Achilleshiel van hepatitisvirus

Behandelingen tegen een chronische infectie met hepatitis B-virus (HBV) werken slechts matig, maar nu zijn onderzoekers van de University of Colorado op het spoor van een methode om het virus een voet dwars te zetten (Proceedings of the National Academy of Sciences, 22 oktober).

Voor zijn vermeerdering blijkt het virus afhankelijk van twee eiwitten in de levercel, Bcl-2 en Bcl-xL. Zodra een HBV de levercel binnendringt bindt het viruseiwit HBx aan deze twee eiwitten. Daardoor wordt apoptose (geprogrammeerde celdood) in gang gezet. Dit gaat gepaard met een sterke instroom van calciumionen in de cel, waardoor het virus zich snel kan vermenigvuldigen voordat de cel verloren gaat.

De Amerikanen ontdekten dat het virus zich niet kan vermeerderen zonder de twee cellulaire eiwitten, en dat de infectie ook de kop kan worden ingedrukt door te zorgen dat HBx er niet meer aan kan binden. Die bevindingen bieden nieuwe aanknopingspunten voor de behandeling van de pakweg 400 miljoen mensen die wereldwijd chronisch met het virus besmet zijn.

HBV is zeer besmettelijk en wordt meestal overgedragen door onbeschermd seksueel contact en bloed-bloedcontact. Niet iedereen wordt er ziek van. Wie dat wel wordt, krijgt last van vermoeidheid, spier- en gewrichtspijnen en/of geelzucht. Meestal verdwijnt het virus binnen een half jaar weer uit het lichaam. Als dat niet gebeurt wordt de besmetting chronisch. De kans hierop is het grootst bij pasgeborenen (90 procent) en neemt af met de leeftijd tot minder dan 10 procent. Op den duur kan een chronische infectie leiden tot levercirrose of leverkanker. In Nederland zijn ongeveer 30.000 mensen chronisch geïnfecteerd.