Meester van de eenvoud

Ontwerper Piet Hein Eek heeft een boek geschreven over zijn stoelen. Een zeldzaam openhartig en tegelijk leerzaam boek.

Niet geremd door gewoontes, regels of kennis doen wat je leuk vindt en daar dan ook nog succes mee boeken. Voor de meesten van ons is het niet weggelegd. Maar wel voor Piet Hein Eek, selfmade cultureel ondernemer.

Drie jaar geleden, toen de financiële crisis in volle hevigheid losbarstte, kocht de meubelontwerper samen met zijn compagnon Nob Ruijgrok voor bijna drie miljoen euro een oude Phillips-fabriek in Eindhoven. In een jaar tijd slaagden zij erin het bouwval te veranderen in een bijna twee voetbalvelden grote creatieve hotspot: werkplaats, winkel, restaurant, galerie en conferentiezaal ineen. Een alternatieve woonmall die inmiddels klanten trekt van heinde en ver.

In een vermakelijk en tegelijk leerzaam boekje vertelt Eek over de verbouwing. Bijvoorbeeld over de manier waarop hij bankdirecteuren verleidde tot steeds weer nieuwe kredieten. Of hoe hij argwanende bouwinspecteurs zo ver kreeg dat ze hem toestemming verleenden voor soms onorthodoxe oplossingen.

Als schrijver is Eek net zo nuchter en onconventioneel als hij als ontwerper is. Hij is opvallend openhartig en zijn boekje, waarvan deze week de tweede druk uitkwam, heet gewoon Het Pand.

Tegelijkertijd verscheen De Stoel, een boek waarin de nu 45-jarige Eek al zijn 170 zitmeubels van weinig verhullend commentaar voorziet (welke ontwerper noemt verkoopaantallen van elk van zijn ontwerpen?). Dit overzicht valt samen met een tentoonstelling in zijn pand van al zijn stoelen, krukken en banken.

IJdelheid is Eek vreemd, blijkt uit boek en tentoonstelling. Over mislukkingen, stoelen die bijvoorbeeld door constructiefouten of slechte materialen letterlijk uit elkaar knallen, vertelt hij met evenveel smaak als over ontwerpen die door het Museum of Modern Art in New York zijn aangekocht. De Stoel zou om die reden een goed studieboek voor ontwerpopleidingen kunnen zijn. Aspirant-ontwerpers kunnen er bijvoorbeeld uit leren nooit opdrachten van familie of vrienden aan te nemen, dat geeft maar gedonder. En ook zich te hoeden voor opdrachtgevers met een waslijst aan eisen. Zo’n gebrek aan vrijheid leidt zelden tot iets goeds.

Een les die ook uit boek en tentoonstelling kan worden getrokken, is dat Eek zich beter niet kan wagen aan gelikte meubels. Daar zijn Italiaanse designers beter in. Als Eek op chic gaat en meubels stoffeert, kiest hij uit balorigheid bloemetjesstof of akelig velours. Bovendien missen zijn stoffeerders het vakmanschap dat voor glimmeubels is vereist.

Eek is op zijn best is als hij kiest voor simpele materialen en een sobere vormgeving. Neem zijn Crisis-meubilair van goedkoop vurenplex. Of zijn doodnuchtere eiken stoelen en banken. Ze misstaan niet naast de meubels van Gerrit Rietveld, die nu ook in zijn pand te zien zijn op een expositie met topstukken uit de meubelverzameling van de Amerikaanse collectioneur Roberto Polo. Eek is de nieuwe meester van de eenvoud.

Stoelenexpositie ZITTEN (t/m 4 nov) en ‘Roberto Polo’s Choice’ (t/m 20 jan) bij Eek & Ruijgrok, Halvemaanstraat 30 in Eindhoven. Ma t/m zat 10-18 uur, vrij toegangPiet Hein Eek: De Stoel, Eek & Ruijgrok publishers, 360 blz, 18 euroPiet Hein Eek: Het Pand, 96 blz, 10 euro