Het patriottisme van een jeune premier

Arnaud Montebourg, minister van Reïndustrialisatie, is in enkele maanden tijd uitgegroeid tot een boegbeeld van de Franse regering. Tegen globalisering en voor protectionisme. Europa heeft een „culturele revolutie” nodig, vindt Montebourg.

Arnaud Montebourg: „Het is nu van eminent belang onze industrie overeind te houden.”
Arnaud Montebourg: „Het is nu van eminent belang onze industrie overeind te houden.” Foto AFP

Arnaud Montebourg staat niet bekend als iemand die zich gemakkelijk laat overstemmen. Maar in de metaalpers die op enkele meters van hem aan het werk is, kan hij niet anders dan zijn meerdere erkennen. Met ritmische slagen laat het ding 4.800 ton op een staaf witgloeiend titanium neerdalen. Hier past een gebiologeerd zwijgen.

Verderop in de fabriekshal wachten werknemers en hoogwaardigheidsbekleders ongeduldig op de toespraak van de minister van Reïndustrialisatie. Maar op het platform waar hij de opspattende vonkenregens gadeslaat, neemt Montebourg zijn tijd. „Het aluminium en het staal hebben we verloren”, zegt hij, zodra hij zich van het spektakel afwendt. „Maar ziehier het bewijs dat de metallurgie in Frankrijk toekomst heeft.”

De pers is onderdeel van de nieuwe fabriek van Aubert & Duval nabij Saint-Georges-de-Mons, een stadje in de Auvergnestreek in Midden-Frankrijk. Het metallurgiebedrijf produceert hoogwaardige legeringen bestemd voor de vliegtuig- en biomedische industrie. Via een investeringsfonds droeg de Franse overheid vier miljoen euro bij aan de veertig miljoen euro kostende fabriek.

Voor Montebourg is de opening een lichtpuntje in een steeds duister wordende nacht. „Je kunt niet alleen minister van slecht nieuws zijn”, verduidelijkt hij zijn komst. „Een ander had de productie allang naar het buitenland verplaatst. Deze directie heeft lef getoond. Dat mag niet onopgemerkt blijven.”

De Franse industrie verkeert in zwaar weer. De trend is al jaren neerwaarts maar sinds PSA Peugeot-Citroën zich in juli genoodzaakt zag 8.000 werknemers te ontslaan, gaat er geen week voorbij of ergens in het land sluit een grote fabriek de poorten. Eerder deze maand werd bekend dat de Indiase staalproducent ArcelorMittal zijn twee hooghovens in Florange (Moselle) zal sluiten. Het lijkt het doodvonnis voor Franse staalindustrie.

Te midden van deze slachting – de werkloosheid is inmiddels opgelopen tot boven de 10 procent – probeert Montebourg de moed er in te houden. „We mogen niet met lege handen staan op het moment dat de conjunctuur weer aantrekt. Daarom is het nu van eminent belang onze industrie overeind te houden – elke fabriek telt.”

Afgelopen maanden tekende zich een ‘methode-Montebourg’ af. Zodra er een ontslagronde of sluiting wordt aangekondigd, spoedt de minister zich naar de fabriek in kwestie en roept voor de camera’s dat dit „onacceptabel” is. Dan beginnen onderhandelingen. In sommige gevallen levert dat iets op, zoals toen farmaciegigant Sanofi aankondigde 3.000 werknemers op straat te zetten. Uiteindelijk werden het er 900 – op basis van vrijwillig vertrek.

Daarbij houdt Montebourg de mogelijkheid van staatssteun steeds nadrukkelijk open. Zo werd deze week bekend dat de Franse overheid zich tot een bedrag van maximaal 7 miljard euro garant stelt voor het noodlijdende PSA. Het kwam Montebourg op uitbranders van zowel de Wereldhandelsorganisatie als Europese Commissie te staan.

„Arnaud Montebourg is tegen de globalisering en pleit voor protectionisme”, zei Europees commissaris van Handel, de Belg Karel De Gucht, eerder deze week in de Franse krant Le Figaro. „Dat is een keuze, maar zijn redenering houdt geen stand. Frankrijk kan niet op zijn eentje de kaarten van de wereldhandel herverdelen.”

Eerder op de ochtend. Met een klein gevolg komt Montebourg, de slaap nog in zijn ogen, aan bij de gate van vliegveld Orly in Parijs. Nadat het toestel van Air France is opgestegen, toont een persattaché een exemplaar van het magazine van dagblad Le Parisien, dat zojuist is verschenen. Op de cover Montebourg, poserend in een Bretonse marinière (schipperstrui), een blender van Moulinex op de arm, een horloge van Herbelin om de pols. Een ode aan ‘Made in France’. En een oproep Franse waar te kopen.

Het blijkt een schot in de roos. De cover zal die dag uitgroeien tot hét gespreksonderwerp in Frankrijk. Het is dankzij dit soort acties dat Montebourg in enkele maanden tijd uitgroeide tot een gezichtsbepalende minister van de regering die dit voorjaar aantrad na de verkiezingsoverwinning van de socialist François Hollande.

Fans prijzen zijn wilskracht en onverschrokkenheid; critici hekelen zijn hang naar provoceren en gruwen van de ongekend felle wijze waarop hij deze zomer de familie Peugeot aanviel. Vanwege zijn uiterlijk als jeune premier en zijn verhouding met radio- en tv-presentatrice Audrey Pulvar is hij ook voor de boulevardpers een dankbaar onderwerp.

Montebourg benadrukt dat de actie in Le Parisien meer is dan een oproep tot economisch patriottisme. „Zij is ook bedoeld om vraagtekens te zetten bij de globalisering”, zegt hij. „Die is nuttig, maar zij mag niet deloyaal zijn. Ik wil niet dat ze gefundeerd is op de uitbuiting van mens en milieu. De Europese Unie is de grootste economie ter wereld. Waarom zouden we de globalisering ondergaan en haar niet opleggen wat wij in Europa belangrijk vinden, de notie van solidariteit bijvoorbeeld?”

Montebourgs carrière leest als een gevecht met steeds formidabeler tegenstanders. Als jonge advocaat dwong hij de rechtse premier Alain Juppé te verhuizen, nadat bleek dat deze voor een vriendenprijs een kolossaal appartement bewoonde dat toebehoorde aan de stad Parijs.

Eenmaal gekozen als afgevaardigde uit de Bourgognestreek, begon hij een kruistocht tegen president Jacques Chirac, genoemd in een reeks corruptieschandalen. Daarna waren eerst het ‘ultraliberale’ Brussel en vervolgens de globalisering aan de beurt.

Binnen de Parti Socialiste wierp Montebourg zich de afgelopen jaren op als woordvoerder van démondialisation. Deze beweging stelt dat de globalisering te ver is doorgeschoten en streeft ernaar productie en consumptie dichter bij elkaar te brengen.

In dat licht moet ook Montebourgs recente voorstel worden gezien om computergigant Apple te dwingen ten minste 20 procent van zijn smartphones in Europa te produceren. „Daar moet je niet te dramatisch over doen”, zegt hij. „Ook landen als de Verenigde Staten en Brazilië proberen op die manier hun industrie binnenboord te houden.”

Een „culturele revolutie” is nodig in Europa, meent Montebourg. „In zijn rol als consument eist de burger producten tegen een zo laag mogelijke prijs. Tegelijk eist hij in zijn rol als werknemer, dat zijn baan en arbeidsvoorwaarden behouden blijven. Ik wil de consument laten nadenken over de consequenties van zijn aankopen. Namelijk dat die banen vernietigen, omdat ze productenten dwingen uit te wijken naar lagelonenlanden.”

Zo zoetjes aan zet het vliegtuig de landing op Clermont Ferrand in. Hoog boven de regiohoofdstad van de Auvergne torent de vulkaan Puy de Dôme (1.465 meter). Montebourg wijst op de zwartkleurige akkers die beneden voorbijglijden. „Vulkanische grond”, verklaart hij. „Ze maken hier trouwens ook een fantastische kaas, de St. Nectaire!”

Op het vliegveld staan de functionarissen die een Franse minister bij een bezoek in de regio doorgaans opwachten: burgemeester, prefect, regiovoorzitter. Vrijwel direct gaat het met vijf auto’s en een motorescorte richting Saint-Georges-de-Mons.

In één van de volgauto’s peilt de persattaché de eerste reacties op de actie in Le Parisien. Die stellen niet teleur. Laurence Parisot blijkt er wel om te kunnen lachen. De voorzitter van werkgeversvereniging Medef ontpopte zich in korte tijd als de Nemesis van regering. Volgens haar wil die niet horen dat economische groei alleen van het bedrijfsleven kan komen. Even laat ze de teugel vieren: „Très sexy”, noemt ze Montebourg tijdens een radio-interview.

Zijn patriottisme en hier en daar wat staatssteun afdoende om de gure wind van de globalisering buiten de deur te houden? Economen hebben daar zo hun twijfels over. Ze wijzen op de 35-urige werkweek, de relatief hoge werkgeverslasten en de betrekkelijk kleine winstmarges die daar het gevolg van zijn, waardoor investeringen achterblijven.

Montebourg, hoewel gepositioneerd op de linkervleugel van de PS, erkent dit probleem. Deze week nog pleitte hij voor lastenverlichting voor het bedrijfsleven, mits het dan vrijkomende geld wordt gebruikt voor nieuwe investeringen. Tot dusver ging hij daarmee verder dan wie ook binnen de regering.

Het thema ligt gevoelig. President Hollande vreest dat lastenverlichting door het linkse electoraat zal worden uitgelegd als een ‘cadeautje aan de bazen’. Riskant, zeker in een van antikapitalistische sentimenten doordesemd land als Frankijk.

Aankomst bij de nieuwe fabriek van Aubert & Duval. Ook hier hoogwaardigheidsbekleders. Camera’s zoemen terwijl Montebourg zijn rondleiding begint. In zijn toespraak prijst hij even later de „moed” en de „klasse” („in de nobele zin des woords”) van de directie. „U laat zien dat patriottisme en innovatie elkaar niet uitsluiten. De reïndustrialisatie van Frankrijk begint hier!” Daverend applaus.

In de auto terug naar het vliegveld wijst Montebourg op de noodzaak van een gecoördineerd Europees industriebeleid. „We moeten niet naïef zijn en ons beschermen. De Verenigde Staten en China pompen miljarden in hun industrie! En wat staatshulp betreft: Brussel moet de lidstaten de vrijheid bieden die te geven, mocht dat nodig blijken. Dat is de enige verstandige politiek. Het mag niet zo zijn dat de Aziaten over tien jaar alle hoogwaardige technologieën in huis hebben, en wij niet.”