Grote problemen, grote oplossingen

Wordt de nieuwe president van de Verenigde Staten de leider van het machtigste land ter wereld? Of gaat het land gespleten ten onder? Twee denkers over verval en de Amerikaanse kracht om weer terug te komen.

Ze zijn generatiegenoten, collega’s en goede vrienden, maar ze zijn het zwaar met elkaar oneens. Praat met Michael Mandelbaum, hoogleraar buitenlands beleid aan de Johns Hopkins University in Baltimore, en je hoort de sombere analyse over zijn land, een grootmacht in verval. „De Verenigde Staten”, zegt Mandelbaum, „kregen in de vorige eeuw de positie van supermacht, maar hebben de grootste moeite die deze eeuw vast te houden.”

Ga vervolgens langs bij Robert Lieber, hoogleraar internationale betrekkingen aan Georgetown University in Washington, en hij zal vertellen dat de positie van Amerika in de wereld nog nooit zo gunstig is geweest. „Er zijn andere economische grootmachten opgestaan. Maar geen land ter wereld kan zich meten met de Verenigde Staten, dat niet alleen economisch maar ook politiek en cultureel met afstand het machtigste land ter wereld is.”

Zijn de Verenigde Staten nog altijd de supermacht van weleer, of is het land in verval geraakt? Het is een relevante vraag, als de Amerikanen op 6 november de president kiezen. Wijzen ze een wereldleider aan of de aanvoerder van een land dat achterop is geraakt in de 21ste eeuw en zich geen raad weet in de nieuwe wereldorde? En maakt het uit of Mitt Romney of Barack Obama de verkiezingen wint?

Mandelbaum en Lieber hebben beiden een verleden in de Democratische Partij. Mandelbaum, die volgens het blad Foreign Policy in de mondiale top-100 staat van grote denkers op buitenlands gebied, adviseerde Bill Clinton in de jaren negentig. Nu zegt hij dat hij de Democraten evenveel verwijt als de Republikeinen. Lieber werkte voor enkele Democratische campagnes, maar benadrukt nu dat hij onpartijdig is.

Mandelbaum is, zoals de Amerikanen het noemen, een ‘declinist’, een aanhanger van de ‘vervaltheorie’. Hij noemt zichzelf liever „een bezorgde optimist”. „De enorme financiële tekorten maken de VS de facto afhankelijk van China. De oorlogen in Irak en Afghanistan hebben het beeld vertroebeld van een land dat de wereld naar zijn hand kan zetten. Politieke polarisatie verhindert dat er slagvaardig geregeerd wordt. Als we in deze eeuw nog mee willen doen, heeft dit land shocktherapie nodig.”

Robert Lieber zegt dat Amerika traag is, maar dat het alle problemen in het verleden heeft overwonnen: „We komen de financiële crisis van 2008 maar moeizaam te boven. Bij iedere crisis, ook nu weer, hoor ik weer dat Amerika’s rol in de wereld uitgespeeld is. In werkelijkheid hebben we de beste universiteiten, de grootste economie en de meeste immigranten. Barack Obama of Mitt Romney zal de komende vier jaar de onbetwiste leider van de wereld blijven.”

Lieber graait in zijn papieren en vindt een citaat van Alexis de Tocqueville. „Hij schreef al in de eerste helft van de negentiende eeuw: ‘Het belangrijkste voorrecht van de Amerikanen is niet dat ze meer verlicht zijn dan andere volkeren, maar dat ze in staat zijn hun fouten te herstellen.’ Beter kan ik het niet zeggen. Ik zeg niet dat Amerikanen een slimmer volk zijn, puurder, of nobeler. Maar de vrije samenleving garandeert dat ze zich kunnen aanpassen en fouten kunnen herstellen.”

Het tegenovergestelde inzicht kwam twee jaar geleden bij Michael Mandelbaum, tijdens een gezellig avondje bij hem thuis. Mandelbaum en zijn vrouw Anne hadden hun goede vriend Thomas Friedman, columnist van The New York Times, op de borrel. Mandelbaum woont in de journalisten- en expatenclave Bethesda, dicht bij Washington. Friedman was in China geweest, waar hij had gezien hoe in acht maanden in Tianjin een congrescentrum van 230.000 vierkante meter uit de grond was gestampt.

Nee, dan Amerika. Ze stelden vast dat het lokale metrostation piepte en kraakte. De roltrappen werkten niet meer, daar werd al een half jaar aan gewerkt. Elke ochtend zag Mandelbaum de forensen de kapotte trappen op- en afstrompelen. „We dachten tegelijk: wij waren toch het land van de onbegrensde mogelijkheden? Waarom kan China een modern congrescentrum bouwen, en lukt het ons nauwelijks een oude roltrap te repareren?”

Die avond werd het idee geboren voor het boek That used to be us, in het Nederlands vertaald als Wat is er mis met Amerika?, dat vorig jaar een bestseller werd. Friedman en Mandelbaum beschrijven een grootmacht in verval, op veel terreinen ingehaald door razendsnel opgekomen economieën als China, India en Brazilië. Het onderwijs holt achteruit, innovatie neemt af, polarisatie verlamt Washington. En het ergste is, zegt Mandelbaum: Amerikanen vinden het wel best. Waar China volgens hem 90 procent rendement haalt uit een log politiek systeem, halen de Verenigde Staten uit hun optimale systeem hooguit 50 procent. De economische groei zou volgens hem twee keer zo hoog kunnen zijn.

Het boek raakte een snaar in de Verenigde Staten, waar exceptionalisme (Amerika is een uniek land met een unieke rol in de wereld) de norm is. Het was alsof de auteurs een taboe bespreekbaar maakten. „We zien onszelf graag als de enig overgebleven supermacht na het einde van de Koude Oorlog. Maar de 21e eeuw brengt nieuwe verhoudingen met zich mee. Debat over onze plaats in de wereld is nodig, want ik geloof nog altijd dat de wereld gebaat is bij een sterk, leidend Amerika.”

Mandelbaum zegt dat zijn eigen generatie, de babyboomers, het verval heeft ingezet. „Onze ouders vochten in de Tweede Wereldoorlog en groeiden op met een sterk besef van opofferingsgezindheid. John F. Kennedy zei in 1961: ‘Vraag niet wat je land voor jou kan betekenen, maar wat jij kan betekenen voor je land’. Dat sloeg aan, omdat hij de tijdgeest begreep.”

De babyboomers, zegt Mandelbaum, gooiden die geest van eensgezindheid overboord. De overheid werd niet langer vertrouwd en een gemeenschappelijke moraal bestaat niet langer. Of het moet iets zijn als: pak wat je pakken kan. „Deze veranderende tijdgeest stond aan de basis van de financiële crisis, en aan de opkomst van bewegingen als de Tea Party. We zijn niet langer Amerikaan, maar ‘conservatief’ of ‘progressief’. Onder deze omstandigheden is het moeilijk iets groots te bereiken.”

Mandelbaum zegt dat de staatsschuld in de Verenigde Staten, op dit moment ruim 16.000 miljard dollar, alleen maar verder kan stijgen. Als de babyboomers straks stoppen met werken, worden de zorg en het pensioenstelsel onbetaalbaar. „Onder opeenvolgende presidenten is dit probleem niet aangepakt. De politieke verlamming in Washington is de kern van het probleem.”

Democraten en Republikeinen gijzelen elkaar al enkele jaren in Washington. Het laten goedkeuren van een begroting is vrijwel onmogelijk. Soms leidt deze stilstand tot crisissituaties: vorig jaar zomer weigerden de Republikeinen de (routinematige) verhoging van de staatsschuld goed te keuren, waarna Amerika onbestuurbaar dreigde te worden. Pas op het laatste moment gingen ze akkoord. Mandelbaum: „Het Amerikaanse succes kwam doordat partijen konden samenwerken, zodat ze ook impopulaire beslissingen konden nemen die goed waren voor het land. Nu is dat onmogelijk.”

Hierover zijn de hoogleraren het eens: Barack Obama heeft als president de echte problemen van deze tijd niet onder ogen gezien. Hij had, vinden ze, het dure zorgstelsel voor ouderen (Medicare) moeten hervormen. Obama voerde een nieuw zorgstelsel in, maar liet dit dure programma ongemoeid. De belastingen hadden moeten worden verhoogd en de oudedagsvoorzieningen had hij moeten versoberen. Mandelbaum: „Echt leiderschap betekent dat je de waarheid vertelt. Amerika leeft op geleend geld. Ik verwijt het Obama dat hij dat niet heeft willen zeggen. Echte leiders zijn openhartig als het moet, Obama is dat niet geweest.”

Robert Lieber: „Om de verzorgingsstaat te behouden, moet die drastisch worden aangepast. De regering-Obama heeft ernstig gefaald. Hij heeft de eerste paar jaar van zijn presidentschap vergooid. Hij deed niets, terwijl hij het draagvlak had om het dure pensioenstelsel te hervormen. Had hij het gedaan, dan was hij immens populair geweest, want Amerikanen houden ervan om als volwassene te worden behandeld, niet als een verwend kind.”

Volgens Lieber is Obama een zwakke president gebleken. „Hij ging veel minder voorbereid naar het Witte Huis dan al zijn voorgangers in de afgelopen eeuw. Hij had nauwelijks ervaring, had nooit iets als politicus bereikt. Dat telt in Washington. Hij liet na, ondanks zijn mooie woorden, om politiek consensus te bereiken. Obama is met een enorm mandaat gekozen, hij had veel meer kunnen bereiken als hij niet zo polariserend was geweest.” Lieber noemt het invoeren van Obama’s zorgstelsel als voorbeeld, ondanks verzet uit conservatieve hoek. Volgens Lieber is Obama „een spiegel”: „Mensen keken erin en zagen zichzelf, en dachten dat Obama het had over wat zij belangrijk vonden.”

In zijn boek beschrijft Mandelbaum hoe de slechte financiële huishouding, ook onder Obama, Amerika’s rol in de wereld heeft verzwakt. Stel dat bondgenoot Taiwan een gewapend conflict krijgt met China, schrijft hij. De Verenigde Staten zijn volgens een verdrag gedwongen Taiwan militair te hulp te schieten. Probleem is alleen: dat kan pas als Amerika geld heeft geleend van China. Het zijn de wereldverhoudingen van 2012, zegt hij. Amerika moet een toontje lager zingen.

Mandelbaum: „Ik betoog niet dat we net als China moeten worden, we moeten beter worden in wat we zelf goed kunnen. China heeft een onderontwikkeld politiek systeem, maar haalt er het maximale rendement uit. De groeicijfers zijn ieder jaar weer indrukwekkend. Er zit een verschil achter in mentaliteit tussen China en de Verenigde Staten. We kunnen de concurrentie aangaan als onze scholen en universiteiten competitiever worden, als we weer de beste willen zijn. Ons onderwijs is nog altijd het beste, maar in China proef je meer de gretigheid om te verbeteren. Ze halen ons in.”

De opkomst van China bedreigt de Verenigde Staten niet, zegt Robert Lieber. „Op de lange termijn werkt het staatskapitalisme van China niet. Hoe meer de economie van China groeit, des te hoger zullen de eisen van de bevolking zijn. China heeft indrukwekkende exportcijfers, maar met de toenemende welvaart in eigen land is dat niet vol te houden. Daarbij is China nooit het land van innovatie geweest, in tegenstelling tot wat Mandelbaum en Friedman in hun boek betogen. Een supersnelle trein is mooi, maar als die verderop ontspoort, heb je er niets aan. Amerika is het land van de grote ideeën. Grensverleggende bedrijven als Apple en Google kunnen niet groeien in een door de staat geleide economie.”

Volgens Lieber zijn ideeën over Amerikaans verval en de opkomst van een nieuwe supermacht „cyclisch”. Het gebeurde in de Grote Depressie van de jaren dertig, tijdens de Koude Oorlog, en nu. „Rusland en Japan werden ooit gezien als de toekomstige economische grootmachten, maar die hebben het evenmin gered. Op dezelfde manier zal China het ook niet redden. Amerika is het op twee na grootste land ter wereld. Het heeft het grootste leger. De universiteiten zijn nog altijd de beste. De dollar is nog altijd de belangrijkste munt in de wereldeconomie.”

Maar bewijzen de oorlogen in Irak en Afghanistan en de niet-voorziene opstanden in de Arabische wereld niet het punt van Mandelbaum dat de invloed van de Verenigde Staten in de wereld slinkt? Lieber schudt zijn hoofd. „Ik was in 2003 voorstander van de Irak-oorlog. Die keuze, zeg ik nu, maakte ik op basis van incomplete informatie. De kosten aan mensenlevens zijn gigantisch. Strategisch heeft het ook niet gewerkt, want in de regio heeft alleen Iran ervan geprofiteerd.” Maar Lieber is geen non-interventionist geworden.

„Als Amerika zich zou isoleren, dan zou de wereld gevaarlijker, lelijker en armoediger zijn dan nu. Linkse collega’s zien een wereldorde voor zich geleid door de Verenigde Naties en Europa. Dat is een sprookje. Het zijn zwakke instituties, waardoor de Verenigde Staten hun rol moeten blijven spelen. Bedenk: Amerika heeft niet ingegrepen in de genocide in Rwanda, en veel te beperkt in Bosnië. In Libië heeft Obama, op de achtergrond, actief meegewerkt aan de val van Gaddafi. Dat zou naar mijn mening ook in Syrië moeten gebeuren. Hoe langer de burgeroorlog duurt, hoe erger het wordt. We moeten na Irak en Afghanistan niet bang worden nog in te grijpen.”

Mandelbaum en Lieber geloven niet dat Mitt Romney de fouten die Obama maakte kan herstellen. Ook daarover zijn ze het eens. Mandelbaum gaat het verst in zijn scepsis. „Romney komt voort uit dezelfde cultuur van polarisatie. Deze verkiezingen zouden over de grote thema’s moeten gaan, over leiderschap en het vermogen om het land samen te brengen. Democraten doen het voorkomen alsof de overheid de oplossing van alle problemen is, en Republikeinen haten alles wat naar overheid riekt. Ik zie de verlamming in Washington alleen doorbroken worden als er een derde kandidaat opstaat. Meer dan eenderde van de kiezers wil niets met de twee bestaande partijen te maken hebben, en bevindt zich in het centrum. Deze groep heeft nog geen partij, en geen partijleider. Pas als die komt, hebben we een effectief wapen tegen de polarisatie.”