Wat gemeenten doen bij woonwagenkampen met problemen: Wegkijken

Het OM wil dat speciale teams woonwagenkampen aanpakken waar bewoners lak hebben aan wetten en regels. „Woonwagenbewoners hebben nu eenmaal andere opvattingen over hoe je in de samenleving functioneert.”

Correspondent Noord-Brabant

Waren de uitspraken van burgemeester De Wijkerslooth van Waalre over woonwagenkampen werkelijk zo opmerkelijk? Ze werden van de week breed uitgemeten in de media – De Telegraaf wijdde er een hele pagina aan – waarna Waalrese kampbewoners aangifte deden wegens „discriminatie”.

De Wijkerslooth had in het magazine van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gezegd dat het woonwagenkamp in Waalre een vrijplaats is, waar bewoners lak hebben aan regels en wetten. En dat dergelijke woonwagenkampen hard moeten worden aangepakt.

Zo opmerkelijk zijn die uitspraken niet, blijkt na bestudering van het rapport Vrijplaatsen op woonwagenlocaties van de VROM-inspectie uit 2011 en het rapport Woonwagenbewoners in Nederland 2011 van de inspectie Leefomgeving en Transport dit jaar. Waalre is lang niet de enige gemeente met een woonwagenkamp waar wetteloosheid heerst, staat in die rapporten te lezen. Ten minste 44 Nederlandse gemeenten hebben te maken met vrijplaatsenproblematiek op woonwagenlocaties. Bewoners lappen er de wet aan hun laars zonder dat ze daarop worden aangesproken. Er wordt niet gestraft, gecontroleerd, gehandhaafd. Mensen zijn er ongestoord illegaal en crimineel bezig. Die 44 gemeenten kampen met 63 vrijplaatsen. Onderzoekers stelden zelfs dat het aantrekkelijk kan zijn je op een woonwagenkamp te vestigen als je ongestoord illegaal bezig wilt zijn.

Waalre is ook niet de enige gemeente die worstelt met de aanpak van haar woonwagenkamp. De meeste gemeenten vinden dat de aanpak van vrijplaatsen tekortschiet, blijkt uit de rapporten. Ze voelen vrijwel allemaal behoefte aan ondersteuning bij de aanpak. In Nederland zijn in totaal 1.150 woonwagencentra, in 370 gemeenten. De meeste woonwagenkampen bevinden zich in Noord-Brabant.

Sinds de intrekking van de Woonwagenwet in 1999 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het maken en uitvoeren van een integraal woonwagenbeleid. Maar er zijn heel wat gemeenten die in de loop der jaren geen oplossingen vonden voor de problemen op woonwagencentra. Daarom keken ze maar weg. Bewoners gebruikten de ruimte die ze kregen om ongestoord hun gang te gaan. Nu worden woonwagenbewoners in toenemende mate verdacht van en betrapt op criminele activiteiten.

Handhavingsambtenaren durven regelmatig niet op te treden uit angst voor bedreiging. Ambtenaren van de sociale dienst zeggen dat het plots oorlog is als zij oudere kampbewoners laten weten dat zij betaald werk moeten zoeken en niet eindeloos een uitkering kunnen krijgen. In de rapporten wordt vastgesteld dat woonwagenbewoners vaak hun zin krijgen na intimidatie en bedreigingen.

Demissionair minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) reageerde eerder dit jaar op de aanbevelingen van de rapporteurs. Hij schreef dat woonwagenbewoners niet anders behandeld moeten worden dan andere bevolkingsgroepen. „Gemeenten dienen niet weg te kijken en instanties dienen wet- en regelgeving te handhaven.” Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, legt hoofdofficier van justitie in Den Bosch Bart Nieuwenhuizen telefonisch uit. „Grotere gemeenten lukt het nog wel. Maar voor kleinere gemeenten is het lastig. Waar begin je mee?”

Hij pleit voor interventieteams die vrijplaatsen overal op dezelfde wijze aanpakken. 99 procent van de vrijplaatsen zijn woonwagenkampen, zegt hij. De leefsituatie in woonwagenkampen moet worden genormaliseerd. „Want laten we eerlijk zijn. Woonwagenbewoners hebben nu eenmaal andere opvattingen over hoe je in de samenleving functioneert dan gewone burgers. Als ze een dakkapelletje willen, gaan ze niet eerst om toestemming vragen. Nee, dan gaan ze aan het timmeren.”

Een uniforme aanpak werkt beter en sneller dan een eigen aanpak per gemeente, meent Nieuwenhuizen. „Met een eenduidige werkwijze ben ik als Openbaar Ministerie heel blij. Dan kunnen ook de FIOD, Belastingdienst, woningbouwverenigingen kijken wat ze kunnen toevoegen.” Omdat Brabantse gemeenten vanwege de taskforce georganiseerde criminaliteit de afgelopen jaren al veel meer zijn gaan samenwerken, is zo’n interventieteam in Brabant gemakkelijk op te zetten, meent Nieuwenhuizen. „Als gemeenten hun best doen, kan er over een maand of drie een interventieteam zijn, waar alle Brabantse gemeenten gebruik van kunnen maken.”

Zo’n team zal nog een plezierig neveneffect hebben ook, zegt Nieuwenhuizen. Het aantal bedreigingen en intimidaties door woonwagenbewoners zal afnemen, want een interventieteam kan redelijk anoniem te werk gaan. „Nu is de burgemeester vaak de kop van jut als hij wil handhaven. Er komen veel emoties los als je aan een leefgemeenschap komt.”

Ook Nieuwenhuizen vindt de uitspraken van de burgemeester van Waalre niet vreemd. „De beste man gunt de kampbewoners in zijn gemeente een woonbestemming. Hij legaliseert hun woonplek. Hij zegt alleen dat ze elders moeten werken en dus hun loodsen moeten afbreken.”

De Wijkerslooth doet, zoals veel bestuurders in Nederland, zijn best de situatie te normaliseren. Nieuwenhuizen: „Ik zeg met nadruk normaliseren, niet discrimineren.” En hij heeft last van de intimiderende en forse reactie daarop van de kampbewoners.