De adders onder de vechtmarkt in ETF's (4)

Jan de Belegger waagt zich eindelijk buiten de dijken, zo blijkt uit een onderzoek dat vermogensbeheerder Schroders deze week publiceerde. Nederlandse effecten maken gemiddeld nog ‘slechts’ de helft uit van zijn portefeuille, tegen 57 procent een jaar geleden. Het percentage VS verdubbelde bijna, van 5 naar 9 procent, net als Azië exclusief China en India (van 3 naar 5 procent). De bulk van het geld zit nog steeds in beleggingsfondsen en individuele Nederlandse aandelen, maar de Exchange Traded Funds (ETF’s) rukken sterk op.

In beleggingsportefeuilles steeg het gemiddelde aandeel van deze trackers, die automatisch een index of andere onderliggende markt volgen, van 7 procent in 2011 naar 10 procent nu. Dat is geen toeval, want trackers helpen Jan de dijken over naar markten en landen die hij op eigen kracht niet kan betreden. En hoe beter hij zijn geld spreidt, hoe lager zijn risico, ofwel zijn kans op grote verliezen.

Alleen proberen alle banken zich in de ETF-vechtmarkt te profileren. Gevolg is een stroom nieuwe varianten die net zo duur, complex en ondoorzichtig zijn als veel traditionele beleggingsfondsen, zo bleek afgelopen weken in deze column. Het enige Nederlandse trackerfabriekje probeert van eenvoud weer een deugd te maken. Think Capital is in 2009 opgericht door Martijn Rozemuller en Gijs Koning en beheert inmiddels een kleine honderd miljoen euro, verdeeld over negen ETF’s.

Think verkoopt uitsluitend ‘fysieke’ trackers die de onderliggende effecten ook daadwerkelijk aanschaffen. Het leent die effecten niet uit zoals de meeste ETF-aanbieders wel doen. Rozemuller vindt de extra inkomsten uit securities lending niet opwegen tegen het extra risico. Gaat de lener van de effecten failliet, dan moet Think maar zien dat het zijn stukken terugkrijgt. „Marktleider BlackRock geeft 60 procent van de extra inkomsten door aan de belegger, maar die draagt 100 procent van het risico”, aldus Rozemuller.

Bijna alle trackers blijven achter bij hun onderliggende markten. De verklaring schuilt in de kosten en in het technische apparaat, de ‘volgmachine’ van de tracker. Hoe kleiner het verschil, hoe hoger de kwaliteit van de ETF. Begin dit jaar vergeleek Marcel Tak op IEXProfs.nl de Think AEX Tracker met drie concurrenten. Net als bij BlackRock’s iShares AEX betaalt de belegger in de Think AEX 0,30 procent van zijn inleg aan beheerkosten. Maar de iShares bleef in 2011 0,67 procentpunt achter bij de index. De Think AEX slechts 0,27 procentpunt – zelfs nog minder dan de fee.

Volgens Rozemuller komt dit „grotendeels” doordat Think een Nederlands bedrijf is. „Daardoor kan de Think-belegger de dividendbelasting terugvorderen.” Minder bekend is dat ook buitenlandse ETF-aanbieders manieren hebben gevonden om de dividendbelasting deels ‘terug te geven’ aan de belegger.

Daarover volgende week meer.

Journalist Joost Ramaer schrijft elke zaterdag over beleggingszaken