Bedoeling

Ik hoorde een reportage over een jeugdgevangenis, danwel een heel strenge school – ik schakelde te laat in om dat te kunnen ontdekken. „Nee nee nee, leg die iPad neer. Dat is niet de bedoeling” Er was een bewaker, danwel een strenge docent, die de jongeren als volgt toesprak: „Vanaf heden wordt hier niet meer

Ik hoorde een reportage over een jeugdgevangenis, danwel een heel strenge school – ik schakelde te laat in om dat te kunnen ontdekken.

„Nee nee nee, leg die iPad neer. Dat is niet

de bedoeling”

Er was een bewaker, danwel een strenge docent, die de jongeren als volgt toesprak: „Vanaf heden wordt hier niet meer gerookt. Hier staan géén rookbakken, maar er liggen wél heel veel peuken. Kan nooit de bedoeling zijn.”

Dit minitoespraakje bleef nog lang in mijn hoofd rondspoken.

Je kon wel merken dat het een heel streng instituut was. Want een zin als ‘vanaf heden wordt hier niet meer gerookt’ zou anders natuurlijk stuiten op een wijsneuzerig: „Hoe weet u dat, meneer?” Een zin die lijkt op een observatie (‘er wordt hier niet gerookt’), maar eigenlijk een bevel is; dat zijn de engste zinnen.

De tweede zin, over dat er geen rookbakken staan maar wel heel veel peuken liggen, is er ook zo een. De strenge man doet alsof het fysiek onmogelijk is om te roken zonder dat er een asbak aanwezig is.

En dan natuurlijk als klap op de vuurpijl: „Kan nooit de bedoeling zijn.” ‘De bedoeling’. Dit klinkt alsof God zelve heeft verordonneerd wat zijn plannen zijn omtrent peuken en asbakken. Wie ‘de bedoeling’ zegt, probeert te doen alsof hij zelf de plannen niet gemaakt heeft. Tegen kinderen wordt de bedoeling ook vaak ingezet. „Nee nee nee, leg die iPad neer. Dat is niet de bedoeling.” Soms hoor ik een kleine peuter zeggen: „Niette doeling!” Nog bijna niet kunnen praten maar het wel al over de bedoeling hebben – dan heb je het heel vaak gehoord.

Ik denk dat ouders het liever over een vage bedoeling hebben dan dat ze moeten zeggen: „Dat mag niet van mij.” Duidelijkheid, duidelijkheid. Ik kende, toen ik zelf nog een kind was, een moeder die alles uitgebreid uitlegde aan haar kinderen. „Mama vindt dat eigenlijk niet zo leuk, begrijp je dat?” Die kinderen waren losgeslagen wilden, natuurlijk. Ik weet niet hoe ze terecht zijn gekomen. Waarschijnlijk in een jeugdgevangenis.

In het geval van de strenge man in de gevangenis/school denk ik dat zijn gezag zo overduidelijk was dat hij niet eens hoefde te zeggen dat hijzelf niet wilde dat er gerookt werd. „De bedoeling” was per definitie zijn bedoeling. Hij was God.