‘Rechtse’ Jeroen Dijsselbloem drukt zijn stempel: Dijsselbloemproof

De onbevestigde geruchten over het aflopen van de formatie nemen toe. Partijleiders Rutte en Samsom brengen het grote verhaal, hun secondanten Blok en Dijsselbloem de cijfers achter de komma. Het gaat ‘voortvarend’ tussen de twee ideologische tegenpolen. Wie zijn deze secondanten?

Den Haag - Informateurs en onderhandelaars zitten aan tafel in de Stadhouderskamer om te beginnen met de onderhandelingen over de kabinetsformatie , VLNR , Henk Kamp (VVD) , Diederik Samsom (PvdA) , Jeroen Dijsselbloem (PvdA) , Stef Blok (VVD) , Mark Rutte (VVD) en Wouter Bos (PvdA) - NRC / Pierre Crom
Den Haag - Informateurs en onderhandelaars zitten aan tafel in de Stadhouderskamer om te beginnen met de onderhandelingen over de kabinetsformatie , VLNR , Henk Kamp (VVD) , Diederik Samsom (PvdA) , Jeroen Dijsselbloem (PvdA) , Stef Blok (VVD) , Mark Rutte (VVD) en Wouter Bos (PvdA) - NRC / Pierre Crom

Politiek redacteur

Partijleider wilde hij niet worden, maar ‘besturen’ leek hem wel wat. „Dat mag best een ministerie zijn”, zei Jeroen Dijsselbloem vier jaar geleden in verschillende interviews. Het is bijna zover. De rechterhand van Diederik Samsom bij de onderhandelingen over het regeerakkoord treedt binnenkort naar alle waarschijnlijkheid als minister toe tot het kabinet-Rutte II. Sommigen noemen hem zelfs als vicepremier.

Dijsselbloem (1966) heeft er de politieke bagage voor. Sinds 2008 neemt hij (een kleine onderbreking daargelaten) de belangrijke plek van vicefractievoorzitter in. Loyaal en dienstbaar, zo staat hij binnen de PvdA bekend. Een partijgenoot noemde hem in deze krant eens „de ideale adjudant”. Zelf omschreef Dijsselbloem het vertrek van fractievoorzitter Cohen begin dit jaar als „een bevrijding”, zo is in kleine kring bekend. Moe werd hij van dat lethargische gedoe. Maar Dijsselbloem is niet het type om aan stoelpoten te zagen.

In zijn twaalf jaar als Kamerlid deed hij ervaring op met vrijwel alle belangwekkende dossiers, waaronder verkeer, ruimtelijke ordening, financiën, veiligheid, integratie, jeugdzorg en onderwijs. Hij schreef mee aan de verkiezingsprogramma’s van 2010 en 2012. En als Kamerlid maakte hij onder Kok, Melkert, Bos, Cohen en nu Samsom ups en downs van de sociaal-democratie mee.

Dat juist Dijsselbloem de secondant van Samsom is en niet de nummer twee van de lijst, Jetta Klijnsma, of een electoraal meer aansprekende PvdA’er als Ronald Plasterk, is niet vreemd. Dijsselbloem kent alle dossiers van binnen en buiten, zal tijdens de besprekingen – net als Stef Blok bij de VVD – de lijn van zijn partij bewaken, maar minstens zo belangrijk: Samsom kan hem blindelings vertrouwen. De twee zijn close en die relatie gaat ver terug.

Tijdens de campagne voor de Kamerverkiezingen van 2003 vormden ze met Staf Depla (nu wethouder in Eindhoven) het trio ‘de rode ingenieurs’: ze kwamen alle drie van een technische universiteit. In rode werkoveralls trokken ze door het land op zoek naar „echte problemen en werkende oplossingen”. Het ging ze om kwesties die binnen de politiek-correcte PvdA van toen nauwelijks aandacht kregen, zoals de situatie in de probleemwijken, integratie en veiligheid. En passant schopten ze tegen de „regentencultuur” in de partij.

Al vroeg was Dijsselbloem een vertolker van het rechtsere geluid binnen de PvdA. Toen hij onder Balkenende IV het woord voerde over immigratie noemde Marcel van Dam hem „de Geert Wilders van de PvdA”. Als mede-auteur van een voor de PvdA van die tijd harde immigratienota hielp hij de partij een antwoord te vinden op integratievraagstukken die daarvóór vooral met de mantel der liefde werden bedekt. Dijsselbloem was voorstander van een buurtverbod voor Marokkaanse probleemjongeren, vond nationalisme zo slecht nog niet en stelde in de nota dat „krenken mag”.

Dijsselbloem leeft en ademt politiek Den Haag. Hij loopt er al bijna twintig jaar rond: zo ongeveer zijn volledige werkende leven. Dijsselbloem groeide op in een katholiek nest in Eindhoven, studeerde landbouweconomie in Wageningen en toen lonkte het Binnenhof. In 1993 werd hij beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie, vervolgens werkte hij op het ministerie van Landbouw als politiek medewerker van minister Van Aartsen en in 2000 kwam hij zelf in de Kamer terecht.

Na een beginperiode waarin hij naar eigen zeggen „een grijze muis” was, ging hij zich meer profileren. Kritisch op zijn partij, vaak zoekende naar hoe de sociaal-democratie zich verder moest ontwikkelen. Als voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie naar onderwijsvernieuwingen leverde hij in 2008 een keihard, alom geprezen eindrapport af waarin de vloer werd aangeveegd met de voormalige PvdA-ministers van Onderwijs Tineke Netelenbos en Jo Ritzen. De overheid had het onderwijs geschaad door hervorming op hervorming te stapelen. Het woord ‘Dijsselbloemproof’ werd geboren: doordacht, nauwkeurig beleid. „Slow politics”, noemde hij dat.

Tijdens het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie werd hij spottend het zevende Kamerlid van de ChristenUnie genoemd. De ChristenUnie-jongeren riepen hem in 2007 uit tot Engel van het Jaar. Van alle politici van niet-christelijke partijen was Dijsselbloem degene die zich het meest had laten leiden door bijbelse normen en waarden, vonden ze. Dijsselbloem – niet gelovig – voerde naar eigen zeggen een „offensief tegen de oprukkende straatcultuur”. Hij pleitte voor een verbod op gewelddadige games zoals Manhunt 2, streed tegen de „pornografisering van de publieke ruimte” en „ranzige” videoclips op MTV. Hij ageerde tegen het tv-programma De Gouden Kooi en pleitte voor een gedragscode voor programmamakers. Paternalisme „past heel goed in de traditie van de sociaal-democratie”, zo rechtvaardigde hij zijn strijd.

Dijsselbloem is machtig binnen de fractie en partij en geniet respect onder Kamerleden, maar het grote publiek kent de PvdA-veteraan nauwelijks. Als nummer vijf op de kieslijst kreeg hij deze verkiezingen 4.336 stemmen. Mensen in zijn omgeving vinden hem grappig en warm. Maar lachen in het openbaar doet hij zelden en hij is niet televisiegeniek. Dat kan met een ministerspost lastiger zijn, laat staan als vicepremier. Maar zich anders voordoen dan hij is, is niets voor Dijsselbloem. Zijn serieuze uitstraling noemde hij eens „het effect van de politiek op de mens”. „Je torst het leed van de wereld met je mee.”