En we noemen hem: baksteen

Harold Hamersma verbaast zich over de bizarre namen van sommige wijnen.

Is de naam van een wijn voor de klant een belangrijk argument om een wijn te kopen? Een aantal jaren geleden is hier onderzoek naar gedaan. Het doel was de met een overschot worstelende wijnbranche wat marketingbeginselen bij te brengen. Verkoop je, bijvoorbeeld, meer flessen als je een wijn naar je overleden schoonmoeder vernoemt? Dat deed het Australische wijnbedrijf Yarra Glen door een van hun soorten ‘Martha’s Vineyard’ te noemen. Nee, concludeerden de onderzoekers. Misschien is het een naam die veel betekent voor de wijnmaker zelf, maar voor de wijnconsument heeft hij geen enkele betekenis. Het leidt alleen maar af. De wijnconsument hecht wel belang aan informatie over de gebruikte druivensoort, zo bleek uit het onderzoek.

Toch geven veel wijnmakers hun wijnen nogal altijd vreemde namen. In mijn database heb ik een aparte collectie gerangschikt onder het hoofdstuk ‘Zo’n wijn moet toch ook een naam hebben’. Opvallend is dat het vooral de producenten uit de nieuwe wereld wijnlanden zijn die zich uitputten in geestelijke rek- en strekoefeningen. Misschien begrijpelijk. In deze jonge wijneconomieën is geen sprake van domeinen of wijngaarden met eeuwenoude namen en tradities. Zij moeten hun inspiratie elders zoeken. En die vinden ze op tal van plekken.

Zo is daar bijvoorbeeld Bishop’s Leap. Hele lekkere Nieuw-Zeelandse Sauvignon Blanc. Niks mis mee. Maar waarom is deze in hemelsnaam vernoemd naar een bisschop die in de rivier de Wairau sprong en verdronk toen hij achtervolgd werd door een groep Maori?

En wat te denken van het vlaggenschip van het Zuid-Afrikaanse De Grendel, Rubaiyat genaamd? Achter op het etiket staat: „Deze bordeauxblend is gemaakt van vier druivensoorten en daarom vernoemd naar dit beroemde gedicht van Omar Khayyám, want dat was in kwatrijnen geschreven.” Deze mededeling spoorde mij vooral aan om op bol.com te kijken wat die man nog meer voor boeken op zijn naam had staan.

En dan is er nog Tilia, een Argentijnse wijnlijn, waarbij de naamgevers inspiratie vonden in het woordenboek Latijn. Daar vonden zij dat een lindeboom in het Latijn Tilia is. De lindeboom groeit volop in de Argentijnse provincie Mendoza, waar volgens het etiket „eeuwenlang de arbeiders die in de wijngaarden werkten van zijn bloesem rustgevende thee maakten die zij dronken na een lange dag tussen de ranken”. Thee? In de wijngaarden?

En zo kan ik nog wel even doorgaan, met verwijzingen naar inheemse diersoorten, Inca schilderingen en traditionele bouwmaterialen. Wist u dat Adobe, die leuke bio-Chileen van Albert Heijn, zijn naam te danken heeft aan de adobe, de in Casablanca Valley gangbare baksteen van modder en stro?

In onze eigen, vertrouwde oude wijnwereld heb je er natuurlijk ook een aantal bij dat zo nodig modern moet doen. Vaak zijn dat grote wijnconglomeraten die door het hele land druiven bij elkaar schooieren om daar keurige confectiewijnen van te fabrieken. U kent ze misschien wel, Arrogant Frog, Longue-Dog of Scusi.

Persoonlijk smaken wijnen met een minder fancy benaming mij vaak beter. Zoals die van het jonge wijnmakersechtpaar Montigny-Piel uit de Loire bijvoorbeeld. Misschien omdat zij niet hun energie hebben hoeven stoppen in het verzinnen van een naam. Het domein dat zij in 2001 overnamen heet al sinds 1635 Clos Saint-Fiacre. En dat hebben ze maar zo gelaten. Met hun bio-inspanningen hebben zij vervolgens het onbekende wijngebied Orléans op de kaart gezet, dat mede daardoor in 2006 de appellation contrôlee status verkreeg. En wat zet je dan op het etiket? Clos Saint-Fiacre. Orléans. Oogstjaar. Je eigen naam. Verder geen poppenkast. Geen fratsen. Geen fopfilosofieën. Toch nog een tip: zet er met ingang van de volgende oogst ook op dat er voor wit chardonnay is gebruikt en voor rood pinot noir en pinot meunier. Dat verkoopt nog beter.