Nu een tijdschrift lanceren: de póging is al een prijs waard

De Mercursnominaties voor tijdschriften zijn bekend gemaakt. Enkele ‘gekken’ begonnen in een uiterst hachelijke markt een nieuw blad.

Plop, klonken de kurken woensdag op vele tijdschriftredacties in Nederland. Hoofdredacteuren van tijdschriften zijn vaak hartstochtelijke twitteraars, dus deelden zij al een dag voordat de genomineerden van de jaarlijkse tijdschriftprijzen de Mercurs officieel werden bekendgemaakt hun vreugde met hun volgers. Cécile Narinx, hoofdredacteur van Elle en voor de derde maal genomineerd als Hoofdredacteur van het Jaar, postte een foto waarop de redactiemeisjes aan de champagne zaten. De door sponsor Roto Smeets bij de nominatie meegeleverde slagroomtaart bleef onaangeroerd. De cocktailjurk moet straks wel passen.

Negendertig nominaties zijn er voor de Mercurs, die jaarlijks tijdens het Tijdschriften Gala in november worden uitgereikt. Zo veel dat ieder blad er wel een te pakken lijkt te hebben; is het niet als Tijdschrift van het Jaar, dan wel voor de art direction, of voor marketingacties.

Interessanter dan de prijs voor het beste tijdschrift, met weinig verrassende genomineerden als LINDA, is de prijs voor de beste nieuwkomer. In de hachelijke tijdschriftenmarkt durfden een paar gekken het dit jaar aan een nieuw blad te beginnen.

Opvallende afwezige is de rij genomineerden voor Lancering van het Jaar is Sanoma’s jongste glossy Fab. Wel genomineerd: consumentenblad Radar+, de Nederlandse versie van modebijbel Vogue, fröbeltijdschrift Daphne’s Diary en 360, dat artikelen uit buitenlandse media selecteert en vertaalt. Die vier laten zich nauwelijks vergelijken. Ze hebben andere doelgroepen, andere benaderingen, andere budgetten, andere oplages. Het is de vraag hoe de jury gaat kiezen tussen een licentieblad als Vogue, met internationaal negentien edities en alle allure (of bombast) die bij de titel hoort, en 360. Vogue verkoopt volgens de laatste cijfers maandelijks bijna 70.000 exemplaren in Nederland. 360 heeft 8.000 betalende abonnees en vecht bij ieder nummer voor zijn existentie.

Toch is er voor alle vier genomineerden wat te zeggen. Vogue bewijst niet alleen dat Nederland heus klaar is voor een blad over haute couture, maar weet ook feilloos licht (een gesprek met actrice Blake Lively) en zwaar (Abdelkader Benali interviewt econome Barbara Baarsma) te combineren. Om haar stelling te onderstrepen dat de burger met minder overheid toe kan, haalt Baarsma John Stuart Mill aan. Kom daar eens om in meeste modeglossy’s.

360 verdient lof voor het toegankelijk maken van stukken die anders buiten ons vizier zouden zijn gebleven; zoals een verhaal uit de Italiaanse Panorama van een journalist die undercover ging bij de camorra, de Napolitaanse onderwereld. Hij wordt ingedeeld in de categorie ‘nuttige idioot’ en leert dat hij geen drugs mag gebruiken die je reactievermogen aantasten; alleen coke is toegestaan. De journalist houdt het 100 dagen vol. Een onvergetelijke reportage.

Radar+, gelieerd aan het tv-programma van Antoinette Hertsenberg, wil oplossingen bieden om het leven makkelijker te maken. Dat klinkt als een belastingslogan, maar het is een vrolijk blad dat gelukkig niet alleen handelt over het nut van de aanvullende zorgverzekering. Het maakt ook inzichtelijk dat een supermarkt zo slim is ingedeeld dat je éérst langs de gezonde sinaasappels loopt, waarna je zonder schuldgevoel snoep en wijn in de kar gooit. Zulke stukken maken kritische consumenten, en dat is precies wat een consumentenblad moet doen.

Daphne’s Diary – volgens de makers een echt dagboek – is vooral een knutselblad. In het huidige nummer staan etiketjes voor eigengemaakte chutney en tips om zelf een cadeauzakje van krantenpapier te maken. Heel origineel is dat niet, het blad heeft goed gekeken naar Tijdschrift van het Jaar-genomineerde Flow (Sanoma), dat óók inspiratie wil bieden en óók uit verschillende papiersoorten bestaat. Maar Daphne doet het zonder grote eigenaar: het wordt gemaakt door uitgever Henk Bemboom, hoofdredacteur Joke Bemboom en fotoredacteur Wendy Bemboom. Alleen al voor de dappere poging zouden de Bembooms best een prijs verdienen.