Een Jakhals kan niets met saaie dienaars van stabiliteit

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de erfenis van Ien Dales en de gevaren van een opgefriste politieke cultuur waarvan de aanstaande coalitie het product is.

Illustratie Hajo

Goed, dat nieuwe kabinet zit er dus bijna. Nog nooit zo’n gedisciplineerde formatie meegemaakt. Nog nooit zoveel radeloze lobbyisten ontmoet. Je kreeg niet het idee dat hun salaris eronder leed, maar ze hadden dus geen clou wat zich aan die onderhandelingstafel afspeelde. En maar vissen: wisten wij soms iets?

Dat viel, eerlijk gezegd, ook nogal tegen.

Radiostilte als bezweringsformule: het werkt voortreffelijk wanneer politici, zoals Rutte en Samsom, elkaar werkelijk vertrouwen. Maar de methode is, vooral bij de VVD, zozeer in zwang dat ze haar deze week ook toepasten op de corruptieaffaires waarin partijgenoten Hooijmaijers en Van Rey verwikkeld zijn. In Limburg verdwenen ineens onrustbarend veel VVD’ers van hun post. Toch was van openlijke zelfreflectie bij de landelijke VVD geen sprake. De kaken op elkaar en hopen dat het overwaait.

Een mooi misverstand. Corruptie gedijt bij radiostilte, dat is juist het probleem. Dus uit dat zwijgen sprak niet het zelfvertrouwen dat je, na twee fraaie zeges, van de grootste regeringspartij zou verwachten.

Intussen koerst dezelfde VVD, zeker vergeleken met de laatste jaren, af op een ongebruikelijk stabiel kabinet met de PvdA. Die discipline in de formatie was een aardige voorbode. Het had ook te maken met de wonky onderhandelingsmethode die ze er in de Stadhouderskamer op nahielden. Ze wilden per beleidsgebied zoveel mogelijk opties kennen, om precies te weten wat ze bij het latere uitruilen weg zouden geven.

Gevolg was dat beleidsambtenaren geregeld vragen van de informateurs kregen die exact tegengesteld waren aan vragen van een dag eerder. Geen touw aan vast te knopen. Bijkomend effect: ervaren verslaggevers, die weten dat de ware kennis over de voortgang van een formatie op departementen is te halen, kregen ook daar amper zicht op de plannen.

Het levert straks een kabinet met een dubbelzinnige identiteit op. Verzakelijking en politisering als gelijkwaardige grootheden. De houding wordt no nonsense: dit is geen leuk regeerakkoord, dit gaat bij iedereen pijn doen, maar het moet, het land verlangt naar een stabiele regering, etc.

Een kabinet dat vervolgens een zware wissel trekt op de geloofwaardigheid van individuele Kamerleden uit de coalitie. Je zult de VVD-parlementariër maar zijn die zich de laatste jaren tegen elke aanpak van de hypotheekrenteaftrek keerde. Of tegen nivellering. Good luck with that, de komende jaren – en groetjes van Geert (Wilders).

Tegelijk keren de jaren zeventig op een eigenaardige manier terug. Alleen het woord al – nivelleren. En een regeringspartij, de PvdA, die zijn achterban juist aanspoort zich tegen kabinetsbeleid te keren. Openbare onvrede over de onvermijdelijke compromissen.

Intussen gaan ze proberen FNV-voorzitter Ton Heerts een sociaal akkoord in te praten (met pensioenmiljarden als smeermiddel?), terwijl ze weten dat dezelfde Heerts buiten Den Haag, dicht bij de leden, zich tegen het kabinet zal keren. Ziedaar een van de dilemma’s die op vicepremier Asscher afkomen. Intussen zal partijleider Samsom zich, in strijd met de PvdA-traditie, in de Kamer als dualist positioneren om de SP klein te houden. Stabiel kabinet, zeker – maar geen stabiel Umfeld.

Je kunt dit natuurlijk ook eigentijds noemen. De kiezer haalt sinds Pim de neus op voor de Hollandse compromissencultuur en de taal (signaalmarge, EMU-saldo) die erbij hoort. Dus nu krijgt de kiezer de spanning tussen droom en daad gewoon opgediend en uitgelegd. Zelf vinden we het compromis ook niks, al zitten we eraan vast. Wij doen dit niet omdat we dit willen.

Zo denken ze die coalitie dus stabiel te houden, en duidelijk is dat ze voldoende gewapend zijn om het een paar jaar vol te houden. Stijgende peilingen zitten er toch niet in. Groeiende populariteit voor Rutte of Samsom evenmin. En als je de samenstelling van het nieuwe kabinet zag, zoals het sinds vrijdag in de media circuleerde, viel op dat er voornamelijk bestuurlijke routiniers zijn gerekruteerd. Lui die doortrappen bij wind tegen. Bij de selectie stonden de criteria creativiteit en onvoorspelbaarheid duidelijk onderaan.

Nu kun je moeilijk zeggen dat een stabiel kabinet een slecht plan is. Maar je hoeft niet lang na te denken om het gevaar te zien. Veel media zijn politiek als circus gaan benaderen, en die zitten natuurlijk niet te wachten op saaie dienaren van de stabiliteit. Daar koopt een Rutger of Jakhals niks voor. En je hoeft niet lang in de archieven te zoeken om te begrijpen wat stabiele kabinetten altijd weer teweegbrengen. Een aaneenrijging van affaires en affairettes: politicus in opspraak, schijn van belangenverstrengeling, bonnetjes. Niet alleen omdat die dingen gebeuren, maar ook omdat de vraag toeneemt naarmate de regering beter regeert. De affaire als vermaak.

Wat dat betreft waren ook die zaken met Hooijmaijers en Van Rey interessante vooraankondigingen. Bij Hooijmaijers betreft het, afgaande op de dagvaarding, een onwaarschijnlijk grote corruptiezaak. Bij Van Rey is het beeld, afgaande op al die vertrekkende VVD’ers, nog onheilspellend incompleet. En denk niet dat we te maken hebben met een gericht speuren naar corruptie. De rijksrecherche heeft geen extra mensen en middelen gekregen voor deze onderzoeken, zei een woordvoerder van het landelijk parket.

Begin jaren negentig, toen in Den Haag het derde kabinet-Lubbers ook alles op alles zette om de vier jaar vol te maken, en in Limburg ook de contouren van een omvangrijk corruptieschandaal opdoemden, kreeg wijlen minister Ien Dales (Binnenlandse Zaken, PvdA) het woord op een congres van de gemeenten. „Een beetje integriteit bestaat niet”, zei ze, zoals bekend. De ambtenaar die indertijd haar speech schreef had de oneliner van toenmalig topambtenaar Arthur Docters van Leeuwen, die – geintje – had voorgesteld de vergelijking met een beetje zwangerschap te trekken.

Dat vond Dales niet zo’n gelukkige parallel. Maar die ene oneliner was genoeg om het beeld van gecorrumpeerde bestuurders en ambtenaren met compromisloze exactheid te gaan bestrijden. Dus toen maanden na de speech bleek dat een burgemeester in Goes in drie jaar 3.900 gulden te veel declareerde (600 euro per jaar!) , zette Dales de man zonder pardon op de keien. En naar zijn wachtgeld kon hij fluiten.

Er zijn nog altijd mensen die menen dat dit volkomen terecht was. Maar feit is dat het bestuur sindsdien zit opgezadeld met een nogal vaag normenstelsel om de hoog gewaardeerde integriteit te bewaken. Wat die burgemeester in Goes onder geen beding mocht, ging tien jaar later de geschiedenis in als gezeur over de bonnetjes van Bram Peper, de oud-burgemeester van Rotterdam. Zo ontstond een nogal slordige handhaving van de nagestreefde totale integriteit. En het zal niet lang duren alvorens de normen, na Hooijmaijers en Van Rey, weer worden verscherpt.

Maar corruptie, echte corruptie, houdt bijna altijd verband met politici die afhankelijk zijn van bedrijfsgunsten. In talrijke buitenlanden is gebleken dat vooral leiderschapsverkiezingen binnen partijen, als de nood om campagnegeld het hoogst is, het meest kwetsbare moment vormen.

Nu hebben interne leiderschapsverkiezingen enorme voordelen. Zie hoe sterk Rutte (2006) en Samsom (2012) eruit te voorschijn kwamen. Je kunt volhouden dat het nieuwe kabinet er het product van is. Dit zijn mensen die zich wel een paar risico's kunnen permitteren. Dus dat is de toekomst: partijen die belang hebben bij steeds langere leiderschapscampagnes. En steeds meer campagnegeld.

Tegelijk heeft Nederland, wonderlijk genoeg, nog steeds regels die partijen in staat stellen bedrijfsgiften onder de pet te houden. Dales zou zich omdraaien in haar graf. Dus nu er toch een stabiel kabinet komt, kan het geen kwaad die gaten te dichten. Zwijgen helpt in elk geval niet.