Perronvogel

Ze waren weg, verjaagd door bouwactiviteiten en gebrek aan beschutting. Maar nu de overkapping van de perrons van het nieuwe Rotterdam Centraal klaar is, zijn de spreeuwen terug. Ik telde er laatst zeker vijftig. Ze zitten hoog, poepstrepen verraden hun vaste stekken op de draagbalken. Voor wat voer landen ze op perrons, waar ze brutaal tussen de reizigers rondstappen. En ze zingen het hele jaar door.

Het lijkt alsof de spreeuw van perron 9 nooit weggeweest is. Hij zit er eigenlijk altijd, bij de kiosk. Bijna niemand heeft er oog - laat staan oor voor. Daarom ga ik er altijd vlak onder staan om naar zijn binnensmonds gezang te luisteren. Heel zacht, een beetje aandoenlijk zelfs, maar wel voortgebracht met opstaande keelveren, de maat slaand met afhangende vleugels. Hoe het klinkt? De meeste vogelboeken vatten het zo samen: ‘Een onsamenhangende mengeling van kwetterende, klikkende, klokkende en ratelende geluiden en heldere fluittonen’. Altijd wordt ‘de vuurpijl’ geroemd - een zeer luid en aflopend piiuuuuu-errr - en tussendoor ‘gesnap en geklepper van de snavel’.

En dan zijn er nog de perfecte imitaties van talloze andere vogels en omgevingsgeluiden. Vroeger waren dat het scherpen van een zeis of het piepen van een pompzwengel. De spreeuw van perron 9 laat treinen die nog nergens te bekennen zijn sissend vertrekken.

Kees Moeliker, conservator van het Natuurhistorisch Museum.