Ik ben in mijn eigen boek gekropen

Russell Shorto (53) schrijft voor The New York Times Magazine, is directeur van het John Adams Institute voor Amerikaanse cultuur in Amsterdam en woont nu zes jaar in Nederland, waar hij werkt aan een nieuw boek.

Peter Stuyvesant

„Als mijn dochtertje van twee buiten wilde spelen, nam ik haar altijd mee naar het pleintje voor St. Mark’s Church in-the-Bowery, in New York, vlak bij mijn huis. Daar stond een standbeeld van Peter Stuyvesant, grondlegger van Nieuw Amsterdam, de handelspost van de West-Indische Compagnie die later zou uitgroeien tot Manhattan. Dat vond ik intrigerend, een Nederlander die New York heeft gesticht. Bij de geschiedenisles leer je vooral over de Britse wortels van de Verenigde Staten, over het Nederlandse aandeel daarin hoor je bijna niks. Dus ik ben gaan uitzoeken hoe dat zat. Dat is inmiddels vijftien jaar geleden, mijn dochter is nu zeventien.”

Bestseller

„Over die Nederlandse periode bleek weinig te vinden te zijn. Later kwam ik erachter hoe dat kwam: er waren wel historische documenten bewaard gebleven, maar die waren in zeventiende-eeuws Nederlands, dus vrijwel niemand kon die lezen en historici lieten ze links liggen. Toevallig was één onderzoeker op dat moment bezig ze stuk voor stuk te vertalen en erover te publiceren. Dat was in Albany, ook ooit gesticht als handelspost van Nederland, en nu de hoofdstad van de staat New York. En op die documenten baseerde ik mijn boek, Nieuw Amsterdam, eiland in het hart van de wereld, dat in 2004 verscheen en een bestseller werd.”

Smeltkroes

„Uit die stukken bleek dat de invloed van Nederland op het ontstaan van de Verenigde Staten veel groter was dan daarvoor altijd uit Engelstalige bronnen was gebleken. Terwijl de Engelsen juist heel eenvormige, zwaar religieuze nederzettingen stichtten, kopieerden de Nederlanders hun eigen, open model naar Nieuw Amsterdam. Daarmee legden ze de basis voor de smeltkroes van culturen die New York nu nog steeds is.”

Amsterdam

„Voor ik een boek schreef over de Nederlanders in Manhattan was ik nooit in Nederland geweest. Ik heb als twintiger wel door Europa gereisd, maar Nederland had ik altijd overgeslagen. Het kwam pas later op mijn pad. Mijn volgende boek, De botten van Descartes, bracht mij opnieuw naar Amsterdam. Ik deed ongeveer een jaar onderzoek en keerde daarna weer terug naar New York. Vijf jaar geleden werd ik gevraagd directeur te worden van het John Adams Institute, dat het Nederlandse publiek in aanraking probeert te brengen met de veelzijdigheid van de Amerikaanse cultuur. Ik was toen een beetje moe van New York en vond Amsterdam een rustige, vriendelijke stad. En nu zit ik hier, in het West-Indisch Huis, het vroegere hoofdkwartier van de West-Indische Compagnie, waar het John Adams Institute kantoor houdt. Hetzelfde gebouw als waar Peter Stuyvesant in de zeventiende eeuw zijn orders kreeg. Je bent in je eigen boek gekropen, zei een vriend tegen me.”

Fietshelm

„Amsterdam is een geweldige stad om te wonen. Het is natuurlijk veel kleiner dan New York, maar het is wel echt een kosmopolitische stad. Mijn vrouw en ik hebben samen zes kinderen, één van ons samen en vijf uit eerdere huwelijken. De twee jongsten wonen bij ons in Amsterdam. Ik moet sommige Amerikanen wel eens uitleggen dat Amsterdam meer is dan seks en drugs, dat je hier ook gewoon ’s ochtends rustig op de fiets je kinderen naar de crèche kunt brengen. Als ik in Amerika ben en daar al die kinderen op de fiets een helm zie dragen, dan vind ik dat wel overdreven. Dat hoeven mijn kinderen niet.”

Socialistisch

„Toen ik hier pas woonde, keek ik er als Amerikaan wel even van op dat je 52 procent inkomstenbelasting moet betalen. Maar inmiddels weet ik dat je daar veel voor terug krijgt: goede gezondheidszorg, kinderbijslag, vakantiegeld, kinderopvangtoeslag. En dat allemaal zonder een zwaar socialistisch overheidsapparaat – het schrikbeeld dat veel Amerikanen bij Europa hebben. Ik heb geprobeerd dat misverstand weg te nemen met een groot stuk in The New York Times Magazine, met het idee dat we in Amerika nog wat zouden kunnen leren van het Nederlandse model, maar die boodschap werd vooral opgepikt door mensen die toch al voor dit soort ideeën openstaan. De rest beschuldigde mij er evengoed van dat ik Amerika wilde veranderen in een socialistische staat.”

Compromissen

„Politiek gezien is Amerika nu gepolariseerder dan ooit. Ook daar kunnen we wat leren van Nederland. Mark Rutte en Diederik Samsom hebben eerst stevig campagne tegen elkaar gevoerd, omdat hun opvattingen echt wel uiteenlopen. Maar nu zijn de verkiezingen voorbij en doen ze wat ze moeten doen: zoeken naar een manier om toch samen te kunnen werken. In de politiek moet je compromissen sluiten, anders bereik je niks. In Amerika deden Democraten en Republikeinen dat vroeger ook. Eerst fel debatteren, maar daarna samenwerken. Maar dat is helemaal weg. Republikeinen hebben de afgelopen vier jaar stelselmatig wetsvoorstellen van Obama geblokkeerd, alleen maar om hem dwars te zitten. En nu is het informele circuit waarin Democraten en Republikeinen elkaar opzochten om compromissen te sluiten verdwenen.”

Verkiezingen

„Ideologisch gezien liggen Romney en Obama helemaal niet zo ver uit elkaar. Maar met een Republikeinse meerderheid in het Congres, is de kans groot dat Romney snel de kant van de conservatieve Tea Party op wordt getrokken, en dan wordt het verschil wel heel groot.”

Liberalisme

„Mijn volgende boek, dat eind dit jaar af moet zijn, gaat over de geschiedenis van het liberalisme in Amsterdam. In Europa staat liberalisme vooral voor economische vrijheid en vrijheid van het individu, dat zijn oorsprong vindt in het klassieke liberalisme uit de zestiende en de zeventiende eeuw. In Amerika wordt ‘liberal’ vooral geassocieerd met een actieve rol voor de overheid en progressieve opvattingen op het gebied van sociale zekerheid, gezondheidszorg en seksualiteit. In de Amsterdamse geschiedenis van het liberalisme kom je allebei die definities tegen. In de zeventiende eeuw kon Spinoza hier handelen op de beurs én de Bijbel in twijfel trekken, omdat je hier de eerste beurs ter wereld, vrije handel en een relatief grote vrijheid van meningsuiting had. In de twintigste eeuw kwamen John en Yoko hier de vrije liefde propageren en werden drugs en prostitutie gelegaliseerd. In mijn boek laat ik zien dat dat allemaal geen toeval is, maar dat die dingen met elkaar samenhangen.”