Een auto voor cowboys

Bas van Putten rijdt in de beste Porsche van het moment: de Boxster.

fotografie: Lars van den Brink onderwerp: Porsche Boxter gefotografeerd bij Porsche Centrum Eindhoven. Op de foto Marjolein van de Broek.
fotografie: Lars van den Brink onderwerp: Porsche Boxter gefotografeerd bij Porsche Centrum Eindhoven. Op de foto Marjolein van de Broek.

De make-upspiegels van de nieuwe Porsche Boxster zijn onverlicht. Het is explosief bewijsmateriaal tegen de stelling van een kennis dat de Boxster, ik heb niks gezegd, ‘een Porsche voor trutten is’. Die willen lampjes.

Bovendien, zeg ik, rijden trutten cabrio’s met laffe stalen vouwdaken tegen de kou. Ik heb ze gezien, in München en Berlijn, ZDF-omroepsters met blonde haarlakhelmen uit de Derrick-tijd. Die rijden niet, ze glijden ongenaakbaar hooggehakt van caffè latte naar gazpacho. Die doen een BMW.

Blijven de sloebers over, lijdend voorwerp van het tweede vooroordeel: dat de Boxster een Porsche is voor liefhebbers die zich geen 911 kunnen veroorloven.

Je moet dat ruimer zien. Wie de niet eens onredelijke basisprijs van 109.000 euro voor de nieuwste 911 niet op zak heeft, neme een occasion. Het Porsche-logo behoedt de edelpauper voor het stigma van een tweedehandsje. Voor iets boven de 50 mille heb je een 4S van het type 993, de laatste luchtgekoelde. Wereldse, honds grommende machine. De om zijn uitgezakte koplampen gesmade 996-911 is bijna gratis. Ben je nog steeds geen sloeber.

Wat is de Boxster wel, als hij geen poor man’s Porsche is?

„De beste Porsche van dit moment”, weet een kenner. Maar hoe vind je dat uit? Snoeihard rijden, suggereert de intimus, zo hard als je durft.

De mijne is het instapmodel met een 2,7 liter zescilinder boxer, dat op zijn minst 63.600 euro kost. Iets van die investering verdien je terug met een verbruik van bijna 1 op 15, mits je hem ontziet. Porsche heeft hem uitgerust met een start-stopsysteem dat voor stoplichten de motor uitschakelt. ‘Alle reden vom Klima’, schrijft Porsche komisch zelfbewust: ‘Wir kümmern uns darum. Schon lange.’ Over dat ‘lange’ is een maand vergaderd.

Flippers

Het moet wel leuk blijven. De importeur heeft mijn exemplaar voor dertigduizend opgedoft met extra’s die je schijnt te moeten willen: 20-inch velgen, leren bekleding, een multimediasysteem met kleurenscherm en het Porsche Doppelkupplungs Getriebe . Dat is de als automaat werkende zevenversnellingsbak met dubbele koppeling, die zich met de pook of flippers aan het stuur tevens handmatig laat bedienen.

Die keuzemogelijkheid is overbodig in de zin dat de elektronica het reactievermogen van de meeste bestuurders ruimschoots overtreft. De flipper-optie geeft weer wel de touch and feel van strijdbaar doe-het-zelven waar de cowboys geen genoeg van kunnen krijgen. Voor ons banalen is het een troostrijke ervaring in elke versnelling door te stomen tot het normaliter zedig lopende karakterblok zijn beschavingsmissie opgeeft.

Moeilijk te zeggen wat je in die doordraaifase hoort, pure verwildering of zoet bedrog. Motorgeluid wordt tegenwoordig in laboratoria kunstmatig bijgepunt om de getapte jongens op te vrijen. Die nep is wel voortreffelijk gelukt. ‘Hoog in de toeren’ schreeuwt de lichtste Boxster wild zoals het sportjongens betaamt. Net echt.

Bij knooppunt Hoogeveen knoopt een uitdagend klaverblad twee stukken A28 aan elkaar. Schandalig hard draai ik mijn pirouette. Met normale auto’s rijd ik hier vijftig en dit voelt geen kilometer enger. De Boxster, licht en laag, toont zo’n krankzinnige balans dat je voor niets meer terugdeinst.

Hoe krijgt hij het gedaan? Binnen het Porsche-modellengamma is zijn krachtbron een zacht ei. Een vermogen van 265 pk is niet riant, de topsnelheid van 262 kilometer per uur geen eerste maanlanding. Een leger hot hatches, toekomstig tokkievoer voor een Porschehatende onderklasse, morrelt aan zijn statuur. Met een Ford Focus ST – 248 kilometer per uur, 0-100 in 6,6 seconden – ben je voor 33.000 euro niet dramatisch langzamer. Ai. Hoe voelbaar is op dit spijkerbed van harde cijfers een verschil van dertig mille?

Zeer. Het berust zowel op de mystiek die bij gebrek aan beter merkbeleving heet als het gewisse etwas tussen kundigheid en meesterschap.

De mystiek is de sensatie van weerstand. Alles gaat een tikje dreigend zwaar. Het sturen bij het wegrijden, de zonnekleppen. De stoelen zitten hard. Des sportwagens is dat hij pas echt begint te leven als je hem verdient. Dan deelt hij voor betoonde moed cadeautjes uit door niet te falen, net als het vorige model dat je nu, ‘tweedehands’, voor twintig koopt. Tast toe, verworpenen der aarde: de egoschade is verpulverd na de eerste bocht.

Drieënzestigduizend euro is te geef voor wat dit is: een high end-sportwagen zonder één manco, het uitzicht met gesloten stofkap daargelaten. Neem hem in rood, met handbak en nul extra’s. Gegarandeerd collector’s item.