Ik mis Sarah

Barack Obama, left, takes the oath of office from Chief Justice John Roberts, not seen, as his wife Michelle, holds the Lincoln Bible and daughters Sasha, right and Malia, watch at the U.S. Capitol in Washington, Tuesday, Jan. 20, 2009. (AP Photo/Chuck Kennedy, Pool)
Barack Obama, left, takes the oath of office from Chief Justice John Roberts, not seen, as his wife Michelle, holds the Lincoln Bible and daughters Sasha, right and Malia, watch at the U.S. Capitol in Washington, Tuesday, Jan. 20, 2009. (AP Photo/Chuck Kennedy, Pool) AP

Van Sarah Palin heb ik in deze campagne niets meer gehoord. Jammer. Vier jaar geleden had de Republikein John McCain haar tot zijn kandidaat voor het vicepresidentschap gekozen, de gouverneur van Alaska, hockey mom en liefhebster van de jacht op grote wilde dieren. Zo heeft ze nog een paar ijsberen geëxecuteerd. Ze dacht dat Afrika geen werelddeel maar een natie was. En verder was ze de lieveling van de Tea Party, het gezelschap godsdienstige, ultrareactionaire burgers dat Amerika tot een neoliberale theocratie wil hervormen. In die kringen werd onomstotelijk bewezen dat Barack Obama een geheime moslim was, niet in Amerika geboren, vriend van een terrorist, en dat hij van Amerika een socialistische staat wilde maken. Van de Tea Party heb ik in de loop van dit jaar steeds minder gehoord en waar is Sarah? Ik mis haar.

Vier jaar geleden waren die laatste dagen voor de verkiezingen van een wurgende spanning. McCain zelf leek wel een redelijke politicus, maar met 72 jaar begin je zekere risico’s te lopen, en zoals de commentatoren zeiden: misschien is Palin niet meer dan één hartslag van het presidentschap verwijderd. Hoe had de wereld er in dit geval nu uitgezien? President Palin. Een mooi onderwerp voor een boek. Maar Obama weerde zich meer dan uitstekend. Een buitengewoon energieke man in de kracht van zijn leven. Een trap beklom hij altijd rennend, met twee treden tegelijk en hij bleek een groot retorisch talent te zijn. Alle politici beloven betere tijden. Als hij dat gedaan had, zei hij onveranderlijk: Yes we can!

Daarvoor was het dan ook de hoogste tijd. De natie was in de acht jaar van George W. Bush steeds dieper in een doodlopende steeg verdwaald. Twee uitzichtloze oorlogen, een economische crisis, groeiende werkloosheid, grote steden in verval. Het volk snakte naar verandering, hoe dan ook. Ik was in de laatste weken van de campagne in New York, het Chelsea Hotel, West 23ste straat, recht tegenover het voormalige hoofdkwartier van de Amerikaanse communistische partij. Daar heb ik op 1 mei 1987 nog de rode vlag gehesen zien worden. De algemeen secretaris van de CPUSA was Gus Hall. Tussen 1972 en 1984 is hij vier maal kandidaat voor het presidentschap geweest. Hij heeft nooit meer dan 0,4 procent van de stemmen gekregen. In het oude gebouw is nu een winkel in teken- en schilderbenodigdheden gevestigd, The Utrecht.

Terug naar november 2008. Op mijn kamer, 812, waar ik zo veel sigaretten mocht roken als ik wilde, zat ik de uitslagen te volgen. En toen, plotseling, stond het onomstotelijk vast: Obama had gewonnen. Op straat ging een daverend gejuich op, auto’s begonnen te toeteren en ik ging mijn stukje schrijven. Klaar. Versturen met behulp van de Vodafone-kaart. Maar wat ik ook probeerde, het kreng deed het weer eens niet. Geen nood. Op de hoek van de Zevende Avenue was toen een internetwinkel, gedreven door drie Arabieren. Met mijn usb-stick erheen. Alles werkte! Zo heeft dat stukje toch nog op tijd de lezers van deze krant bereikt. Je kunt je de opluchting onder zulke omstandigheden niet voorstellen. Even een onmetelijk geluk. Ik liep de feestvreugde weer in en ik vond dat ik een beloning verdiend had.

Niet ver van het Chelsea is een goed café, Jake’s Saloon. Daar zou ik me even bescheiden trakteren. Geen sprake van! De ruimte was meer dan stampvol. Amerikanen praten in het gewone sociale verkeer al harder tegen elkaar dan Nederlanders. In cafés gaat het nog harder, want dan moeten ze het gesprek van de anderen overstemmen. Zo ontstaat er al een escalatie. Bovendien heeft dit café een stuk of negen televisies die drie aan drie op verschillende programma’s zijn afgestemd. In dit geval waren dat Fox News, CNN en NBC. Maar geladen met nieuwe energie liep ik door die muur van geluid heen, de vrolijke menigte in. Daar werd ik een paar keer door wildvreemden omhelsd. „We’re free”, riepen ze. „What do you want to drink?” Nou, een wodkaatje graag. Na een uurtje heb ik nog goed ter been mijn kamer bereikt.

Het is vier jaar later. Naar het Chelsea ga ik niet meer. Het is verkocht voor meer dan 70 miljoen dollar, het is gesloten, het wordt radicaal verbouwd, waarschijnlijk tot een paleis voor miljonairs die ook weleens willen slapen in een kamer waar Leonard Cohen of Bob Dylan, Allen Ginsberg, Gregory Corso of Jan Cremer heeft gewoond. Of waar misschien Sid Vicious zijn Nancy heeft vermoord. In ieder geval, het Chelsea is niet meer wat het geweest is. Zo is het met alles. Ook het gezicht van Obama is door vier jaar presidentschap getekend. Maar hij heeft zijn best gedaan, hij verdient nog vier jaar.