Etnisch geweld eist 112 levens in Birma

Het dodental door etnische onlusten tussen boeddhisten en moslims in het westen van Birma loopt snel op. Een regeringswoordvoerder in Sittwe, hoofdstad van de onrustige provincie Rakhine, zei vanmorgen dat er sinds afgelopen zondag 112 doden zijn gevallen. Zo’n 2.000 woningen zijn in vlammen opgegaan. Sommige dorpjes, waarin vooral islamitische Rohingya’s woonden, zouden geheel in de as zijn gelegd.

Het voortdurende geweld in het westen van Birma dreigt het krediet dat president Thein Sein in het buitenland had verworven met een reeks hervormingen ongedaan te maken. In Washington riep een woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken gisteren op het geweld zo spoedig mogelijk te beëindigen.

Ook de regering zelf heeft gewaarschuwd dat de reputatie van Birma schade dreigt op te lopen. „Terwijl de internationale gemeenschap de overgang van Myanmar [Birma, red] naar een democratie van nabij volgt, kan zulk geweld het imago van het land aantasten”, aldus een schriftelijke verklaring van de president.

De boeddhistische bewoners van Rakhine beschouwen, zoals de meerderheid van de Birmezen, de Rohingya’s als ongewenste indringers. Ook de regering erkent hen niet als staatsburgers. Al generaties verblijven er echter zo’n 800.000 Rohingya’s in de straatarme provincie Rakhine.

In juni vielen er ook al tientallen doden bij hevige ongeregeldheden tussen boeddhisten en Rohingya’s. 70.000 Rohingya’s verblijven sindsdien in vluchtelingenkampen. (AP, Reuters, AFP)