Overal dikke buiken

Eén op de acht stellen kan geen kinderen krijgen. Dat zet de relatie vaak zwaar onder de druk, en kan leiden tot depressie. „Vertel niet alles aan iedereen.”

Kate Middleton (30) hoeft op een receptie maar een glas spa in de hand te hebben of de Britse tabloids melden: ‘Kate laat de wijn staan! Zou ze zwanger zijn?’ Draagt ze haar handtasje voor de buik, dan staat er onder de foto’s: ‘Verbergt Kate een beginnende zwangerschap?’

De vrouw van de toekomstige koning van het Verenigd Koninkrijk moet nageslacht produceren. Dat is voorlopig haar belangrijkste taak.

Eigenlijk geldt dat voor alle vrouwen, zo lijkt het. Als ze een jaar of dertig zijn, komen de vragen. ‘Wil jij geen kinderen?’ (als ze die nog niet heeft); ‘Zeker te druk met je carrière?’ (als ze hard werkt); ‘Laten jullie het bij één?’ (als ze er één heeft). De vragen komen niet alleen van vrienden, ouders of tantes maar van collega’s, buren en zelfs onbekenden.

Wie antwoordt dat ze geen kinderen wil, krijgt te horen: ‘Wacht maar tot je biologische klok gaat tikken.’ Of, iets beschaafder: ‘Dat komt nog wel.’ Wie antwoordt dat het nog niet lukt, krijgt opmerkingen die geruststellend bedoeld zijn: ‘Begin er maar niet aan hoor. Je hebt nooit meer je handen vrij!’

Psycholoog Yvonne Prins (38) schreef er een boek over: En, waar blijven de kinderen? Een gids voor mensen die geen kinderen hebben maar ze wel willen of hadden gewild. Prins legt uit hoe ze met de vragen kunnen omgaan, de insinuaties, de sociale verwachtingen. Maar ook met zwangerschappen van vriendinnen en collega’s. Met momenten waarop het lijkt alsof iedere vrouw die ze zien zwanger is. Met vruchtbaarheidstechnieken en vragen over de toekomst: word ik alleen oud? Dat mensen naar je kinderen vragen, is heel natuurlijk. Als je ze niet hebt, en ook nooit wilde, zijn de vragen irritant. Maar als je onvrijwillig kinderloos bent, zijn de vragen en situaties pijnlijk.

Zelf weet Prins sinds haar puberteit dat ze nooit moeder zal worden. Ze lijdt aan de erfelijke ziekte cystic fibrosis, die ervoor zorgt dat het lichaam te veel slijm produceert. Als volwassene onderging ze een longtransplantatie. Daarna hoopte ze lang tijd dat ze alsnog moeder kon worden. Maar het bleek toch te gevaarlijk. Twee mannen verlieten haar omdat ze vader wilden worden.

Een op de acht stellen in Nederland lukt het niet kinderen te krijgen. Dat is ná alle pogingen om een kind te verwekken met ivf. Belangrijkste oorzaak: leeftijd. Nederlandse vrouwen beginnen gemiddeld op hoge leeftijd aan kinderen. De eerste krijgen ze gemiddeld op hun 29ste; hoogopgeleide vrouwen krijgen de eerste gemiddeld op hun 34ste. Ivf-arts Frederika Prak van het UMC Utrecht: „Ik kan iedere vrouw onder de dertig die weet dat ze kinderen wil, aanraden om er zo vroeg mogelijk mee te beginnen. Veel vrouwen realiseren zich niet dat hun vruchtbaarheid na 35 jaar hard afneemt.”

Prak heeft vaak vrouwen in de spreekkamer van 37 of 38 jaar. Drukke baan of pas sinds kort met een partner die kinderen wil. Die na hun 35ste ‘gingen proberen’ zwanger te worden. Het lukte niet en al snel waren ze twee jaar verder. Elk jaar ondergaan 8.000 vrouwen in Nederland ivf, waarbij de eicel buiten de baarmoeder wordt bevrucht met sperma. Het geldt als een zware behandeling omdat de vrouw eerst een hormoonkuur moet volgen die haar eicelproductie vergroot. De hormonen kunnen onder meer stemmingswisselingen veroorzaken. Na drie ivf-pogingen (die de zorgverzekeraar vergoedt) heeft de helft van die vrouwen een embryo die echt in de baarmoeder blijft zitten.

Stress, zegt Prak, heeft weinig invloed op de vruchtbaarheid. „Mensen denken vaak van wel. Maar in oorlogsgebieden worden voortdurend kinderen geboren, vaak als gevolg van verkrachting. Die vrouwen hebben veel stress en worden tóch zwanger. Verminderde vruchtbaarheid is echt iets fysiologisch.”

Vrouwen die volgens de omgeving moeder zouden moeten worden, krijgen soms nare vragen, blijkt uit interviews die Prins deed met ongewenst kinderloze vrouwen. ‘Zijn er geen leuke mannen in Amersfoort?’, vroeg een arts aan een vrouw die voor het eerst een fertiliteitskliniek bezocht. Vrouwen die het niet lukt een tweede kind te krijgen, horen: ‘Wat egoïstisch dat je hem geen broertje of zusje gunt.’ Prins: „En die moeder vindt het vaak al erg genoeg voor het eerste kind dat hij mogelijk enig kind blijft.”

Ze beschrijft schaamteloze opmerkingen van mannen op kantoor tegen vrouwen die volgens hen aan kinderen toe zijn. „Een vrouw vertelde me dat ze bij de koffieautomaat stond en een collega letterlijk met zijn wijsvinger heen en weer bewoog, voor haar neus. Hij zei alleen maar ‘tik, tak, tik, tak’. Hij doelde op haar biologische klok.”

Prins adviseert mensen om hun kennissenkring in te delen in groepen: aan wie vertel ik wat? „Je hebt naaste vrienden en familie met wie je wel wil bespreken dat je met een zware ivf-behandeling bezig bent. Of dat je net hebt gehoord dat het echt nooit gaat lukken. Maar er zijn collega’s en buren van wie je niet wilt dat ze dat weten.”

Wordt in een moderne samenleving nog zo veel waarde gehecht aan gezinsvorming? Bij vrouwen wel, zegt Prins. „Het is een behoefte die blijkbaar zo diep in de mens geworteld zit dat het bedreigend is voor je identiteit als het niet lukt. En ook bedreigend voor mensen als ánderen er niet aan (willen) beginnen.”

Ze ziet ook mannen onder vruchtbaarheidsproblemen lijden, al krijgen zij er minder vragen over. Sowieso vraagt men er bij een man alleen naar als hij getrouwd is of samenwoont. „Mannen zijn soms hard tegen elkaar als het niet lukt. Ze verwarren onvruchtbaarheid met impotentie. Sommige mannen krijgen te horen: ‘Moet ik ff bij je vrouw langs?”

Ivf-arts Prak: „Mensen schamen zich voor verminderde vruchtbaarheid. Ze voelen zich mislukt. Soms blijkt na de vruchtbaarheidstests bij een stel dat de oorzaak bij zowel de man (zwak zaad) als de vrouw (slechte eicelkwaliteit) ligt. En dan zijn ze opgelucht! ‘Gelukkig ligt het niet alleen aan míj’.”

De kinderwens kan grote druk leggen op een relatie. In het boek vertelt Amber hoe ze belandt in een catch 22: ze wil een ‘fijne relatie’ om een eventueel kinderloos leven draaglijk te maken maar haar relaties worden telkens minder fijn doordat de man op dat moment geen kinderen wil.

Op haar 37ste krijgt Amber hoop als ze eindelijk een vriend heeft die nu óók kinderen wil. Maar na een aantal maanden twijfelt hij weer, en zij wordt alsmaar ouder. Hij wil uiteindelijk wel zaad doneren mits zij het kind alleen opvoedt. Beslist niet hoe ze het zich had voorgesteld, zegt Amber: „Maar alles is beter dan niets.”

Van een onvervulde kinderwens kunnen mensen doodongelukkig worden. Prins: „Je hoort mensen verzuchten, als ze iets ergs hebben meegemaakt: ‘Mijn kinderen slepen me er doorheen.’ Dat heb je niet als je kinderloos bent.” Volgens haar is het goed om aan rouwverwerking te doen als eenmaal blijkt dat het nooit gaat lukken. Cora-Yfke beschrijft in het boek hoe ze dat deed met haar man. En daarna: ‘doorhobbelen’. „Je moet door. Dat je geen kinderen hebt, betekent niet dat je leven ophoudt. Ik kan thuis zitten kniezen maar daar word ik niet zwanger van.”