Opinie

Wie betaalt de toekomst?

Wat hebben bankrovers en belastingcommissies gemeen?Ze zoeken het ‘grote geld’. In de kluizen respectievelijk in de knip van de (oudere) middenklasse. De commissie-Van Dijkhuizen, die vorige week haastig tussentijds belastingadvies gaf, kijkt naar de grootste fiscale subsidies (eigen huis/huurwoning, pensioen) en stelt beknotting of afbraak voor.

Het rapport is tweeslachtig en weerspiegelt de politieke verwarring over de economie. Nederland weet zich niet goed raad met zijn immense financiële bezit en rilt van de onbeheersbare kosten van de pensionering van na-oorlogse babyboomers.

Eerst ons bezit. We waren er blij mee, maar nu lijkt het wel onze schuld. De groeiende middenklasse had nooit zoveel schuld mogen maken om een eigen huis te kopen. En, als tweede: we hadden nooit zoveel voor ons pensioen moeten sparen als we hebben gedaan. Een eigen huis gold als teken van eigen verantwoordelijkheid. Maar nu heet de 650 miljard euro hypotheekschuld bij de commissie-Van Dijkhuizen een „zelfstandige aantasting van de financiële stabiliteit van ons land”.

Dat is een twijfelachtige claim, aangewakkerd door paniekerige kredietbeoordelaars en de angst voor verlies van onze AAA-rating. Dat aan de huizenhausse eens een eind zou komen lag voor de hand. Dat de waarde van de huizen in zijn totaliteit ver uit gaat boven de schulden is zonneklaar. Dat de wanbetalingen ondanks de crisis meevallen ook. Hebben sommige mensen en banken onverantwoorde beslissingen genomen? Zeker. Maar is belastingwetgeving de beste remedie tegen herhaling?

Voor pensioen geldt een vergelijkbaar verhaal. Teveel van het goede. Daarom wil de commissie de fiscale subsidie boven een inkomen van 62.500 euro schrappen. Meer sparen hoeft niet, meer schuld aflossen is ook goed. Dat wordt een administratief wespennest.

De commissie-Van Dijkhuizen gaat voorbij aan de prioriteit van Nederland. We moeten, ook fiscaal, werkbare manieren vinden om de formidabele vermogens die zijn besloten in pensioenen en huizen in te zetten voor een soepeler transformatie naar een vergrijzende samenleving.

De commissie doet een onvermijdelijk voorstel: ouderen met AOW en pensioen betalen op termijn hogere belastingen. Een uitzonderingspositie voor ouderen is verjaard. Zij hebben als groep meer inkomen en meer vermogen dan vijftig jaar geleden. Dat is de opbrengst van decennia welvaart. De vergrijzing is een dominante trend, zegt de commissie terecht. Steeds meer ouderen, met een behoorlijk inkomen. Het is logisch dat de belastinginning het ‘grote geld’ volgt.

Maar hoe moet dat straks, met die vergijzing? De commissie hamert erop dat meer mensen meer uren gaan maken. „De vergrijzing zorgt voor een forse toename van de collectieve uitgaven (AOW, zorg) die betaald moeten worden door een afnemend aantal werkenden.” Een twijfelachtige claim. Dé belastingmotor is de BTW, de commissie pleit zelf voor verdere verhoging. BTW betaalt iedereen. En de AOW? Ja, de werkers betalen de bulk, maar een groeiend deel komt uit de belastingopbrengst. Wie de de vergrijzing als last wil presenteren moet eerlijk zijn. Niet alleen de werkers betalen. Iedereen moet dokken.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.