Purist stuurt bij naar rechts Stef Blok

De onbevestigde geruchten over het aflopen van de formatie nemen toe. Partijleiders Rutte en Samsom brengen het grote verhaal, hun secondanten Blok en Dijsselbloem de cijfers achter de komma. Het gaat ‘voortvarend’ tussen de twee ideologische tegenpolen. Wie zijn deze secondanten?

Politiek redacteur

„Belastingheffing is natuurlijk ook een inbreuk op de grondrechten van de burger.” Stef Blok zei het, in de wandelgangen van het parlement, in een gesprekje over hoe vrij de overheid burgers moet laten. Hij had zijn kenmerkende halve glimlach, één licht opgetrokken wenkbrauw, op het gezicht.

Maar de man die VVD-leider Rutte nu terzijde staat in de formatieonderhandelingen met de PvdA, meende het wel. Want Blok is een purist binnen het vaak pragmatische VVD-liberalisme. Anders gezegd: hij zou de rol van de Staat in Nederland verder willen terugdringen dan veel van zijn partijgenoten. Veiligheid, infrastructuur en onderwijs – op veel meer hoeft de overheid zich van Blok niet te richten.

Dat alles maakt hem uitermate geschikt voor de taak die hij deze weken moet vervullen: tegenwicht bieden aan het enthousiasme van partijleider Mark Rutte. Die heeft tijdens de formatiebesprekingen wel eens de neiging al vrijdenkend erg ver van de partijlijn af te raken. Het is dan de rol van Blok om bij te remmen, zonder dat de voortgang van de coalitiebesprekingen in gevaar komt.

Voor het grote publiek is Blok, ook na jaren als belangrijke VVD’er, relatief onbekend gebleven. Veertien jaar Kamerlidmaatschap, de laatste paar jaar als prominent VVD’er, leverden hem bij de verkiezingen 9.316 stemmen op. Daar heeft hij zelf de volgende verklaring voor: „Ik zit niet in de politiek om vuurwerk te maken.”

Politiek, vindt Blok, gaat niet om wat je zegt, maar om wat je doet. Aan politiek poseren met overbodige Kamervragen en onhaalbare moties heeft de VVD’er een hekel.

De oud-directeur van een ABN Amro-kantoor in Nieuwkoop wordt geprezen om zijn dossierkennis. Als Tweede Kamerlid hield hij zich bezig met zorg, sociale zekerheid, pensioenen, de rijksbegroting en integratie. Ook speelde Blok als campagneleider in 2010 en 2012 een grote rol bij de verkiezingswinst van de VVD.

Blok zegt graag dat de VVD anderen niet de maat neemt. Niettemin valt in zijn uitspraken een zekere teleurstelling over de Nederlandse volksgeest op. „Nederland heeft een slappe, afhankelijke cultuur”, noemde hij ooit als reden dat migranten te vaak afhankelijk werden van de Staat. Bij veel kiezers ontbreekt volgens hem „de notie uit de jaren vijftig dat je moet werken voor je brood en dat het niet allemaal vanzelf komt”. In de individuele vrijheid die Blok propageert, zit dus ook een zeker maakbaarheidsdenken verscholen: het terugtrekken van de staat moet burgers zelfredzamer maken.

Veel complimenten voor zijn publieke optredens als fractievoorzitter heeft Blok nooit ontvangen. Tegenstanders en toeschouwers noemden hem betweterig, jij-bakkerig en soms ronduit onaardig. Toch deed hij de afgelopen twee jaar het belangrijkste wat de fractievoorzitter van de grootste regeringspartij moet doen: geen problemen veroorzaken voor de coalitie.

Bloks gedrag buiten het zicht van de media wordt heel anders omschreven. Daar werkt zijn onderkoelde humor beter en toont hij relativeringsvermogen. Deze eigenschappen zullen hem in een coalitie met de PvdA meer van pas komen dan het ideologische scherpslijpen van de afgelopen jaren.

Wie interviews met Stef Blok terugleest, komt een lange reeks kritieken op links tegen, in het bijzonder op de PvdA. Zo zei hij eens wel acht jaar te willen regeren met CDA en PVV. Want: „PvdA’ers hervormen niet.” Of: „Ik ben het fundamenteel oneens met linkse partijen.” Iedereen links van hem omschreef hij het liefst als potverteerders, die denken dat de overheid alle maatschappelijke problemen moet oplossen en onverantwoordelijk kan omgaan met gemeenschapsgeld.

Toch verwacht niemand dat deze houding problemen oplevert in een coalitie tussen VVD en PvdA. Want Blok heeft laten zien te begrijpen dat politiek ook gewoon zakendoen is. En hoewel ideologisch is hij ook nuchter. Als hij VVD-doelen wil bereiken, moet dat in coalities, al is het met tegenpool PvdA.

Als deze besprekingen succesvol eindigen, wacht voor Blok de beloning van een ministerschap. Dat wilde hij in 2010 al, maar toen deed partijleider Rutte een beroep op hem: kon hij in die moeizame gedoogconstructie met de PVV geen fractievoorzitter worden? Blok stemde na enige bedenktijd toe. Maar niemand verwacht dat hij dat corvee nog een keer op zich neemt.

    • Derk Stokmans