Je stem heeft macht

Boos worden, vaak uhh zeggen, je stem verheffen of binnensmonds spreken – het helpt niet om zelfverzekerd over te komen. De cursus Voice is Power biedt uitkomst. ‘Kijk iets liever. Je houdt van deze man.’

ROTTERDAM - Voice is power serie copyright Robin Utecht fotografie
ROTTERDAM - Voice is power serie copyright Robin Utecht fotografie

Hij ontplofte toen zijn gesprekspartner, een klant uit Portugal, hem „stupid” noemde. Voor hij het wist, zat hij door de telefoon te schreeuwen.

Mohamed-Ali Baccar (37) ziet eruit als een keurige zakenman. Brilletje, wit overhemd. De Fransman, die werkzaam is bij verzekeringsmaatschappij CNP Assurances, oogt zelfs een beetje verlegen. Maar als hij kwaad wordt, roept Baccar soms dingen waarvan hij weet dat dat niet verstandig is.

Wat hij had wíllen zeggen tegen de klant? Hij haalt diep adem en zegt dan gedecideerd: „We spreken elkaar om te onderhandelen over een contract, niet om elkaar te beledigen. Ik móét de details van uw voorstel weten om te kunnen bepalen of het voor mijn bedrijf acceptabel is, of niet.”

Elizabeth van Geerestein knikt goedkeurend en laat hem zijn zinnen nog een aantal keer herhalen. Net zolang tot hij precies de goede toon gevonden heeft. „Als je het zó had gezegd, weet ik zeker dat die ruzie snel bekoeld was.”

Afgelopen woensdag en donderdag vond op de 23e verdieping van het Manhattan Hotel in Rotterdam de tweedaagse (Engelstalige) cursus Voice is Power plaats. Een van de initiatiefnemers is de Brits-Nederlandse Van Geerestein; zij is professor Persoonlijk leiderschap en ontwikkeling aan de Erasmus Universiteit en tevens de oprichter van Papillon & Partners, een coaching- en adviesbureau voor leiderschapstraining. Van Geerestein coacht mensen uit de zakenwereld en leert hen hoe ze krachtiger kunnen overkomen. Onder haar clientèle bevinden zich bankiers, consultants, advocaten en marketeers.

Neem Riemke Overdiep. De 28-jarige advocate van Loyens & Loeff is naar de training gekomen om zich zekerder te voelen als ze in de rechtszaal een pleidooi houdt. Of als ze op haar werk een moeilijk (telefoon)gesprek voert. „De advocatuur is nogal een mannenwereld. Als vrouw – en zeker als jonge vrouw – kun je je dan nogal snel geïntimideerd voelen”, legt ze tijdens de ochtendpauze uit. Ze is erg enthousiast, ze steekt veel op van de training, zegt ze. „Wat me opvalt, is dat het vooral om je houding draait. Er is geen trucje dat je doet vlak voor je ‘op’ moet. Nee, je moet ervoor zorgen dat je ’s ochtends al zelfverzekerd uit je bed stapt.”

Elizabeth van Geerestein beaamt dat. „Om meer uit jezelf te halen, om als leider meer te kunnen bereiken, moet je goed overkomen. Je stem is daarbij van groot belang, maar een zelfbewuste houding is minstens zo belangrijk.”

De twee cursusochtenden in Rotterdam beginnen met stemoefeningen: de stembanden moeten worden opgewarmd. Op de tweede dag weten de deelnemers wat hun te wachten staat en vinden zij het al minder vreemd om hun tong met een handdoekje naar beneden te drukken en ondertussen de raarste geluiden te produceren. Fariba Najipour (47), een chique geklede consultant uit Den Haag, verruilt zelfs routineus haar pumps voor ballerina’s. „Je moet stevig staan”, verklaart ze later. „Dat ging gisteren voor geen meter op die hoge hakken.”

Als de groep nog twee liedjes – Hey Jude van The Beatles en Angels van Robbie Williams – heeft gezongen („Lach! Ontspan!”), komen de praktische tips waar de meesten voor zijn gekomen. Hoewel Van Geerestein en haar Britse medecoach Steve Knight, professor Business Communications en televisiepresentator voor onder meer de BBC, clichématige managementpraatjes niet schuwen („We zijn allemaal uniek!”), zijn hun voorbeelden helder en hun oplossingen relatief eenvoudig.

Wie zijn zin hoger eindigt zonder een vraag te stellen, klinkt onzeker. Of hysterisch. Dus wat doe je? Je zet aan het einde van je zin een denkbeeldige punt en je gaat niet omhoog, maar juist naar beneden.

Ben je zenuwachtig als je een ruimte binnen moet lopen waar je (vrijwel) niemand kent? Of zie je enorm op tegen die presentatie op je werk? Bedenk op welke momenten van je leven jij in je element was. En zorg dat je die herinneringen kunt oproepen in moeilijke, of stressvolle, situaties. Van Geerestein: „Dan herbeleef je dat in gedachten en sta je in je kracht.”

Oefen de manier waarop jij je aan iemand voorstelt. ‘Ik ben’, gevolgd door je naam. Dat klinkt eenvoudig, erkent Van Geerestein, maar: „We raffelen het af, we mompelen wat. En we zeggen sorry omdat we zo’n moeilijke naam hebben. Never do that again! Zeg hooguit dat je een wat ongebruikelijke naam hebt, als dat het geval is. Spreek langzaam en duidelijk. Zorg dat mensen je naam onthouden. Je hebt geen tweede kans om een eerste indruk te maken. Als je ineenkrimpt terwijl je je voorstelt, heb je al verloren.”

Neem je stem op, adviseert Van Geerestein, wen eraan. Leer jezelf aan dat je rechtop gaat staan, je borst vooruit, schouders iets naar achteren. Alleen dan kun je goed ademhalen. En dat is belangrijk, want pas dan kun je op de juiste woorden de klemtoon leggen en je woorden meer zeggingskracht geven.

In het middagdeel van de training wordt dit geoefend. In drie groepjes van zeven gaan de cursisten aan de slag met zelf meegebrachte zinnen uit lastige, waargebeurde situaties. Zij worden hierbij ook gefilmd, zodat ze zichzelf later nog eens terug kunnen kijken.

Bij deze oefening komt de woede-uitbarsting van de Franse Baccar aan bod. En de ruzie die Lorna Goulden (47) eerder deze week had met haar man. Ze had zijn papieren opgeruimd, waardoor hij die niet kon vinden op een moment dat hij veel haast had. Hij werd flink boos op haar. Ze oefent herhaaldelijk haar: „Het spijt me. Ik deed het niet met opzet.” De tip van Van Geerestein: „Kijk iets liever. Je houdt van deze man.”

Anderen in het groepje oefenen op een gesprek met de baas („Ik ben niet blij met mijn nieuwe rol”) of met een vervelende collega („Toen jij me onderbrak, kreeg ik het gevoel alsof mijn mening er niet toe doet”).

Eén van de mannen speelt een vergadering na waar zijn opdrachtgever hem zodanig schoffeerde dat hij sprakeloos was en begon te stamelen. Van Geerestein leert hem hoe hij in zo’n situatie kan reageren. „Het voelt als een stomp in je maag. Je stopt met ademhalen. Voordat je iets zegt, of bedenkt wat je gaat zeggen, haal je diep adem. Blijf kalm. En zeg dan, zo rustig mogelijk, terwijl je oogcontact maakt: ‘Kunt u me alstublieft helpen begrijpen wat u bedoelt?’ Als je baas haar controle verliest, zorg dan dat het jou niet gebeurt. Dan kom jij hier sterker uit. Niet zij.”

Een Spaanse arts aarzelt als Knight hem uitlegt hoe hij de nadruk op bepaalde woorden moet leggen. Knight onderbreekt hem tijdens zijn zin en vraagt „Wát?”. Dan ga je als vanzelf het laatstgenoemde woord benadrukken. Knight: „Nu doe ik het hardop. Maar straks moet jij je inbeelden dat iemand ‘Wat?’ vraagt. Dan ga je je woorden automatisch sterker aanzetten.”

Dokters zijn nogal saaie mensen, zegt de Spanjaard. „Dus als ik dit tijdens een lezing toepas, denken ze dat ik een verkoper ben. Ik denk dat ik juist hun vertrouwen verlies.” Knight ziet het anders. „Ik vraag je niet een soort Shakespeare neer te zetten, met grote woorden en grote gebaren. Blijf dicht bij jezelf. Maar je mag best zorgen dat je lezing iets minder saai wordt om naar te luisteren.”