Rammen zit er nog niet in - die rug!

Sven Kramer raakte in de voorbereiding op het schaatsseizoen weer geblesseerd aan zijn zwakke plek, zijn rug. Komt het op tijd goed?

INZELL - (VLNR) Jan Blokhuijsen, Wouter Olde Heuvel en Sven Kramer tijdens een training op de Max Aicher ijsbaan in Inzell ter voorbereiding op het nieuwe schaatsseizoen. ANP JERRY LAMPEN
INZELL - (VLNR) Jan Blokhuijsen, Wouter Olde Heuvel en Sven Kramer tijdens een training op de Max Aicher ijsbaan in Inzell ter voorbereiding op het nieuwe schaatsseizoen. ANP JERRY LAMPEN

Redacteur Wielrennen

Inzell. Druk, bijna uitgelaten, en zonder reserves praat Sven Kramer over zijn eigen glorieuze races en zijn concurrenten. Bob de Jong is „chill”, maar een buitenlandse tegenstander „lui”. Hij stuurt zijn racefiets door de poort van de loodsen van Haas Holzindustrie GmbH in het Zuid-Duitse Ruhpolding, waar de TVM-schaatsploeg zojuist een krachttraining heeft gedaan. Zijn branie is aanstekelijk. Wie heeft er op de vijf kilometer ooit twee keer 6.09 gereden op een laaglandbaan, onnavolgbare races waarmee hij loopbanen van concurrenten brak? Nou dan. Tot ineens in de verte krachttrainer Jim McCarthy langsfietst en aankondigt eerder bij het hotel terug te zijn. Pats, weg is Kramer. Over een stoeprandje schiet hij de weg op. Geen vraag wie er wint.

Het is goldenes Oktoberwetter in Luftkurort Inzell, waar het terras van de Konditorei in de herfstvakantie vol zit met Nederlandse schaatsers. Top- en breedtesporters bereiden zich hier voor op de start van het seizoen. TVM bereidt zich met wat acceleraties voor op de eerste wedstrijd. „Dit is een sprint-kracht-dag”, legt assistent-coach Geert Kuiper uit op de tribune.

Maar kopman Kramer tobt met een rugblessure. Een ongelukje op de schommel in de tuin van TVM-baas Arjan Bos. En zijn rug is toch al zijn zwakke plek sinds hij in de top schaatst. „Ik ben nu gevallen op de onderkant van mijn rug. Daardoor ontstaat een zwelling en krijg ik een soort zenuwpijn in mijn bovenbeen. Links, dat is vooral in de bochten niet relaxed.” Balen in het zonovergoten Inzell? „Dit komt nooit uit en zeker nu niet”, zegt Kramer. „Natuurlijk word je hier onrustig van. Maar je kunt er niets aan veranderen.”

Vorig jaar maakte Kramer (26) in Inzell onder grote mediabelangstelling een rentree, nadat een slepende blessure aan het rechterbovenbeen en mentale problemen hem een heel seizoen uit competitie hielden. „Voor hem waren die eerste wedstrijdjes toen een WK”, zegt Geert Kuiper, assistent-coach van TVM. Later dat seizoen won Kramer als vanouds zijn vijfde EK en WK allround, plus goud op de vijf kilometer en ploegachtervolging bij de WK afstanden. En dan nu weer geblesseerd, weer zenuwpijn? „Sven heeft geen vlekkeloze voorbereiding gekend”, nuanceert Kuiper. „Maar zo’n blessure overkomt iedereen wel eens. Alleen krijg je bij Sven direct toeters en bellen. ”

Intussen rijdt Kramer achter zijn nieuwe ploeggenoot Douwe de Vries wat rondjes. Van een blessure is niets te zien. „Hij beweegt normaal”, stelt Kuiper. „Diep zitten en de schaatsen mooi sturen. Als hij slecht is, komt hij aan het einde van de bocht wat omhoog. Nu zie ik dat hij goed geconcentreerd is en eronder duikt. ”

Wie is die schaatser in het zwarte pak, waar Kramer een paar rondjes lang achter duikt? Zijn karakteristiek lange slag verraadt tweevoudig olympisch kampioen Gianni Romme, nu coach van de Italianen. „Ik hoorde plotseling iemand achter me ‘tandje erbij’ roepen”, zegt de in 2006 gestopte Romme lachend. „Ik kijk om en zie Sven. Een paar rondjes later hoorde ik hem een beetje kuchen alsof het een tandje minder moest. Mooi voor mij, maar niet voor Sven. Hij heeft natuurlijk al een tijdlang last van zijn rug. Kampioenen twijfelen altijd. Dat zal hij nu dus ook doen.”

Aan het einde van de ochtendtraining zitten de TVM’ers – Kramer, Blokhuijsen, Ireen Wüst en de nieuwelingen Douwe en Linda de Vries – op een bankje of doen een coolingdown.

Als iedereen uit de baan is, stapt Kramer plotseling het ijs weer op. Jackje uit en rijden, nog één keer proberen. „Hij zoekt een beetje de wedstrijdsnelheid”, vermoedt Kuiper, terwijl hij een rondje van 29.2 klokt. „Ik wil toch een beetje het gevoel bijhouden”, zegt Kramer later zelf. „Maar ideaal is het niet.”

Na een middag rust in het teamhotel in Ruhpolding volgt voor elke schaatser een individuele krachttraining. Kramer komt om kwart voor vijf als laatste van de ploeg de immense houthal binnenfietsen, waar de halters en apparatuur staan opgesteld. Rockmuziek, aanmoedigende kreten van trainer McCarthy, resultaten direct vertaald op een computerscherm en alles vastgelegd op film. Kramer fietst speels bijna over de voeten van McCarthy, dolt wat met de anderen en haalt een A4’tje uit zijn achterzak met zijn programma.

Opvallende oefening: met de rug tegen een skippybal trekt de beste allrounder aller tijden statisch aan de kabels van een krachtapparaat. Ook opvallend: hij doet bijna geen explosieve oefeningen, zoals de anderen. „Het grootste deel van de krachttraining van Jim McCarthy is bedoeld ter preventie van blessures”, zegt coach Gerard Kemkers. Beelden van imposante krachtsexplosies? „Dat ziet er spectaculair uit, maar het is slechts een klein deel van wat wij doen.”

Bij alle branie na het verlaten van de hal blijft de twijfel. Een dag later zit Kramer ’s avonds om kwart over elf ogenschijnlijk ontspannen op de tribune als trainingsmaat Douwe de Vries een vijf kilometer rijdt. „Roppen”, roept het Friese TVM-smaldeel. Rammen. Voor hemzelf zit dat er nog niet in. Die rug. En de tijd dringt. Op 9 november beginnen de NK afstanden.

Kijk naar die 3.42 van Blokhuijsen op de drie kilometer, de 1.46 van Koen Verweij op 1.500 meter. Komende vrijdag zelf een eerste wedstrijdje? „Dat moet wel lukken”, zegt Kramer. „Anders wordt het heel moeilijk richting de NK afstanden. Al hoef ik niet direct de sterren van de hemel te rijden, want dat gaat sowieso niet lukken.”