Gloeilamp

Wat zit erin?

Gloeilampen verdwijnen. De verkoop is verboden omdat ze meer warmte geven dan licht. Honderd jaar geleden vonden mensen dat niet erg, want kaarsen en petroleumlampen deden hetzelfde. Nu mag het niet meer.

Een gloeilamp bestaat uit een metalen draadje (D) dat gaat gloeien en licht geven als er elektrische stroom door loopt. Het draadje zit in een glazen bol (G) gevuld met een gas dat voorkomt dat het draadje tegelijk verbrandt. Het idee voor gloeilampen is al oud, maar pas in 1880 kon de Amerikaan Thomas Edison ze goedkoop maken. En pas in 1913 werden ze zoals ze nu zijn.

Wil je weten hoe gloeilampen in elkaar zitten dan moet je ze kapot slaan. Doe dat niet zomaar, dan krijg je glas in je ogen. Stop ze in een plastic zakje en geef er dan een tik op. Pas op, de scherven zijn vlijmscherp. De lamp bestaat uit een glazen bol en een metalen onderstuk met een schroefdraad dat de ‘fitting’ (F) wordt genoemd. Daarmee schroef je hem in een lampenkap. De glazen ballon zit met kit (K) vastge-lijmd in de fitting. Omdat gloeilampen door machines auto- matisch in elkaar worden gezet zitten ze nogal ingewikkeld in elkaar. Bekijk de tekening. Het glazen buisje waarop de gloeidraad steunt is ook het buisje waardoor het gas in de bol wordt geblazen.

Welk gereedschap heb je nodig: Een hamer.