Brief over het oog van de orkaan

Het oog van de orkaan is juist zeer gevaarlijk

Als de ombudsman over de Friso-zaak schrijft: „Koelewijn bevond zich in het oog van de orkaan” (Opini&Debat, 13 oktober) en daarmee bedoelt dat zij zich in het meest roerige en emotionele centrum bevond van de commotie om het tragische ongeval van prins Friso, dan past deze uitdrukking ‘oog van de orkaan‘ daar toch heel goed bij. De heer Groenedijk heeft gelijk met te stellen dat het in het oog van de orkaan juist zonnig, rustig en windstil is (Brieven, 20 oktober). In het oog, een gebied met een doorsnee van 10 à 15 zeemijlen, wijken de omstandigheden van weer en wind in zeer sterke mate af van het overige gedeelte van het orkaanlichaam. Een schip dat in het oog geraakt, ondervindt een plotselinge afname van de wind, soms van een zware orkaan tot flauw en stil. De regen, soms zeer zwaar, houdt op; de bewolking wordt minder, of breekt geheel. Het kan zelfs gebeuren dat uitgeputte vogels op het schip neerstrijken.

De zware stormen welke rond het oog van de orkaan waaien, veroorzaken echter een hoge tot zeer hoge zeegang, waarvan de richting overeenkomt met de richting van de wind. In het oog wordt derhalve zeegang uit alle richtingen waargenomen. Het veroorzaakt hier een zeer hoge onregelmatige dooreenlopende golfbeweging, die zeer gevaarlijk kan zijn. Wanneer de golftoppen van verschillende golfsystemen elkaar toevallig samentreffen, ontstaan ongelooflijk hoogoplopende zeeën. Valt een dergelijke zee op het dek van een schip, dan zijn de gevolgen niet te overzien. En overleeft het schip met haar bemanning dit alles, én het oog van de orkaan, dan is daar nog de wetenschap dat het aan alle zijden van dat oog door storm met orkaankracht is omgeven en de zekerheid dat dit stormgebied zal moeten worden doorkruist.

J.C. Erenstein

Den Haag