De schepping van God in 17 lettergrepen

Inge Lievaart (1917-2012) schreef christelijke poëzie. Komrij nam haar op in zijn bloemlezing.

In het huis in Scheveningen waar ze opgroeide, waar ze na de vroege dood van haar moeder voor haar jongere broer en zussen zorgde, en later voor haar vader, het huis vlak bij zee waar ze zo goed ‘de stem’ hoorde die ze in haar gedichten liet spreken, daar overleed op 15 oktober Inge Lievaart, dichteres van christelijke poëzie. Tot haar dood woonde ze daar zelfstandig, omringd door boeken en planten.

Inge Lievaart verkocht tijdens haar lange carrière die ze in 1944 onder pseudoniem begon veel minder dichtbundels dan Nel Benschop, meer een publiekslieveling. Maar haar gedichten werden wel opgenomen in het Liedboek voor de Kerken. Leendert Torn, jarenlang haar redacteur bij Uitgeverij Kok, zegt: „Ze dichtte niet om het publiek te gerieven, het was een manier om zichzelf te leren kennen, haar identiteit te vinden. Het was haar niet om erkenning te doen.”

Toch stak het haar dat literaire waardering uitbleef. Een interview met de dichteres verscheen niet in de boekenbijlage van Trouw , maar op een human interest-pagina. Ze vond het „fantastisch” dat Gerrit Komrij haar gedicht ‘De stem van het water’ opnam in zijn bloemlezing van de Nederlandse poëzie.

Inge Lievaart was geen feminist, maar mopperde weleens dat ze in de verkeerde tijd geboren was. Ze was te vroeg geboren. Daardoor had ze zich als dichteres niet kunnen ontwikkelen zoals ze misschien had gewild, en bleef ze zich als vrouwelijke dichter altijd achtergesteld voelen. Terwijl ze lééfde voor de poëzie. Dat was haar bestemming, voor een man en kinderen was daarnaast geen plaats. „Ze was klein, gebogen, ingeklonken”, zegt Torn, die ook met haar bevriend was. „Maar haar persoonlijkheid was groot. Haar geest was uiterst geconcentreerd, kritisch en flexibel.” Het laatste gesprek dat hij met haar over poëzie voerde, ging over het rijmen – zoals psalmen in het oude testament. „Ze zei: ik vind dat niks. Het is mooi als het vanzelf mee komt, maar als je het zoekt, doet het afbreuk aan de inhoud.”

Lievaart ontdekte in de jaren zeventig de Japanse haiku. Ze had niets met het zenboeddhisme, maar kon in deze vorm haar liefde voor de natuur als schepping Gods uitdrukken. Het waren observaties, waarin het woord God niet voorkwam. Iedere interpretatie ontbrak.

Inge Lievaart schreef tientallen jaren geleden al gedichten over de dood – ze ging ervan uit dat ze niet oud zou worden. Ze was er niet bang voor. Zoals ze haar specialisten nieuwsgierig ondervroeg over haar kwalen, zo wilde ze ook het sterven bewust beleven. „Als ik sterf, wil ik het ervaren.” Niet dat ze nooit aan God getwijfeld had, maar ze keek uit naar het leven na de dood.

Dieper het bos in / steeds aandachtiger worden / de stilte horen.

MARTINE KAMSMA