Merci Ron

De dag na zijn ontslag als coach van Standard Luik ging Ron Jans met echtgenote Marjo wandelen in De Hoge Venen. Hij had net winterbanden gekocht, Marjo hoopte op sneeuw. Ze beloofden elkaar dat ze hun best zouden doen te genieten van de prachtige herfstkleuren in dit wonderlijke natuurgebied van de Ardennen.

Sereniteit dubbelop.

Het Belgische avontuur van de Nederlander heeft precies vijf maanden geduurd. Vijf maanden in de hel van Sclessin is een eeuwigheid. Het ontslag van Jans was de kroniek van een aangekondigd afscheid. De nederlaag in de Waalse derby tegen Bergen deed de deur dicht, maar het doodvonnis was al eerder getekend. Dertien punten uit elf wedstrijden was een te schrale oogst.

Exit Ron Jans uit Zwolle.

Na het ontslag ging de spelersraad van Standard bij de pers uithuilen. Het doorsturen van de trainer werd openlijk gecontesteerd. De spelers hadden niets aan te merken op Jans: goede coach, aimabel mens, every inch a gentleman. Niet Jans, het bestuur was te amateuristisch voor woorden.

Het moet een unicum zijn dat een selectie het ontslag van een trainer bekritiseert in de media. Er sprak zelfs liefde uit het onbegrip. Terwijl de spelers van Standard niet bekend staan om sentimentele rococo.

Eerder ruig volk.

De Nederlandse coach was ook van Luik gaan houden. Van de hitte van de stad en de mensen. Van het contrast tussen de grauwheid van een industrieel verleden en zijn groene woonwijk met residentiële buren die ook het hart op de tong hadden. Aan inburgering ontbrak het hem niet: als een bezetene was hij een spoedcursus Frans gaan volgen. Nou ja, steenkolen-Frans, maar toch. Zijn entree maakte indruk: wat een opgewekte, beschaafde man!

Verlicht door het heilige vuur.

Ron Jans had nooit naar Standard mogen komen. Niet nu. De ex-kampioensploeg is ziek en stuurloos. Met een voorzitter die als overjarige nerd en rekenmeester rijk is geworden, maar nauwelijks weet dat de cornervlag er niet staat om te worden opgegeten. Ook nog een Vlaming. Een Vlaming en een Nederlander aan het hoofd van de meest trotse Waalse club was voor de Standardfans op zich al een provocatie. En hitsiger dan de Luikse ultra’s kom je het in een voetbalstadion niet tegen.

Reeds na de eerste opeenvolgende verliespartijen wankelde de positie van de coach. Toch beklaagde Ron Jans zich niet over een gebrek aan kwaliteit, over de niet aanspreekbaarheid van voetballeken in directie en bestuur, over de miserabele staat van het veld. Hij nam de heersende malaise voor eigen rekening. Ook na zijn ontslag had hij het alleen maar over warme herinneringen en spijt dat het niet was gelukt.

Geen natrap, niet eens als schijnbeweging.

Jans is het slachtoffer van een zaakwaarnemer (Kees Ploegsma) die gevoelloos is voor temperament van coach en club. Een kind had de lichtjes naïeve oud-leraar kunnen vertellen dat het huidige Standard Luik een wespennest is, zwalkend van bijltjesdag naar bijltjesdag. Ploegsma dacht alleen aan procenten, niet aan de verschillen in stijl en gevoelstemperatuur van Herr Jans en Standard.

Miscasting.

De slaagkansen van de Nederlander waren bij voorbaat nihil.

Ron Jans noemde zijn kortstondig verblijf in Luik een rijke ervaring. Van enige bitterheid was geen sprake. Hij juichte nog net niet zijn ondergang tegemoet.

Catacombechristen.

De aanvoerder van de Rouches betreurde dat de spelers hun coach in de steek hadden gelaten. Hij hoopte dat de kranten zijn hartenkreet zouden noteren: „Merci Ron. We gaan je missen.”

Balsem?

Niet voor de doorsneecoach. Voor edelman Ron Jans volstaat het.