Een erg charmante versie van Jan Schaefer

De Amsterdamse PvdA-wethouder Asscher vicepremier: het is een grote verrassing. Zelfs bij de VVD zijn ze blij met hem.

En wat als de komst van Lodewijk Asscher een partijpolitieke truc van Diederik Samsom is? Op papier lijkt het geen onzinnige gedachte.

Samsom, de verse partijleider, die zijn voornaamste concurrent in de PvdA op een zeer gecompliceerde kabinetspost zet (Sociale Zaken). En hem vicepremier maakt in een kabinet waarvan de PvdA, onder leiding van dezelfde Samsom, straks in de Kamer gepaste afstand houdt.

René Cuperus, medewerker van de Wiardi Beckmanstichting (WBS) en met Asscher actief in het Policy Network, een internationale progressieve denktank: „Als dat al waar is, wat ik betwijfel, zie ik niet waarom Lodewijk Asscher daar in zou trappen.”

Asscher zet zijn politieke stappen zorgvuldig, zeggen ze in zijn omgeving. Zo zou hij Samsoms eerste aanbod, minister van Financiën, hebben afgewezen. Sociale Zaken was Asschers eigen keuze, aldus een PvdA-bron die met Asscher samenwerkt.

Bij de VVD zijn ze in hun nopjes met Asscher als vicepremier. Slim en pragmatisch type, zeggen ze daar. Geen ideoloog. Man die in Amsterdam liet zien dat idealen hem nooit in de weg zitten als er oplossing gevonden moet worden.

„Hij is geen systeemdenker”, zegt Monika Sie, directeur van de WBS, waar Asscher naast zijn wethouderschap de laatste jaren voorzitter was. Van hem geen zwelgen in abstracties als ‘dé verzorgingsstaat’. „Hij is normatief gedreven. Hij handelt vanuit zijn waarden”, zegt Sie.

Zijn ingrepen op zwakke scholen en de Wallen zijn „een slimme mix van pragmatisme en idealisme op sociale thema's”, zegt Cuperus. „Hij is een charmante versie van Jan Schaefer.” De man van ‘in gelul kan je niet wonen’.

Nu past Schaefer in een hele rij Amsterdamse bestuurders die met een schitterende staat van dienst in Den Haag belandden – om er hopeloos te mislukken. Het overkwam Ed van Thijn en Job Cohen, beiden na een burgemeesterschap.

„Schaefer, Van Thijn, Cohen – allemaal competente mensen die vrij snel in Den Haag verkommerden”, zegt Van Thijn, die erop wijst dat je in Den Haag veel sneller dan in de hoofdstad „het mikpunt” bent. Volgens hem worden Amsterdammers in Den Haag snel voor arrogant versleten. Ook in de eigen PvdA. „Er is geen vanzelfsprekende band of loyaliteit. Er is een afrekencultuur”, aldus Van Thijn.

Ook is het hoogst ongebruikelijk dat een vicepremier van buiten Den Haag toetreedt, iemand die dus niet zelf heeft onderhandeld over het regeerakkoord waaraan hij uitvoering moet geven. Daar komt bij dat Assscher op Sociale Zaken veel beleid moet uitvoeren dat hem in de PvdA niet automatisch populariteit oplevert. Zo vallen de verkorting van de WW-duur en de mogelijke versoepeling van het ontslagrecht straks onder hem. Ook krijgt Asscher een grote rol bij het vlottrekken van het poldermodel, een belangrijke ambitie van het nieuwe kabinet. En geen gemakkelijke: vooral de vakbeweging verlangt naar sociale strijd om de gelederen gesloten te houden.

Daar staat tegenover dat Asscher over een grote sociale intelligentie beschikt, zegt Cuperus. In het Policy Network – ,,een soort Rotary van de internationale sociaal-democratie” – zag hij hem geregeld optreden.

„Dat doet hij goed.” Asscher studeerde in de VS, en leerde dat een goede toespraak altijd begint met een paar grappen. „Dan spreekt hij op bijeenkomsten met mensen als Hollande en Gordon Brown. Hij is erg geliefd in dat circuit.” In november is er een bijeenkomst waar hij optreedt met Bill Clinton en Tony Blair.

„Hij houdt altijd zijn Amsterdamse verhaal. Een vernieuwer die de strijd aangaat met de papieren wereld als die leidt tot segregatie in de samenleving. Een man die laat zien dat links te onverschillig is geweest op sociale thema’s.”