Syrië ontketent regionale oorlog

De Syrische opstand dreigt de hele regio in gevaar te brengen. Europa en de VS moeten snel militaire steun verlenen, schrijft Monique Samuel.

Wanneer ik naar de situatie in Syrië kijk, moet ik denken aan het in 1990 verschenen boek van Midden-Oostencorrespondent Robert Fisk: Pity the Nation: The abduction of Lebanon. Fisk reflecteerde op het tragische lot van de Libanese bevolking, die werd gegijzeld door een oorlog van buitenlandse mogendheden – uitgevochten op Libanees grondgebied. De huidige situatie in Syrië doet denken aan de Libanese burgeroorlog, die in verschillende fases van 1975 tot 1990 voortduurde en naar schatting aan 120.000 mensen het leven kostte en een miljoen gewonden achterliet. Net zoals in Syrië nu werd de Libanese burgeroorlog gefinancierd, gemanipuleerd en aangewakkerd door de Arabische buurlanden, Israël en Iran, die elk eigen sektarische milities steunden.

De sektarische spanningen lopen nog regelmatig hoog op in Libanon. Een nieuw conflict dreigt nu buurland Syrië op instorten staat. De bomaanslag van vorige week vrijdag in de christelijke wijk Ashafriyeh in hartje Beiroet, waarbij acht doden en tachtig gewonden vielen (onder wie het soennitische hoofd van de Libanese veiligheidsdienst, die recentelijk nog een groot Syrisch complot in eigen land onthulde) doet menigeen vrezen voor een nieuwe burgeroorlog. Deze zomer zag het Libanese leger zich al genoodzaakt de havenstad Tripoli te bezetten nadat er gevechten tussen pro- en anti-Syrische groepen waren losgebarsten.

De Syrische opstand begint steeds meer regionale vormen aan te nemen. Het in eerste instantie vreedzame protest van een deel van de Syrische bevolking tegen dictator Bashar al-Assad sloeg het afgelopen jaar om in een gewelddadige burgeroorlog, niet alleen tussen de sektarische groepen, maar ook tussen internationale mogendheden die een indirecte oorlog of proxy-oorlog uitvechten op Syrisch grondgebied.

De geopolitieke krachten in het Midden-Oosten hebben elk hun eigen agenda. Onder auspiciën van Iran hebben shi’itische groeperingen zich in de hele Arabische wereld verenigd. Assad krijgt militaire en politieke steun uit Rusland en Iran, die wapens en goederen aanleveren via door shi’ieten gecontroleerde aanvoerroutes in Irak.

Saoedi-Arabië – met steun van de VS – doet er ondertussen alles aan om de opmars van Iran in de Arabische wereld tegen te gaan. In buurland Bahrein bestreden Saoedische keurtroepen de volksopstand van de shi’itische meerderheid en in Syrië probeert Saoedi-Arabië de door Iran gesteunde Assad van de troon te stoten door soennitische rebellengroepen te steunen.

Geen van de omringende landen staat echte democratie in Syrië voor, ook Turkije niet, dat evengoed vreest voor een radicaal islamitisch buurland en bang is voor de gevolgen van nog meer autonoom Koerdisch grondgebied aan de grens. Turkije steunt daarom het redelijk seculiere Vrije Syrische Leger, maar bewapent en traint dit vooralsnog niet afdoende om Bashar al-Assad daadwerkelijk van de troon te kunnen stoten. Ondertussen zijn islamitische strijders vanuit Pakistan en Afghanistan Syrië binnengetrokken om er een volgende jihad uit te vechten en steken radicale splinterbewegingen, onder meer gesteund door de Arabische golfstaten, overal de kop op.

De belangrijke landen in de regio steunen allemaal één of meerdere militante groepen in Syrië, maar geen bewapent hen voldoende om daadwerkelijk het conflict te winnen. Ook wachten ze vooralsnog met een militaire inval in Syrië. Zolang de uitkomst van de strijd in Syrië onzeker blijft, durft geen van de verschillende betrokken partijen een einde te maken aan het conflict.

Hoe langer de huidige uitputtingsoorlog tussen de geopolitieke krachten in Syrië voortduurt, hoe hoger het aantal burgerslachtoffers, hoe sterker de radicalisering en militarisering van de Syrische bevolking en hoe groter de kans op een totale oorlog die de hele regio ontwricht, zeker nu het conflict overslaat naar Libanon en het aantal ‘incidenten’ aan de Turks-Syrische grens toeneemt.

Hoewel ik nooit een pleitbezorger van militaire interventie ben geweest en liever geen enkele buitenlandse inmenging in Syrië zou zien, denk ik dat in dit geval het Westen een doorbraak moet forceren om erger – zowel binnen als buiten Syrië – te voorkomen. In een speciaal Syriënummer riep The Economist in juli op tot het verlenen van directe militaire steun aan het Vrije Syrische Leger. Verschillende westerse veiligheidsexperts en analisten hebben het belang van militaire steun onderstreept. Nu, drie maanden later en duizenden burgerslachtoffers verder, wil ik deze oproep opnieuw herhalen. Er is geen diplomatieke oplossing voor het gewelddadige conflict in Syrië. Bashar al-Assad zal nooit vrijwillig opstappen en doet er alles aan om het conflict op te blazen. Geen van de directe buurlanden is momenteel bereid om Assad definitief te laten vallen.

Terwijl het Westen besluiteloos toekijkt en de NAVO en de VN keer op keer herhalen niet militair te zullen ingrijpen, verliezen Europa en de VS snel terrein. Willen zij totale escalatie van het conflict in Syrië voorkomen en straks een vinger aan de pols kunnen houden in de wederopbouwfase van Syrië, dan zullen ze het Vrije Syrische Leger (onder duidelijke voorwaarden) van betere wapens en strategische informatie moeten voorzien. Daarnaast moeten Brussel en Washington proberen de steun van de verschillende buurlanden te kanaliseren, zodat deze slechts nog aan één of twee groepen zonder duidelijk etnisch-religieus profiel toekomt (zoals het Vrije Syrische Leger). Hierbij spelen scherpe onderhandelingen tussen bijvoorbeeld de VN, de NAVO en de EU met de Arabische Liga een sleutelrol. Tevens zou de internationale gemeenschap strenger moeten toezien op illegale wapensmokkel en het betalingsverkeer richting Syrië strikt moeten reguleren. Ten slotte dienen Europa en de VS ook de civiele krachten in Syrië te steunen om alleenheerschappij van militante groeperingen tegen te gaan. Dit kunnen zij doen door de steun van losse ngo’s en Syrische oppositieleden in het buitenland aan de Lokale Coördinatie Comités, die het aantal slachtoffers bijhouden, misstanden rapporteren, noodhulp verlenen en demonstraties organiseren, te professionaliseren en van meer gewicht te voorzien.

Westerse steun staat niet gelijk aan het eigenhandig uitvechten van de oorlog of het indoctrineren van burgercomités, maar aan het steunen van de Syrische oppositionele krachten zodat zij eigenhandig Bashar al-Assad ten val kunnen brengen en een nieuw Syrië kunnen opbouwen.

Het defensie- en veiligheidsapparaat van Assads regime wankelt. Laten we het autoritaire bewind in Syrië de genadeklap toebrengen voordat het conflict in een regionale oorlog uitmondt en het gegijzelde Damascus in vlammen opgaat.

Monique Samuel (1989) is politicoloog en auteur van ‘Mozaïek van de Revolutie: een kijkje achter de voordeur van mijn nieuwe Midden-Oosten’ (De Geus).