De schaliegaslobby blokkeert zonne-energie

Olie- en gasproducenten zien zonne-energie als hun grote vijand. Ze weten haar met succes te blokkeren. Dit moet snel afgelopen zijn, betoogt Jonathan Leggett.

Denk aan het goede nieuws: een derde industriële revolutie, gevoed door een decentrale energievoorziening en een massale digitalisering. Denk aan het slechte nieuws: de overgebleven instituties van de tweede industriële revolutie, gevoed door olie en twintigste-eeuwse transportgewoonten, dreigen deze derde revolutie te belemmeren en misschien zelfs te fnuiken.

Onlangs spraken leiders uit de industrie op een conferentie van de International Herald Tribune in Barcelona over deze toekomstscenario’s. Zonne-energie, met haar snel stijgende mondiale verkoop en kelderende prijzen, figureerde als talisman voor de derde industriële revolutie. ‘Gefract’ gas – zoals schaliegas – figureerde als vaandeldrager voor een verlengde levensduur van de tweede industriële revolutie. Als oprichter van een snel groeiend bedrijf in zonne-energie, dat ik begon uit zorg over de afhankelijkheid van olie, gas en steenkool, nam ik deel aan de discussie. Ik wilde antwoorden vinden op het slechte nieuws.

Vorige week kreeg het goede nieuws een grote tegenslag. Het Amerikaanse ministerie van Handel bevestigde de strafheffingen voor de Chinese fabrikanten van goedkope zonnecellen en -panelen. Het uitgangspunt van deze zaak, aanhangig gemaakt door Amerikaanse fabrikanten, is dat de Chinese fabrikanten hun panelen tegen oneerlijke prijzen hebben geëxporteerd. Ze konden door de vrijgevigheid van Chinese regering goedkoper zijn dan hun Amerikaanse equivalenten. Europeanen overwegen dezelfde anti-Chinese maatregel. Bij wijze van vergelding lijken de Chinezen strafheffingen te willen leggen op de uitvoer van polysilicium uit de VS, de grondstof voor zonnecellen. Een totale handelsoorlog bedreigt de zonne-energie.

Intussen weet de lobby van de olie- en gasindustrie in tal van landen veel terugleververgoedingen te blokkeren die de drijvende kracht zijn achter de groei van zonne-energie en andere hernieuwbare varianten. De liefhebbers van het Amerikaanse schaliegasfenomeen – de geheel onverwachte productie van grote hoeveelheden onconventioneel gas in de afgelopen jaren – zien gas als overbrugging naar een gastoekomst. Terugleververgoedingen, waarmee een hoge prijs voor duurzame opwekking wordt bekostigd uit een minieme opslag op de elektriciteitsrekening, staan hierbij in de weg. Het zou slecht uitkomen als zonne-energie over een paar jaar goedkoper zou zijn dan alle andere vormen.

Nergens is dit duidelijker dan in het Verenigd Koninkrijk. Daar spoort de minister van Financiën in een uitgelekte brief in feite de minister van Energie aan om paal en perk te stellen de stimulering van de duurzame-energiemarkt. Zo zouden beleggers niet worden afgeschrikt om kapitaal te steken in de poging van Financiën om ‘frackers’ naar het Engelse platteland te halen en van Groot-Brittannië een ‘gascentrum’ te maken. Betrouwbare bronnen bij de overheid en het bedrijfsleven zeggen mij dat een dergelijke politieke reactie het gevolg is van een eendrachtige olie- en gaslobby.

De twee problemen voor zonne-energie hangen uiteraard samen. De aanslag op de terugleververgoeding en andere subsidies leidt tot een krimpende vraag. Hierdoor worden geëxporteerde zonnepanelen gedumpt tegen lage prijzen. Zonder het wanbeheer van overheden over het marktproces – onder druk van lobby’s – zouden we geen handelsoorlog hebben in zonne-energie.

Ongeacht of u mijn analyse van de causaliteit deelt, de huidige situatie werkt duidelijk tegen alle nieuwkomers en voor de gevestigde energieorde. Als u bezorgd bent over de energiezekerheid: hoe langer we afhankelijk blijven van gas en olie, hoe meer we afhankelijk worden van de mensen die de pijpleidingen en tankerroutes beheersen. Als u bezorgd bent over de klimaatverandering: we hebben behoefte aan een koolstofarme toekomst die zich afkeert van fossiele brandstoffen, niet aan pogingen om er juist nog meer te vinden en te ontwikkelen. Als u bezorgd bent over beide, over een aarde die op weg is naar zes graden opwarming – een niveau dat de toekomst van de beschaving als zodanig bedreigt – dan krijgt een aanslag op de zonne-industrie iets weg van de sabotage van wapenfabrieken tijdens de mobilisatie voor een oorlog.

En het zou zó gemakkelijk zó anders kunnen zijn.

Ook al hebben de regeringen tot nu toe geen zinvol klimaatverdrag weten af te leveren, in het verleden hebben ze zich in staat getoond complexe verdragen te sluiten ten behoeve van de gemeenschappelijke veiligheid. Ze zouden nu een multilaterale samenwerking kunnen aangaan op het terrein van de markt voor zonne-energie: een mondiaal gecoördineerde reeks terugleververgoedingen, bestemd om de prijs van zonne-energie overal versneld op het niveau te brengen van de conventionele energie. Ze zouden zelf op grote schaal zonnepanelen kunnen aankopen, om de opkomst van een massamarkt te versnellen.

Door samen te werken, ten behoeve van gemeenschappelijke veiligheid, zouden ze heel snel de dag dichterbij kunnen brengen waarop zonne-energie goedkoper is dan alle andere vormen en waarop terugleververgoedingen niet meer nodig zijn. Hiermee zouden ze allemaal sterk hun eigen energievoorziening veiligstellen. Licht schijnt oneindig op alle landen. Belangrijke olie- en gasreserves bevinden zich maar in enkele landen, en zijn eindig.

Jonathan Leggett is is verbonden aan de Britse fabrikant van zonnepanelen Solarcentury en voorzitter van de Britse Industry Taskforce on Peak Oil and Energy Security. Dit artikel is eerder verschenen in de International Herald Tribune.