Terugblik op het laatste debat: alleen tactiek telde nog

Romney en Obama begroeten elkaar voorafgaand aan het laatste debat / foto AP

Het derde en laatste televisiedebat tussen Barack Obama en Mitt Romney deed er toe. Tenminste: als je in Washington woont en houdt van politiek-strategische schaakspelletjes. Voor al die anderen die vannacht opbleven om Romney en Obama te horen praten, zal dit debat waarschijnlijk het minst aansprekende van de vier (vice-)presidentsdebatten zijn geweest.

Tactisch was het boeiend. Mitt Romney probeerde zich af en toe links van Obama te positioneren. Obama’s vaste verdediging van zijn buitenlands beleid is de dood van Osama bin Laden. Romney pareerde dat door het belang te benadrukken van hulp aan het Midden-Oosten bij het opbouwen van westers gezinde landen: ‘We can’t kill our way out of this mess.’

Opmerkelijk vaak was Romney het eens met Obama. Hier praat Romney uitgebreid over Egypte, waarbij hij tot de conclusie komt dat hij het min of meer hetzelfde zou hebben gedaan als Obama.

Hier zat alleen tactiek achter. Allereerst: geen fouten maken. De aanval op Obama tijdens het vorige debat over Benghazi werd een mislukking. Vannacht koos hij niet voor de riskante strategie van hard aanvallen.

Romney herhaalde daarbij zijn truc van het eerste debat. Toen kwam hij onverwacht veel gematigder naar voren dan Obama verwacht had. Obama’s zorgvuldig opgebouwde strategie om Romney als een radicale conservatief neer te zetten, faalde volkomen. Romney won het eerste debat. Dat had hij nu kunnen herhalen, ware het niet dat Obama deze keer wel voorbereid was.

Daarbij moet Romney nog zien om te gaan met een Republikeinse erfenis. De oorlogen in Irak en Afghanistan, begonnen tijdens de Bush-jaren, zijn impopulair in eigen land. Bijna niemand zit te wachten op een nieuwe oorlog, bijvoorbeeld tegen Iran. Hoe haal je dan Obama rechts in, die ook al een eventueel nucleair wapen van Iran onacceptabel heeft genoemd? Romney noemde militair ingrijpen “de laatste optie”, en kwam met het idee om Mahmoud Ahmadinejad wegens genocide aan te klagen.

Obama gebruikte de strategie die George W. Bush in 2004 succesvol tegen John Kerry gebruikte: u roept maar wat, maar ik ben de opperbevelhebber. Zie hier bijvoorbeeld Obama’s reactie over Iran:

Het was een veilige verdediging, waarachter Obama zijn opponent voortdurend in de rede viel, hoe klein de verschillen vaak ook waren. In deze uitwisseling over bezuinigingen op Defensie was Obama’s strategie van aanvallen en ridiculiseren zichtbaar:

Romney:

Our Navy is smaller now than any time since 1917. The Navy said they needed 313 ships to carry out their mission. We’re now down to 285. That’s unacceptable to me. I want to make sure that we have the ships that are required by our Navy.

OBAMA:

I think Governor Romney maybe hasn’t spent enough time looking at how our military works. You — you mentioned the Navy, for example, and that we have fewer ships than we did in 1916. Well, Governor, we also have fewer horses and bayonets because the nature of our military’s changed. We have these things called aircraft carriers where planes land on them. We have these ships that go underwater, nuclear submarines.

Maar dit is allemaal tactiek. Wat miste, was de inhoud. Waar bleef het fundamentele debat over de inzet van onbemande vliegtuigen? Waar was de eurocrisis? Zijn kijkers in Syrië ook maar iets wijzer geworden over de toekomstige Amerikaanse rol in hun land? Een debat is, ironisch genoeg, een slechte plek om daar een debat over te hebben.