Hoop voor de slachtoffers

De Indonesische president Yudhoyono overweegt excuses na rapport over ‘1965’.

Elske Schouten

De vriendinnen Utati (68) en Mudjiati (64) vertellen aan niemand waar ze hun jonge jaren hebben doorgebracht. Terwijl leeftijdgenootjes bezig waren met het vinden van een man en het krijgen van kinderen, zaten zij ruim tien jaar in de gevangenis. Hun misdaad: ze waren rond 1965 lid van de communistische jeugdbeweging. Het maakt hen tot op de dag van vandaag verdacht.

Zouden zij eindelijk eerherstel krijgen? In Indonesië vindt de belangrijkste poging ooit plaats om in het reine te komen met de periode rond 1965, toen een politieke genocide aan honderdduizenden communisten het leven kostte. Talloze anderen werden gevangengezet. De Nationale Mensenrechtencommissie (Komnas HAM) heeft bijna 400 getuigen gehoord en een rapport van 800 bladzijden opgesteld. Eindconclusie van het rapport dat afgelopen zomer uitkwam: hier was sprake van grove mensenrechtenschendingen door de staat.

Het is een baanbrekend en politiek uiterst gevoelig resultaat. Voor het eerst bepaalt een staatsinstituut dat de moordpartij uit 1965, die de overleden autocraat Soeharto aan de macht hielp, een misdaad was. En geen broodnodige ingreep om de Indonesische republiek te redden van het rode gevaar.

Dagenlang heeft de mensenrechtencommissie verhit over de conclusie vergaderd. “Het is heel simpel om te zeggen dat het ging om grove mensenrechtenschendingen, we geloven ook dat dat zo is. Maar we moeten ook rekening houden met de politieke en sociale situatie”, zegt commissielid Johny Simanjuntak, die het project leidde. “Toen we met dit onderzoek begonnen, kwamen anti-communisten met grote kapmessen naar dit kantoor.”

Het probleem is dat politieke erfgenamen van Soeharto nog steeds veel macht hebben. De schoonvader van president Yudhoyono was de overleden generaal Sarwo Edhie Wibowo, die als rechterhand van Soeharto verantwoordelijkheid droeg voor het bloedbad. Zijn zoon, de zwager van de president, is chef-staf van de landmacht. Hij wordt getipt als presidentskandidaat voor 2014.

Sowieso wil het leger niet dat de communisten worden gerehabiliteerd, aangezien het destijds de moordpartijen leidde. Net zo min als de islamitische massaorganisaties, van wie de jeugdorganisaties meededen. Organisaties als het Forum Antikomunis behartigen nog steeds de belangen van toenmalige daders.

Door al deze machtige tegenstand liepen eerdere pogingen tot verwerking vast. President Abdurrahman Wahid (1999-2001) wilde een waarheids- en verzoeningscommissie instellen, maar onder Yudhoyono werden die plannen door het Constitutionele Hof getorpedeerd. Onderzoek van Komnas HAM naar een gevangenkamp uit die tijd werd vroegtijdig afgebroken.

Het maakt dat Utati en Mudjiati nooit zijn gecompenseerd voor hun mooiste jaren, die hun zijn ontstolen. Integendeel. Toen ze vrij kwamen, waren ze besmet. Op hun identiteitsbewijs stond dat ze politieke gevangenen waren geweest. Ze trouwden met ex-gevangenen, want andere mannen durfden het niet aan. Ze moesten tegen hun kinderen zeggen dat een baan bij de overheid voor hun familie onmogelijk was.

De val van Soeharto in 1998 maakte het makkelijker voor de slachtoffers. Er wordt veel vrijer over deze episode gepraat. Maar nog steeds staat in schoolboeken niets over de honderdduizenden doden die rond 1965 zijn gevallen. En onder gewone Indonesiërs is het stigma op de communistische partij onverminderd groot. Toen een ex-gevangene een boek schreef over zijn ervaringen kocht zijn zoon alle exemplaren op, uit angst dat publicatie zijn goede baan in gevaar zou brengen. Mudjiati en Utati horen hoe buurtgenoten zakkenrollers of corrupte politici uitmaken voor ‘communist’. “Mensen denken dat we slecht en immoreel zijn”, zegt Mudjiati.

De vriendinnen hopen dat hun naam alsnog zal worden gezuiverd. In theorie zou het Komnas HAM-rapport moeten leiden tot vervolging van de daders. Maar zolang Yudhoyono aan de macht is, zal dat volgens Simanjuntak nooit gebeuren. Inderdaad heeft het Openbaar Ministerie aangegeven dat het daar niets voor voelt.

Wel zou de president overwegen excuses aan te bieden voor het bloedbad. Simanjuntak hoopt ook op mogelijke openbaring van de locatie van massagraven en het teruggeven van bezit van communisten. En het belangrijkste: de erkenning dat slachtoffers uit die tijd niets verkeerd hebben gedaan.

Maar de voormalige mensenrechtenadvocaat is er niet gerust op. “Ik denk dat alleen de generatie van 1980 en later dit kan oplossen. Zij hebben geen belangen meer in deze zaak”, zegt hij. Het duurt alleen nog wel even voordat die de dienst uitmaakt in Indonesië. Tegen die tijd is het voor Mudjiati en Utati te laat.