Leon Pliester, een aimabel schaker

Baira Kovanova-Jekaterina Oebiennych, vrouwenkampioenschap van Rusland 2012. Wit begint en wint.
Baira Kovanova-Jekaterina Oebiennych, vrouwenkampioenschap van Rusland 2012. Wit begint en wint.

Eind vorige week stond er op een schaaksite een bericht met het kopje: ‘De hartelijke groeten van Leon Pliester aan de schaakwereld’. Er bleek uit dat hij in een Rotterdams ziekenhuis lag en graag bezoek en post wilde ontvangen.

Ik wachtte een paar dagen, stuurde hem toen een briefje en las een dag daarna dat Leon afgelopen dinsdag was overleden, 58 jaar oud. Ze gaan wel snel, de schaakmeesters van mijn generatie en de iets jongeren. Bert Enklaar, Johan van Mil, Rob Hartoch, en nu Leon Pliester. Van die vier haalde alleen Hartoch de zestig, en hij was de enige die zijn vroege dood aan zijn levensstijl weet. De andere drie waren deugdzaam en gezond levend, maar ze hadden pech.

Een paar maanden geleden schreef Pliester, als reactie op een artikel op een website dat over hem ging, dat hij op een wachtlijst stond voor een levertransplantatie, maar dat hij nog geen acuut geval was. Dat was hij blijkbaar toch wel.

Hij was een sterke schaker, een goede schaakschrijver en schaakleraar en een buitengewoon vriendelijk en bescheiden mens. Ik herinner me een artikel van hem in het blad Schaaknieuws met de kop: ‘Ik ben een rund omdat ik met vuurwerk stunt’. Zelfrelativering was bij hem ingebakken.

Een ander artikel van hem, dat veel indruk op me maakte, ging over een partij van de grote Siegbert Tarrasch en zijn annotaties in zijn klassieke boek Dreihundert Schachpartien uit 1909. Er bleek uit dat Pliesters leerlingen, de leden van een schaakclubje uit Noord-Holland, een veel beter inzicht hadden in de merites van een kwaliteitsoffer dan Tarrasch, die in zijn goede tijd een van de twee of drie sterkste schakers van de wereld was. Garry Kasparov heeft nog eens over dat artikel van Pliester geschreven, omdat het paste in zijn ideeën over de vooruitgang van het schaakinzicht.

Pliester publiceerde een veelgeprezen boek over de Rubinsteinvariant van het Nimzo-Indisch, dat in de Engelse versie 376 pagina’s had. Hij schreef dat het boek korter was geweest als hij er meer tijd voor had gehad.

Waarom zo’n dik boek boek over een openingsvariant die hij zelf maar af en toe speelde? Hij schreef ook eens dat hij zelf zo veel mogelijk openingen wilde spelen. Die veelzijdigheid is hem zeker van pas gekomen als schaakdocent. Voor zijn eigen schaken was specialisatie misschien beter geweest, maar brede belangstelling kun je niet onderdrukken.

In de partij die ik hier geef ging het niet om openingskennis, maar geheel om improvisatie aan het bord. Pliester schreef in Schaaknieuws dat hij in dat toernooi was geholpen door Noorse trollen en wellicht een enkele Noorse hulder, nisse, draug of deildegast.

Leon Pliester-Jevgeni Svesjnikov, Gausdal 1992

1. f4 Veel tegenstanders van Svesjnikov gingen in die tijd de Svesjnikov-variant van het Siciliaans uit de weg. 1...c5 2. Pf3 Pc6 3. b3 e5 Als wit origineel wil spelen, kan zwart het ook. 4. fxe5 Een grappige variant is 4. Pxe5 Pxe5 5. fxe5 Dh4+ 6. g3 De4 7. Tg1 Dd4 en er staan twee witte torens in. 4...g5 5. g3 Pliester overwoog 5. e4 g4 6. Lc4 gxf3 7. Lxf7+ Kxf7 8. Dxf3+, een dubbel stukoffer in de trant van het Koningsgambiet, maar hij zag er van af vanwege het solide 6...Ph6. 5...Lg7 6. Lg2 Pxe5 7. Pc3 Pg6 8. 0-0 g4 9. Pe1 Een zeer ongewone stelling. Zwarts koningsvleugel is verzwakt, maar hij kan misschien ooit van de nood een deugd maken met h7-h5-h4. 9...P8e7 10. Pd3 0-0 11. Pxc5 Zwart had gedacht dat wit deze pion niet kon nemen wegens 11...Ld4+, maar dan komt 12. e3 Lxc5 13. Pe4 waarna behalve 14. Pxc5 ook 14. Pf6+ gevolgd door 15. Lb2 dreigt, met winnende aanval. 11...Db6 12. P3a4 Dd6 Beter was 12...Dc7. Pliester schreef in Schaaknieuws dat de handige Svesjnikov hem in de analyse na 12...Dc7 13. c3 Tb8 14. Pd3 h5 steeds mat wist te zetten, maar vond terecht dat zwart objectief gezien niet genoeg zou hebben voor zijn pion. 13. c3 Pc6 13...Ld4+ 14. cxd4 Dxd4+ 15. e3 Dxa1 16. Pc3 zou zelfmoord voor zwart zijn. 14. Pd3 f5 15. Pab2 Wit dreigt met 16. Pc4 actief te worden. 15...b5 16. a4 b4 17. cxb4 Lb7 18. Pc5 Ld4+ 19. e3 Lxc5 20. Pc4 Dc7 21. Ld5+ Kg7 22. bxc5 Wits stelling is flink opgeknapt. Hij heeft materieel voordeel en zwarts koning is in gevaar. 22...Pb4 23. Lb2+ Kh6 24. Lxb7 Dxb7 25. De2 Dd5 26. Dg2 Dxc5 27. h3 Dd5 28. hxg4 fxg4 29. Lf6 Er moet al tijdnood zijn geweest. Een mooie winst was 29. Dh2+ Kg5 (of 29...Dh5 30. Lg7+) 30. Lg7 Txf1+ 31. Txf1 h5 32. Pd6 Dxd6 33. Dxh5+ Kxh5 34. Tf5 mat. 29...Dh5 30. Pd6 Pe5 31. Lxe5 En hier was 31. Pf5+ een snellere winst. 31...Dxe5

Zie diagram Pliester rechtsboven.

32. Dxa8 Maar dit is ook goed genoeg. 32...Txf1+ Niet 32...Txa8 wegens 33. Pf7+. 33. Txf1 Dxg3+ 34. Dg2 Dxd6 35. Dh2+ Simpeler was 35. Dxg4 of 35. Tf4. 35...Dxh2+ 36. Kxh2 Kg5 37. Tf7 h5 38. Tg7+ Kh4 39. Txd7 a5 40. Tg7 Pd3 41. e4 Pe1 42. e5 Pf3+ 43. Kh1 Pxe5 44. d4 Pd3 45. d5 Zwart gaf op.