Broer: ‘Mijn ouders vonden het griezelig’

Bijna vier jaar geleden richtte Friso Feilzer bezorgservice HubHub op. Een jaar later vroeg hij zijn broer Joris om het groeiende bedrijf samen met hem te leiden.

Foto David Galjaard

Joris Feilzer (32), samenwonend. Was effectenhandelaar, tot hij in 2010 mede-eigenaar werd van het koeriersbedrijf HubHub.

„Het was geen grote stap om mijn baan op te zeggen zonder dat ik een alternatief had. Ik wilde iets anders, een eigen bedrijf, en dit was het moment. Mijn enige angst was om ’s ochtends wakker te worden en geen doel voor de dag te hebben. Ik wilde aan het werk blijven, en niet verleid en afgeleid worden door de leuke dingen die de stad te bieden heeft.

„Al snel werd duidelijk dat Friso zijn bedrijf niet langer in zijn eentje kon runnen. Tijdens een gesprek over de toekomst van zijn bedrijf zei hij: ‘Ik heb er lang over nagedacht, zullen we het samen doen?’ Ik heb een week nagedacht voor ik ‘ja’ zei. Wilde ik wel voor een logistiek bedrijf werken? Was ik bereid mijn eigen plannen overboord te gooien?

„Ik doe nu dingen waarvan ik nooit had verwacht dat ik ze op mijn leeftijd zou doen. Zo hebben we net een grote investeerder binnengehaald. Ik heb geen baas, niemand zegt dat ik het goed doe. Daarom is het fijn als mensen zo in je geloven dat ze geld in je willen steken.

„Onze ouders vonden het lastig dat ik in het bedrijf stapte. Ze waren bang dat we ruzie zouden krijgen en dat zij dan partij moesten kiezen. En ze vonden het griezelig dat Friso en ik afhankelijk werden van hetzelfde werk. Mijn ouders zijn geen ondernemers, ze hebben altijd voor anderen gewerkt. Zelf heb ik nooit gedacht dat het mis zou kunnen gaan.

„Ik ben een aanpakker. Wil meteen gáán, met de poten in de modder. Friso denkt langer na, is behoudender. Zo vullen we elkaar aan. Als ik uit de bocht vlieg, stapt hij op de rem. En andersom: als hij op de rem staat, geef ik gas.

„De markt van online kopen explodeert. En daarmee groeit ook de behoefte aan vervoer. Ik voorzie een zonnige toekomst voor HubHub.”