F**k it, ga op zelfhulpvakantie

Paulien Cornelisse en Ellen de Bruin maken een therapiereis. In een Italiaans resort leren ze ‘Fuck It’ zeggen.

Er bestaat een zelfhulpboek dat Fuck It heet. De portee, in twee woorden, is: fuck it. En in iets meer woorden: treed de wereld wat lichter tegemoet, vind de dingen wat minder belangrijk. Al dertien jaar verliefd op een foute man? Fuck it, kap ermee. Durf je nooit te dansen in het openbaar? Fuck it, wél doen. Een levensfilosofie die goed aanslaat: het boek is in 22 talen vertaald. In Groot-Brittannië werden er 78.000 exemplaren van verkocht. In Duitsland 70.000, in Turkije 50.000, in Nederland zo’n 4.000.

Wij waren geïntrigeerd door dit boek van de droog-komische Brit John C. Parkin. We ontdekten dat hij ‘fuck it retreats’ organiseert, in een resort in Italië met een zwembad erbij. We lazen dat sommige mensen, na zo’n fuck it-retreat, hun leven omgooiden. Kortom: dat moesten we zien.

Dus begeven wij ons aan het begin van de herfst naar Italië voor onze eerste therapeutische vakantie ooit. We rijden door de zonnige heuvels bedekt met lappendekens van klaverweiden, omgeploegde aarde en wijnbouw. Vlakbij Urbino, de geboorteplaats van renaissanceschilder Rafaël, liggen in een aangeharkt dal wat oude boerderijen en schuren – maar dan wel met een designzwembad ertussen. Eén van de schuren blijkt een spa, compleet met sauna en schoonheidssalon en jacuzzi. Een huisje verderop herbergt een restaurant, de andere zitten vol hotelkamers

Welke mensen zouden hier op afkomen? Zijn ze new age, met veel paarse gewaden? Of juist hedonistisch? Wie weet wordt de ‘fuck it’-filosofie gebruikt om de hele dag dronken in het zwembad te liggen.

Maar nee, de groep valt mee. Negentien vrouwen en drie mannen, de meesten zijn Brits en lijken normaal. John Parkin ziet eruit als iemand die bij een bibliotheek zou kunnen werken. Hij organiseert het retreat met zijn Italiaanse vrouw Gaia.

We hadden stiekem gehoopt dat we op fuck it-retreat met verf mochten gooien, dat er intense boetseersessies zouden zijn, of dat we de hele dag hard ‘fuck it!’ gingen roepen, liefst in de natuur. Dat is niet het geval.

De sessies zijn binnen, op yogamatjes. Bij de eerste bijeenkomst wordt niet gezegd wat we deze week gaan doen (praten en oefeningen, zo zal blijken). We beginnen meteen met qigong, trage, zich herhalende bewegingen die lijken op tai chi. Pas halverwege dag drie is er een voorstelronde, maar in plaats van zeggen wat je doet, vertel je hier tegen welk probleem je „fuck it” wilt zeggen. Er heerst nogal wat leed in de groep: burn-outs, echtscheidingen, chronische ziekten. Een Amerikaans-Joodse man vertelt over zijn overheersende moeder, die niet zo lang geleden overleden is. Verscheidene mensen moeten huilen. Tijdens een emotioneel geladen stilte gaat een telefoon. „Dat is mijn moeder”, zegt de Amerikaan. Er mag gelukkig wel gelachen worden.

„Als je een willekeurige groep mensen van straat haalt”, zegt John later tegen ons, “krijg je dezelfde verzameling problemen. Normaal praat je daar gewoon niet over.” Dit is dus een gemiddelde groep mensen? Gaia: „Nou, ik heb het gevoel dat wij vooral mensen aantrekken die óf heel weinig bezig zijn geweest met spiritualiteit, óf al jaren allerlei cursussen hebben gedaan en dan denken: zó ingewikkeld kan het toch niet zijn, for fuck’s sake!” John: „Zo is het bij ons ook gegaan. We waren alle twee zoekende, en na járen kom je weer terug bij het begin.”

Een gebrek aan spirituele ervaring kan nuttig zijn, ja. Op de eerste dag moeten we bijvoorbeeld vijf minuten stilzitten, waarna we in tweetallen aan elkaar vertellen wat we voelden. De man met wie ik (Paulien) praat heeft het over „een gevoel van acceptatie” en het besef dat alles met elkaar verbonden is. Ik zeg: „Ik zat eigenlijk alleen maar, geloof ik.” De man is onder de indruk: „Wow, good for you! Dat betekent dat je het te pakken hebt!”

Zo makkelijk blijft het niet. We doen een oefening omgaan met problemen. Dat gaat zo. Eén persoon zit met gestrekte benen op de grond. Dwars over de benen komen drie mensen liggen, als een stapeltje. Nu moet de zittende persoon die stapel van zich af duwen met zijn benen. Het idee is dat dat mislukt als je te hard probéért, maar als je de stapel mensen op je benen niet als probleem ziet, maar accepteert als situatie, dan moet het wel lukken. John en Gaia doen het eerst voor. Het werkt.

Ik (Ellen) probeer te negeren dat je zo geen experimenten doet. Als je aan een groep bereidwillige mensen vooraf vertelt wat eruit moet komen, dan komt dat er natuurlijk uit. Het negeren lukt niet. John zou vast zeggen: „Dat

is omdat je het te hard probeert” – en daar zou hij gelijk in hebben. Ik zwijg.

Ik (Paulien) zoek intussen een aardige Britse vrouw uit voor de oefening. Zij vraagt er meteen een man bij. Mijn innerlijke ikje zegt dat ik niet een stapeltje wil vormen met deze man. En hier zit ik meteen met een ‘fuck it’-dilemma: moet je zeggen, „fuck it, dan líg ik maar een keer onder een man waar ik zelf niet voor gekozen heb”? Of moet je juist „fuck it” zeggen tegen je welopgevoede gevoel dat je niet zomaar nee tegen iemand mag zeggen? Ik besluit tot het laatste en zeg: „Oh I’m really sorry, but I don’t feel comfortable doing this exercise with a man.” De man zegt dit volledig te begrijpen. Ik neem aan dat hij denkt dat er iets ergs is gebeurd met mij en mannen. Tegen deze gedachte probeer ik ook fuck it te zeggen.

Het pièce de resistance zijn de ademhalingsoefenen, aan het eind van de week. Door lang en diep in te ademen, kun je jezelf in een staat van trance brengen. Het voelt als hyperventilatie, dat is het waarschijnlijk ook, en dus niet per se prettig. Maar de mensen voor wie het werkt, gaan ervan lachen en huilen. „Dit is het mooiste wat ik ooit heb meegemaakt”, zegt een deelneemster na afloop, met glanzende ogen.

’s Avonds worden alle emoties afgeblust met wijn. Tot diep in de nacht doen de Britten hun reputatie eer aan, terwijl wij stil op onze kamer zitten te lezen en ons voelen zoals op schoolreisje vroeger, toen we vijftien waren. We hebben het dan ook alleen van horen zeggen dat er op de laatste avond niet alleen veel „fuck it” is gezegd, maar dat er ook nog wat gefuck in praktijk is gebracht.

En aan het eind van het retreat heeft Gaia zelfs onze prangende vraag van filosofische aard beantwoord: moet je ook fuck it kunnen zeggen tegen Fuck It zelf? „John gaat me vermoorden”, zei ze na een korte pauze. „Maar: ja. Ik denk dat je uiteindelijk ook fuck it tegen Fuck It zou moeten zeggen, zodat je helemaal zonder van buitenaf opgelegde regels leeft.”

Op 5 november komt er een nieuw Fuck It-boek uit, F**k It Therapy. Op 8 november om 19:00 uur komt John Parkin bij Waterstone’s Amsterdam (Kalverstraat 152) signeren én zingen bij zijn zelf gecomponeerde Fuck It-muziek. Zie thefuckitlife.com voor info, data en prijzen (circa 995-1.395 euro voor een week, inclusief maaltijden).