de Ramblas niet schamen. We drinken nog meer Albariño, eten een toetje met lekker nougatijs en (te koude) broodpudding en hopen dat Mercat snel de broodnodige reuring te beurt zal vallen.