Rwanda-proces gaat door

De eerste rechtszaak tegen een Nederlands staatsburger voor genocide mag doorgaan. Justitie heeft niet in strijd gehandeld met een goede procedure en heeft het recht van de verdachte op een eerlijk proces niet geschaad. Dat bepaalde de Haagse rechtbank vanmorgen in het proces tegen Yvonne B. (65), die is geboren in Rwanda maar sinds 2004 een Nederlands paspoort bezit.

Advocaat Victor Koppe had de rechtbank gevraagd de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. Volgens Koppe had justitie de rechtbank misleid door doelbewust cruciaal ontlastend bewijsmateriaal achter te houden.

Justitie beschuldigt B. ervan 18 jaar geleden „initiator, planner en aanjager” te zijn geweest van genocide in de Rwandese hoofdstad Kigali. Zij zou op bijeenkomsten bij haar thuis jongeren hebben opgehitst en hebben geholpen lijsten op te stellen van Tutsi’s die moesten worden vermoord.

Volgens de verdediging is B. het slachtoffer van oplichters die haar vals beschuldigen om aanspraak te kunnen maken op haar bezittingen. Koppe betoogde gisteren dat justitie dat had kunnen weten.

De officier van justitie zei gisteren dat die informatie niets toevoegt aan wat al beschikbaar is. „Bijna iedereen die wordt beschuldigd van genocide, verweert zich door te wijzen op complotten voor geldelijk gewin.” De rechtbank gaf justitie gelijk.